In het Oostelijk Havengebied van Amsterdam, bestaande uit het KNSM-eiland, Java-eiland, Sporenburg en Borneo, herinneren nog maar enkele monumentale gebouwen aan de maritieme geschiedenis. Het grote Lloyds-gebouw, het pakhuis Wilhelmina en Loods 6 (de voormalige aankomst- en vertrekhal van rederij KNSM) zijn enkele van de overgebleven iconen van de kilometerlange kades met vrachtboten en cruiseschepen, kranen en spoorwegen, loodsen en pakhuizen. Het historische florerende havenhart van Amsterdam, dat constant gehuld was in stoom en kolengruis als we de oude zwartwitfoto's van het gemeentearchief mogen geloven.
...

In het Oostelijk Havengebied van Amsterdam, bestaande uit het KNSM-eiland, Java-eiland, Sporenburg en Borneo, herinneren nog maar enkele monumentale gebouwen aan de maritieme geschiedenis. Het grote Lloyds-gebouw, het pakhuis Wilhelmina en Loods 6 (de voormalige aankomst- en vertrekhal van rederij KNSM) zijn enkele van de overgebleven iconen van de kilometerlange kades met vrachtboten en cruiseschepen, kranen en spoorwegen, loodsen en pakhuizen. Het historische florerende havenhart van Amsterdam, dat constant gehuld was in stoom en kolengruis als we de oude zwartwitfoto's van het gemeentearchief mogen geloven. De oorspronkelijke infrastructuur dateert, zoals uit de namen van de kades blijkt, uit de hoogdagen van het Nederlandse koloniale verleden. Tussen 1874 en 1927 werden in het IJ kunstmatige schiereilanden aangelegd om de grote rederijen te huisvesten die geregelde lijndiensten onderhielden met onder meer Indonesië, Suriname en de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheid van Indonesië verdwenen de lijndiensten echter een na een. Bovendien werd het stukgoedtransport overgenomen door het Westelijk Havengebied, dat door het Noordzeekanaal beter geschikt werd geacht voor container- en bulktransport. In 1979 sloot de KNSM dan als laatste grote rederij de poorten. Tien jaar lang bleef het terrein ongebruikt. Het werd langzamerhand een alternatief woongebied voor stadsnomaden, bootbewoners en krakers. In 1975 startte de gemeenteraad van Amsterdam met de sanering en pas vanaf 1987 werd het geleidelijk een proeftuin van moderne architectuur en vooruitstrevende stedelijke ontwikkeling die wereldwijd aandacht krijgt. Voor het KNSM-eiland werd architect Jo Coenen gevraagd voor planontwikkeling, voor het Java-eiland viel de keuze op architect Sjoerd Soeters en landschapsarchitect Adriaan Geuze van West 8 Landscape Architects mocht voor Sporenburg en Borneo een masterplan maken. Een van de architecten die vanuit dit masterplan een woningbouwproject mocht bedenken, kwam er uiteindelijk ook zelf wonen. In zijn eigen ontwerp. Architect Dick van Gameren van de Architecten Groep in Amsterdam betrok op Borneo-eiland het bovenste appartement aan het einde van een huizenblok met binnenstraat. "Pas in de eindfase van het project kreeg ik zin om er zelf te gaan wonen. Daarvoor was ik te zeer betrokken bij het ontwerp- en bouwproces om daar rustig over na te denken. Ik was vooral enthousiast over de bijzondere plek en over de mogelijkheid om een ruim appartement te hebben met een open structuur. Daarvoor woonde ik in Amsterdam Zuid in een woning uit de jaren '20 met vele kleine kamers. Ook de rust is hier fenomenaal. Dagelijks fiets ik de Oostelijke Handelskade af naar mijn kantoor ten westen van het Centraal Station en dan heb je het gevoel buiten de stad te wonen en te werken. Als ik 's avonds terugkeer, is dit appartement echt een vakantiehuisje aan het water met alle voorzieningen van de grote stad binnen handbereik." Het appartement van Dick van Gameren, met de opmerkelijke gekleurde glazen serre, maakt deel uit van het eindblok van een rij woningen. Om het gebied exploitabel te krijgen, moest in een hoge dichtheid gebouwd worden en golden er zeer strikte regels inzake bouwsysteem en te gebruiken materialen. Zo ontstonden rug aan rug "tunnelachtige" woningen met een binnenstraat waaraan garages en patio's liggen. Dick van Gameren: "Vanuit het masterplan was toegestaan om de woningen aan begin en einde een opmerkelijker gevel en architectuur mee te geven. Daarom hebben we voor het strakke beton en de kleurige glazen serres gekozen. De serres, uitgevoerd in blauw, groen en bruingrijs folieglas, steken als 'boxen' of 'laden' uit de gevel. Zij lijken uitgeschoven en opgehangen en maken het inwendige van de appartementen zichtbaar. Het interieur wordt daardoor belangrijker en persoonlijker. Voor projectontwikkelaars moet vaak de buitenkant de meeste aandacht krijgen. Dat verkoopt. Ik denk daar anders over. De buitenkant moet neutraal blijven. De binnenkant, de kern, mag gedifferentieerder en bijzonder uitgevoerd worden, want hier speelt zich toch het ware leven af.Ik woon hier nu al een jaar en het gebied is er voor mij aantrekkelijker op geworden. Sinds kort zijn de eilanden Sporenburg en Borneo door twee 'golvende', rode bruggen verbonden waardoor Borneo uit zijn isolement is geraakt. Tot vorig jaar had je maar één weg van zo'n 800 meter om op het eiland te komen. En door de woningbouw die nu bij De Rietlanden wordt gerealiseerd, zit het Oostelijk Havengebied nu bovendien echt vast aan de stad. Ook het appartement bevalt prima, maar ik moet toegeven dat ik wat aan de indeling heb veranderd. De woning moest opgeleverd worden als een vierkamerwoning. Die kamers lagen keurig naast elkaar en keken uit op het water. Maar mijn vriendin en ik houden van een opener structuur. Door de introductie van een tweede gang langs de gevel werden alle ruimten losgeknipt van de voorkant en werd de totale lengte van 24 meter blootgelegd." Door middel van schuifdeuren kun je de ruimten wel afsluiten om ze intiemer te maken, maar meestal staan ze open. De woonkamer werd nog vergroot door een van de slaapkamers erin te integreren. De keuken werd verplaatst naar de nieuwe passage aan de gevelkant. Als je nu van woonkamer naar slaapkamer loopt, heb je twee mogelijkheden. Door de oude gang met halverwege een dakterras met zicht op de binnenstraat en patio's, of door de nieuwe gang, die je een magnifiek uitzicht geeft op het water van het IJ en het Amsterdam-Rijnkanaal. Tussen deze twee gangen ligt een blok met onder andere de keuken, een gastenkamer, de badkamer, het toilet, de douche en kleding- en bergkasten. Qua meubelkeuze is hij niet zuiver in de leer, bekent van Gameren. "Het is een allegaartje van persoonlijke dingen van mij en mijn vriendin geworden." Inspiratiebronnen waren Josef Frank, een joodse architect uit de jaren '20, en het echtpaar Charles en Ray Eames. Allemaal ontwierpen ze moderne huizen om die nadien in te richten met een bric-à-brac van verschillende stijlen en sferen. Van Gameren: "Ook wij hebben bewust niet voor één stijl of sfeer gekozen. Het is meer een confrontatie geworden van verschillende verzamelingen en combinaties. Dat brengt volgens ons het meest persoonlijke naar boven in een interieur." Marc Heldens / Foto's Mark Seelen