Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel
...

Tekst en foto's Jean-Pierre GabrielC laude De Beyter is de derde eigenaar van deze villa, die in 1928 werd gebouwd door de Gentse architect Hoge, wiens werk sterk geïnspireerd was door Edwin Lutyens. In 1972 werd het omgevormd tot het hotel-restaurant Shamrock, lid van Relais & Châteaux. De Beyter: "De vorige eigenaar had het huis omgeven met asfalt. De relatie met de aanplantingen was zoek. Die bestonden uit een beukenbosje, een grote Libanese ceder, een te pompeuze laan met Japanse kerselaars en grasvelden." De aanleg van de tuin werd halverwege de jaren tachtig toevertrouwd aan Jacques Wirtz. Die kwam met ideeën die bijzonder goed bij het gebouw passen. "Wirtz merkte op dat alles plat was. Geen enkel reliëf, geen enkel volume, alleen gazon en een paar rozelaars. Hij heeft dus volumes aangebracht met hagen en leibomen." De bestaande woning diende als inspiratiebron, vanwege haar typisch Engelse stijl, maar ook door haar indeling. "Toen we de plannen van het huis bestudeerden, kwamen we tot de ontdekking dat de vertrekken spiraalvormig rond het hart van de woning geschikt waren. Alle verhoudingen in acht genomen, vinden we die redenering ook buiten terug onder de vorm van twee grote cirkelbogen, de ene met de koorde tegen de achterkant van het gebouw, de andere met de koorde loodrecht op de voorgevel." Dat voor- en achtertuin er heel verschillend uitzien, is een gevolg van de oriëntatie en de afmetingen van het perceel. De achterkant is de noordkant en die ligt genesteld in een curve gevormd door de grote beuken. Wirtz opteerde voor een groene monochromie: het gazon, het bos en zijn kreupelhout en een heel geometrisch spel van hagen in taxus, kleine esdoorn en beuk. Enkele buxusplanten en varens in potten tegen de huisgevel zorgen voor bijkomende kleurschakeringen.Van noord naar zuid verandert de sfeer in de tuin compleet. Via een meditatieve tuin lopen we door tuinkamers met een festival van bloemen en kleuren. " Sissinghurst, de tuin van Vita Sackville-West in Kent, blijft een van mijn grote voorbeelden. Ik houd van de manier waarop de Engelsen hun tuin indelen in kamers, hoe je van de ene kamer naar de andere loopt en overal nieuwe dingen ontdekt. Toen ik hier aankwam, keek ik ongelovig naar de pronkerige kerselarenlaan in de as van de woning. Er was geen enkele blikvanger, geen verrassing. Gelukkig zijn de kerselaars weggekwijnd. Het leek me zinloos ze te vervangen door jonge boompjes. Dat werd het vertrekpunt van mijn samenwerking met Jacques Wirtz." De kerselaren werden vervangen door een dubbele rij lindebomen. Op het einde draait de laan weg naar de imposante Libanese ceder en naar het parkeerterrein. Het hart van de tuin bestaat uit een brede weg die aan weerszijden afgezoomd is met een bloemenborder. Die wordt gekruist door een smallere as die enerzijds naar de kruidentuin leidt en anderzijds naar een groot gazon, afgeboord met een halfcirkelvormige haag, een soort van groene esplanade. Alle hagen zijn zo'n tweeënhalve meter hoog en ongeveer tachtig centimeter dik.De grote laan is afgeboord met afgeronde kegels in taxus. Op het uiteinde staat een bank. Wie 's zomers buiten eet, kijkt uit op dit perspectief. De eettuin is opgesmukt met rozen, waaronder Penelope, een van de lievelingsrozen van Claude De Beyter. Ze werden aangeplant in vierkanten. Nog altijd in diezelfde as, maar tegen de woninggevel aan, vormen vier sierperen, Pyrus salicifolia, een soort van pergola. Hun zilvergroen gebladerte vangt veel zonlicht. De border is echt ontworpen om de klanten die buiten willen eten te behagen. De vaste planten, zoals grote toefen Geranium magnificum, Delphinium, Macleya, oude rozen, grote boeketten Hydrangea 'Annabelle' werden speciaal daarvoor uitgekozen. Maar we mogen deze tuin niet herleiden tot een zomers hoogstandje. "Ten eerste heb je de hagenstructuur. Zij staan hier permanent, maar het mooist zijn ze in de winter, wanneer ze bedekt zijn met een laagje sneeuw of ijs, of zelfs op een nevelige ochtend in februari. Ten tweede hebben wij heesters aangeplant voor het begin van de lente: Pieris, witte camelia, Prunus. En geurige planten zoals bepaalde soorten Viburnum en Osmanthus." Voor De Beyter vormen die geuren een essentieel onderdeel van de perceptie van de tuin: "Al van toen ik kind was, heb ik een zwak voor geurige planten en tuinkruiden. Ik plantte ze als kleine jongen bij mijn ouders. Een leven zonder tuin zou ik me niet kunnen voorstellen. Ik moet bloemen kunnen aanraken, over de bladeren kunnen wrijven om ze beter te ruiken. Want die geuren veranderen nog in de loop van de dag. De geur van kreupelhout is heerlijk 's morgens, maar heeft niets te maken met hoe datzelfde kreupelhout 's avonds ruikt. Dat alles inspireert me ook als kok. Wanneer ik aan het planten ben in mijn kruidentuin, dan bedenk ik gerechten die ik ermee zou kunnen bereiden. Ik heb trouwens nog andere plannen. Ik hoop ooit eens de moestuin te kunnen aanleggen die we aanvankelijk hadden voorzien. We hebben al een kleine boomgaard met een vijftiental bomen." Die boomgaard staat in een bloemenwei. Het gras wordt pas laat in het seizoen gemaaid. De veldbloemen kunnen dus eerst naar hartenlust bloeien. Te midden van de bloeiende grassen werd met de grasmaaier een paadje getekend. "In diezelfde geest ga ik ook een parcours aanleggen in het kleine bosje en het afboorden met allerlei soorten varens. Nog een plekje meer om naartoe te wandelen, een andere kijk op de tuin."Die wilde accenten zorgen voor verrassingen, voor contrasten met de rest van de tuin, die er heel gemanicuurd uitziet. Wat ook normaal is wanneer je van zo'n gestructureerd plan uitgaat. Voor Claude De Beyter is trouw aan het plan noodzakelijk. "Het publieke karakter van een hotel-restaurant maakt het werk van Jacques Wirtz heel zichtbaar. De meeste van zijn tuinen zijn privé-bezit. Je ziet ze dus enkel in boeken. Hier kunnen de bezoekers zijn werk op ware grootte bewonderen."Hostellerie Shamrock, Ommegangstraat 148, 9680 Maarkedal, 055 21 55 29.