Voor 4 :

Deeg :
...

Deeg : 350 g bloem, snuifje zout 175 g koude roomboter, plus extra voor het invetten 60 g fijne kristalsuiker oe tl geraspte citroenschil 1 groot ei Vulling : 675 g lekkere hand- of moesappels (gewogen zonder schil en klokhuis) 15 g roomboter 1 kneepje citroensap 1 tl geraspte citroenschil 3 kardemompeulen 3 kruidnagels of een snuifje kaneel 60 g fijne kristalsuiker 180 ml water Eroverheen : 1 klein ei, losgeklopt met 1 tl water fijne kristalsuiker START : Maak het deeg. Met de hand : zeef bloem en zout boven een kom, snij de boter in blokjes en laat ze in de kom vallen, wrijf met de vingers tot deeg. Voeg suiker en citroenschil toe. Klop het ei los en voeg het geleidelijk toe, terwijl je met een vork roert, tot je een elastisch deeg hebt dat niet kleverig of droog is. Vorm er een bal van en verpak in keukenfolie. Leg 30 minuten in de koelkast. Met de machine : doe alles behalve het ei in de machine, zet aan. Vermeng en schenk dan geleidelijk het ei erbij terwijl de machine draait. Zet uit zodra je een deegbal hebt. Verpak deze en leg in de koelkast. Vulling : schil de appels en verwijder de klokhuizen. Snij in grove stukken en doe deze met boter, citroensap en schil, specerijen en een scheutje water in een pan. Verwarm al roerend op laag vuur tot de appel bijna gaar is maar nog niet uit elkaar valt (5 minuten bij kleine stukjes, iets langer bij grote stukken). Zet weg om af te koelen. Proef. Voeg wat extra suiker toe als de appel erg zuur is. Verhit de oven voor tot 170°C (gasstand 3). Vet een ondiepe, ronde, emaillen taartvorm in. Leg het koele deeg op een licht met bloem bestrooid werkblad. Snij een derde deel eraf ; hier maak je straks het deksel van. Rol de rest uit met een met bloem bestrooide deegroller. Draai het deeg tijdens het rollen steeds met 45 graden zodat je een mooie ronde vorm krijgt. Rol zo een grote ronde lap die groot genoeg is om de bodem en zijkanten van je taartvorm mee te bekleden, plus nog wat extra. Leg de deegroller onder de deeglap en leg deze op de bakvorm. Duw voorzichtig rondom in de hoekjes en vul gaatjes en scheuren op met deegrestjes. Rol nu het andere deel uit tot een cirkel die groot genoeg is om de taart af te dekken, plus iets extra. Rol de restjes uit en snij eventueel een paar blaadjes uit ter decoratie. Schep de afgekoelde vulling op de taartbodem. Til het deegdeksel met de deegroller op en leg het op de taart. Knijp het deeg rondom met je vingers dicht. Kwast de bovenkant in met ei met water zodat deze mooi gaat glanzen. Snij het deksel een paar keer in. Leg de deegblaadjes, als je die hebt gemaakt, erop. Strooi er wat suiker over. BAK : Zet de taart 30 minuten in de oven of tot het deksel goudkleurig, knapperig en boterig is. Haal eruit en zet op een rooster. Laat in de vorm zitten. DIEN OP : Zet de taart op tafel. Serveer met een stuk oude of kruimelige kaas, een kannetje room, yoghurt of roomijs. Je kunt de appeltaart ook goed opwarmen.