De 69-jarige Walter Aelvoet is witte pater en Afrikakenner. Voor zijn nichtje Magda, europarlementslid voor Agalev, is hij altijd een voorbeeld geweest.
...

De 69-jarige Walter Aelvoet is witte pater en Afrikakenner. Voor zijn nichtje Magda, europarlementslid voor Agalev, is hij altijd een voorbeeld geweest. Magda Aelvoet :Ik heb nonkel Walter leren kennen als iemand die andere dingen deed dan anderen. Toen ik nog een klein kind was, bereidde hij zich voor om witte pater te worden. Dat was iets apart want zoveel witte paters waren er niet in Vlaanderen. Van in het begin was het ook duidelijk dat hij naar verre landen zou vertrekken. Toen ik acht was, is hij naar Ruanda vertrokken. Hij was een heel plezierige nonkel, die mooi kon vertellen en schrijven. Het was altijd een grote eer als hij bij een of ander feest een tekstje voor je had geschreven. Ooit heeft hij op de achterkant van een foto van mij heel mooie dingen geschreven. Ik weet nog altijd wat erop stond : En hier is het schuchter merel-ke in ieder oog een perel-ke dat hartelijk, met gulle lach in het volle leven bijten mag. Op hetzelfde ogenblik dat ik mijn eerste kommunie deed, werd hij tot priester gewijd. Voor mij was dat een heel speciale gebeurtenis. De kerk zat stampvol, er werden ook andere priesters gewijd en ik zat daar als enig kind tussen. Met mijne nonkel. Kort daarna in '52 is hij vertrokken. In zekere zin werd hij daardoor voor ons het venster op de wereld. Via hem was er een band met andere werkelijkheden. Toen nonkel Walter vertrok, was dat een hele gebeurtenis in het dorp. Iedereen had gespaard voor zijn grote koffer. Later hadden we alleen nog schriftelijk kontakt met elkaar. Hij is meer dan tien jaar in Ruanda gebleven. Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor wat er buiten België gebeurde. Tijdens de middelbare school hield ik al mijn eerste spreekbeurt over ontwikkelingssamenwerking. Op de universiteit engageerde ik me in de derde-wereldbeweging. Het westerse model en de manier waarop de relatie met de rest van de wereld werd opgebouwd, stelden we ernstig in vraag. Rond die tijd midden jaren '60 kwam Walter terug. Voor hem was dat in vraag stellen van het huidige dominante model, nog niet aan de orde. Bij hem zijn, vooral onder impuls van de bevrijdingsteologie, frankskes beginnen vallen. Het klassieke uitbuitingsmodel had hij in Ruanda niet ervaren. Hij deed er pastoraal werk en heeft er jaren in het onderwijs gestaan. Hij is een tijd verantwoordelijk geweest voor het katoliek onderwijs in Ruanda, dat toen het grootste net was. Hij heeft met ontzettend veel mensen kontakt gehad. En kent tot vandaag veel mensen persoonlijk. Voor mij was dat heel dikwijls interessant. Op die manier kon ik aan informatie geraken waar ik anders niet zomaar bij zou kunnen. Op doorreis in Afrika of dat nu in Burkina Faso was of in Zaïre kwamen er verschillende keren mensen naar me toe met de vraag of ik familie van hem was. Dat bleken dan gewezen leerlingen van hem. Ze zeiden : "Wat die man voor ons betekend heeft, kunnen we niet onder woorden brengen. " Ik ben ervan overtuigd dat hij heel veel mensen op een zeer persoonlijke manier heeft geraakt. Hij heeft zich belangeloos voor anderen ingezet. Dat is de basisfilozofie van zijn leven. Na zijn terugkeer in België is hij hoofdredakteur van Wereldwijd geworden. Van een klassiek missieblad heeft hij een vrij en open blad gemaakt. Een goede tiental jaren geleden heeft hij zelf gevraagd om ermee op te houden. En dan was hij ook wég. Dat hij afscheid kan nemen, apprecieer ik heel erg. Niet iedereen kan dat, hij wel. Daarna heeft hij het blad African News Bulletin gemaakt. Enkele jaren geleden heeft hij dat om gezondheidsredenen moeten stopzetten. Zolang hij met dat blad bezig was, beschikte hij over pakken informatie. Als ik 's avonds belde met de vraag of hij een of ander wilde opzoeken, had hij daar direkt materiaal over. Onze relatie is met de tijd geëvolueerd. Als kind keek ik echt naar hem op. Maar vanaf mijn twintigste zijn we eerder partners geworden. Ik noem hem nu ook Walter, en niet meer nonkel Walter. Er gaat geen feest