Psychologen zullen er wel raad mee weten, maar zelf hebben we geen echte verklaring voor het groeiende succes van de SUV's. Een Sport Utility Vehicle is een tweeslachtig voertuig dat door zijn ambigue aard op de grens van twee werelden balanceert. Zeg maar tussen terrein en stad, tussen hole 18 en Delhaize. Aanvankelijk, en onder invloed van de Parijs-Dakar-exploten, wilde een handvol kopers een echte off-roader. Dakar-pionier Ronnie Renders sprak van les aventuriers de l'avenue Louise. Toen bleek hoe zwaar die echte 4x4-monsters uitvielen, wat moeilijk te rijmen was met soepel rijden in de stad, pakten een paar constru...

Psychologen zullen er wel raad mee weten, maar zelf hebben we geen echte verklaring voor het groeiende succes van de SUV's. Een Sport Utility Vehicle is een tweeslachtig voertuig dat door zijn ambigue aard op de grens van twee werelden balanceert. Zeg maar tussen terrein en stad, tussen hole 18 en Delhaize. Aanvankelijk, en onder invloed van de Parijs-Dakar-exploten, wilde een handvol kopers een echte off-roader. Dakar-pionier Ronnie Renders sprak van les aventuriers de l'avenue Louise. Toen bleek hoe zwaar die echte 4x4-monsters uitvielen, wat moeilijk te rijmen was met soepel rijden in de stad, pakten een paar constructeurs uit met een afgeborstelde versie, de SUV. Die moest nog wel het veld in kunnen, zonder fanatiek te zijn, maar vooral handig meekunnen in het dagelijkse leven en leuk ogen bovendien. De Mitsubishi Pinin, in Japan ontworpen en in Italië door Pininfarina gebouwd, belichaamt die tweeslachtigheid: een hoge zit en een geavanceerde vierwielaandrijving voor de onbetreden paden, en een compacte carrosserie voor het stadswerk. Terwijl het geheel nog eens gekoppeld werd aan een motor met directe benzine-injectie, een door Mitsubishi geperfectioneerde techniek die op papier garant staat voor meer vermogen en minder verbruik. Het indrukwekkendst aan de Pinin is de vierwielaandrijving, een afspiegeling van wat Mitsubishi in zijn beroemde Pajero aanbiedt: voor extra grip schakelt de rijder met een kleine pook rijdend naar de permanente vierwielaandrijving, waarbij de koppelverdeling door een viscokoppeling wordt geregeld. Perfect voor de weg en het veld, met nauwelijks meer verbruik. In een tweede stap kan de chauffeur doorschakelen naar de differentieelblokkering, als het te velde wat woester wordt en een van de aandrijfwielen dreigt door te slippen. Wordt het echt menens, dan heeft men nog de derde optie: de korte versnellingsverhoudingen, waarmee je bij wijze van spreken de muren oprijdt. Een prachtig systeem, maar welke doorsneerijder waagt zich zo ver van de paden dat hij daarop een beroep moet doen? Anders geformuleerd: dit systeem is eigenlijk te goed voor een SUV. De terreinkwaliteiten van de Pajero staan buiten kijf, maar de offers die daarvoor gebracht werden, hypothekeren een beetje het gebruik van de Pinin in normale omstandigheden. De hoge zit en de hoekige vorm staan een aërodynamische stroomlijn in de weg en dat weegt op het verbruik. Het veercomfort is natuurlijk verre van soepel. Doordat de ontwerpers het wat ouderwetse ladderchassis van de gedegen off-roaders inruilden voor een zelfdragend koetswerk, kon het gewicht (1380 kg) nog wel binnen de perken worden gehouden. Opmerkelijk is de buitenlengte van de Pinin, amper 3,73 meter. In het stadsverkeer zorgt dat voor probleemloos manoeuvreren. Maar de prijs voor zoveel kwaliteiten en compactheid is hoog: de interieurruimte is niet op vier volwassenen berekend, het instappen achterin vereist heel wat behendigheid, het koffervolume is minimaal en op oneffenheden of kasseien voelt de Pinin te strak afgeveerd aan. Omdat er nu eenmaal geen mirakels bestaan. En waarom de achterdeur naar de straatkant openzwaait, begrijpen we helemaal niet. Interessant is de combinatie van een benzinemotor met directe injectie, die bij de Pinin bovendien gebruik maakt van een dubbele modus. Bij gedeeltelijke belasting doet hij het met een arm mengsel (relatief weinig benzine, meer lucht) en licht een groen signaal op het dashboard op. Bij het serieuzere werk hapt de motor naar een homogener mengsel. Toch vermag die techniek geen wonderen. Het verbruik blijft voor zo'n compacte auto aan de hoge kant, zelden minder dan 10 liter per 100 kilometer. Een auto die overal alles kan, heeft een prijs. PIERRE DARGE