voorbij zonder dat we een kwartier bij elkaar zitten om rap-rap alle informatie uit te wisselen. We zijn het heel dikwijls eens met elkaar, maar soms ook niet. En dat kàn. Hij vloekt dan wel eens. Maar hij weet en ik weet dat ook dat we allebei proberen eerlijk te zijn met onszelf en fundamenteel dezelfde doelstellingen beogen. Hoewel zijn hart ocharme zo ongezond is, is hij echt jong van hart gebleven. Met een open blik op de wereld. Toen ik me in mei '79 begon te engageren in Agalev, stond hij daar voor honderd procent achter. Ook toen ik door verkrampte katolieken aangevallen werd vanwege mijn standpunt in de abortuskwestie, heeft hij me niet in de steek gelaten of proberen onder druk te zetten. Naast persoonlijke en familiale banden, zijn er dus ook politieke en maatschappelijke banden. Ik denk dat de keuzes die ik heb gemaakt en de dingen waar ik mij mee bezighoud, hem op een aparte manier aanspreken. Toch houdt hij kontakt met iedereen van de familie. Hij laat ook toe dat anderen een beroep op hem doen, zelfs tot in het onmogelijke. In zekere zin laat hij zich opeten. Hij laat aan zijn eigen vel zitten, om er voor anderen te kunnen zijn. Dat is toch uitzonderlijk in deze tijd. In die zin is hij voor mij een voorbeeld. Ik verzet mij tegen de trend om relaties te banalizeren. Investeren in relaties, zorgen voor kontinuïteit ook op momenten dat het je niet zint vind ik van levensbelang. Het lukt niet altijd, soms scherm ik mij af omdat ik op ben, maar ik probeer toch zoveel mogelijk mensen toe te laten. Ook al is het soms moeilijk en echt niet interessant. Vroeger zaten we in onze samenleving op gebied van relaties met obligate loyauteiten. Maar een bepaalde vorm van emancipatie die neerkomt op alleen doen wat je zelf hier en nu goed vindt, kan het toch ook niet zijn. Als je het appèl van anderen gewoon aan de kant schuift, ga je naar het barbarendom. Walter Aelvoet :Ik zie haar nog liggen in de wieg. Ze is geboren op de vierde van de vierde maand van vierenveertig. Dat was de dag van het grote bombardement op Melsbroek. Wij woonden vlakbij de luchthaven. Haar wieg lag vol glas. We zeiden altijd : "Die is met de bommen geboren, er zit kruit in. " Ik heb altijd veel plezier als ik haar op televisie bezig zie omdat ik merk hoe ze zich soms moet inhouden om niet te ontploffen. Magda komt uit een gezin met 12 kinderen, zij was de derde. Mijn broer was dokter, zijn vrouw was ook dokter. Toen mijn broer op 46-jarige leeftijd overleed, was het oudste kind 18 en de jongste 3. Mijn schoonzus heeft die 12 kinderen alleen opgevoed, ze was een buitengewone vrouw. Als ik Magda ontmoet, sta ik er altijd versteld van hoezeer we op dezelfde golflengte zitten. Eigenlijk doet ze dingen die ik zelf ook graag had gedaan. Toen ik jong was, droomde ik ervan om in de politiek te gaan. Dat boeide me. Ik wou rechten studeren en in de politiek gaan. Vanuit een gevoel voor rechtvaardigheid. Met de CVP heb ik nooit enige gevoelsband gehad, nooit. Waarschijnlijk zou ik bij de Volksunie terecht zijn gekomen. Thuis was men Vlaams-nationaal, maar niet overdreven. Het had eerder te maken met het gevoel dat ons volk onrecht werd aangedaan. In die tijd vijftig, zestig jaar geleden was dat nog zo. Wij woonden vlakbij Brussel en in Brussel had ik altijd het gevoel als vreemdeling te worden behandeld. Later is dat gevoel voor rechtvaardigheid overgewaaid naar de derde wereld. Toen ik 18 was, heb ik voor het priesterschap gekozen. Maar ik zag mezelf nooit priester zijn in Europa. Onder kardinaal Van Roey ? Dat lag mij niet. Heel die struktuur leek mij enorm franskiljon en zwaar. In Afrika kon je je vleugels uitslaan, kon je iets doen. In Ruanda voelde ik mij honderd procent gelukkig. Je had het gevoel dat er op dat ogenblik geschiedenis werd gemaakt. Dat klinkt natuurlijk heel grootsprakerig, maar toch. Mijn sekretaris is de eerste president geworden van het onafhankelijke Ruanda. Voor die man had ik heel veel respekt. Hij is altijd in hetzelfde klein huizeke blijven wonen, heeft altijd met een kevertje gereden. In die eerste jaren was er zoveel entoesiasme. Het was allemaal heel boeiend. Maar men heeft daarna beslag op mij gelegd en mij hier in België benoemd. Natuurlijk was ik veel liever ginder gebleven. Pas toen ik op Wereldwijd werkte, ben ik gevoelig geworden voor de problematiek van de arme en rijke landen. Ik ging toen veel naar Latijns-Amerika en dàt heeft mij veranderd. Heel vreemd. Toen ik in Afrika werkte, dacht ik dat we het probleem van de onderontwikkeling wel eens gauw zouden oplossen. Ik zag mezelf eerder als iemand die ten dienste wou staan van achterlijke mensen. In Latijns-Amerika heb ik begrepen dat er een derde wereld is, omdat men een derde wereld gemààkt heeft. Daar heb ik ook de bevrijdingsteologie ontdekt. Na 13 jaar Wereldwijd ben ik naar Rome getrokken om er het African News Bulletin te maken, maar ik kon het daar niet volhouden. Al die rode en paarse hoogmoed. Bovendien had ik hier een heel aktief leven gehad en ginder leefde ik als een vis op het zand. Ik heb hetzelfde werk in België kunnen verder zetten. Twee jaar geleden ben ik daarmee gestopt. Maar reizen, konferenties geven, artikelen schrijven heb ik gedaan tot eind september vorig jaar. Toen heb ik een hartinfarkt gekregen. Sinds 17 september '94 is mijn leven eigenlijk gedaan. Ik heb nog een verlengstukje gekregen, maar veel is het niet meer. Mijn hart is kapot, mijn longen zijn kapot, ik heb zware diabetes... Maar mijn hoofd is nog goed ! Ik lees nog veel. Le Monde, Newsweek, Jeune Afrique. Dat is een passie. We zijn in onze familie allemaal wereld-georiënteerd. We waren thuis met zeven kinderen en zaten in vijf verschillende landen. Mijn vader zei : "Als een boom zijn takken wijd uitspreidt, dan is dat een teken dat zijn wortels gezond zijn. " Magda is van haar generatie de beste exponent van die bekommernis om de derde wereld. Natuurlijk heb ik een boontje voor haar. Ik heb ontelbaar veel neven en nichten maar zij ligt mij het nauwst aan het hart. Ik bewonder haar. Ze werkt hard en ik weet dat ze eerlijk is. Het gebeurt dat ze belt en vraagt hoe ik over iets denk. Maar zelf fluister ik haar niks in. Ik kan niet om met iemand als Luc Versteylen of met pastoors die in de partijpolitiek een rol willen spelen. Versteylen heeft Agalev gesticht, maar hij moet die mensen niet blijven bevoogden, ze zijn groot genoeg om het zelf te doen. Er zijn meningsverschillen, ja. Ik voel dat zij bijvoorbeeld wil dat de huidige regering van Ruanda zou gesteund worden. Terwijl ik vind dat die regering zich eerst moet uitbreiden zodat ze werkelijk het volk van Ruanda en niet alleen de Tutsi en enkele kollaborateurs vertegenwoordigt. Wij hebben de revolutie van '59 meegemaakt en wij vinden de verworvenheden van die revolutie zeer belangrijk. Van inborst ben ik een Hutu, ik kan er niet aan doen. Ik heb gezien hoe ze indertijd behandeld werden, en ik vrees dat het huidige regime hetzelfde wil doen. Maar goed, ik respekteer haar opinie, denk erover na. Ik sta achter haar politiek engagement. Ik heb nooit last gehad met Agalev. Ik was uit mezelf naar die ideeën gegroeid. Ik denk dat Magda en ik zeer wantrouwig staan tegenover kapitalisme en individualisme, en dat we allebei een afschuw hebben van het Vlaams Blok. Het gekke is dat ik uit die middens kom, allez, voor zover het Vlaams Blok de Vlaams-nationalisten vertegenwoordigt. Toen ik in de jaren '60 terug in België was, hield ik toespraken op de Borms-hulde en de Van Severen-hulde. Maar ik werd niet meer gevraagd vanaf het ogenblik dat ik mij inzette voor Zuid-Afrika. Dat zette mij aan het denken : ziet dat nu ! Zij die gevochten hebben voor de emancipatie van het Vlaamse volk, staan niet achter de emancipatie van een zwart volk. Sindsdien heb ik al mijn vrienden uit die Vlaams-nationale familie verloren. Het interesseert mij ook niet meer. Of ik op haar stem ? Altijd. Ook toen ik in Brussel moest gaan stemmen en Magda in Leuven op de lijst stond, stemde ik Agalev. Niet omwille van Magda, maar omdat dat het dichtst bij mijn overtuiging stond. Zelfs mijn oudste zus, die 15 jaar ouder was dan ik en een heel godvruchtig nonneke was, stemde Agalev. Dat zit ons in het bloed, denk ik. JO BLOMMAERTFOTO : LIEVE BLANCQUAERT