Janine Bischops "hongert naar dramatisch werk", maar zij is Johny Voners gevolgd en "de komische toer opgegaan". Twee uitersten,
...

Janine Bischops "hongert naar dramatisch werk", maar zij is Johny Voners gevolgd en "de komische toer opgegaan". Twee uitersten, maar toch : zusterzielen. JACKY HUYSFOTO : LIEVE BLANCQUAERT Johny Voners : Janine is een kind. Velen onder ons verliezen het kind in zich of durven het niet meer naar boven laten komen. Zij is gelukkig kind gebleven en daardoor heeft ze ook mijn ogen doen opengaan : ik heb daaruit mijn konklusies getrokken en ben ook het kind in mij gaan zoeken. Janine is een flapuit, open, argeloos, onschuldig, eerst spreken en dan nadenken, niet berekend. Dat is het sleutelwoord eigenlijk : onberekend. We hebben elkaar achter het podium leren kennen. We stonden, ergens aan de kust, in een soort komediantenrevue, we praatten en we voelden dat het klikte. Zeg maar : zusterzielen. En twintig jaar later maken we een programma dat "Gezocht : zusterzielen" heet. Er zijn natuurlijk verschillen tussen ons inzake temperament of in de manier waarop we ons uitdrukken, maar de basis is identiek. Ik heb altijd de gedachte gehuldigd : wij zijn twee uitersten. En dat is goed ook : een die veel praat en een die veel zwijgt. Maar dat heeft alleen met de vorm te maken : als wij aan het zappen zijn, dan zullen we onafhankelijk van elkaar allebei stoppen bij hetzelfde. Eigenlijk dateert onze allereerste kennismaking van vroeger. Toen ik nog studeerde aan het conservatorium, kreeg ik een piepklein rolletje in de tv-serie "De kat op de koord", in die tijd het vervolg op "Schipper naast Mathilde", waar zij vast in zat. De opnames waren in het Amerikaans Teater en achteraf zijn we samen naar het Noordstation getrokken. Die trip is ons altijd bijgebleven. Zij is getrouwd en ik ben getrouwd en we zijn elkaar een beetje uit het oog verloren, maar bij de hernieuwde kennismaking was die wandeling een van dé gespreksonderwerpen. Vermoedelijk speelt er een aantrekkingskracht als twee mensen in hetzelfde vak zitten, maar je moet daar eigenlijk niet té zwaar aan tillen. Ofwel moet je trouwen met iemand uit een totaal andere wereld, ofwel moet je geluk hebben. Bij ons is het niet altijd even makkelijk geweest. We zijn allebei artistiek begaan, we hebben allebei sinds de jaren '60 een relatieve bekendheid in Vlaanderen en als je dan aan dezelfde produktie werkt en repeteert, heb je nogal eens de neiging om tegen je partner te zeggen : "Ja, maar zou je het niet eens zus of zo proberen ? " Waarbij ik dan nog moet zeggen dat een man dat van nature nog meer doet dan een vrouw : de vader die zijn kind wil helpen, wat voor het kind natuurlijk strontvervelend is. Dus heeft het vaak gebotst tussen ons. Let op de verleden tijd, want ik moet zeggen dat ik dezer dagen liever en liever met Janine samenwerk. Nemen wij ons werk mee naar huis ? Dat valt nogal mee. Het is niet zo dat wij nooit over ons vak praten. Je zit in een restaurant en je vraagt je af of sommige delen van je teatershow wel goed zitten qua tempo of hoe je televisieoptreden beter kan. Maar het is nooit belastend. Toch niet meer. Ook daarin zijn we veel soepeler geworden ; vroeger waren we jong en onstuimig. We bekritizeren elkaar niet. Janine kijkt naar "FC De Kampioenen", maar ze zal nooit kommentaar geven. Dat heeft niets te maken met de mogelijkheid dat je iemand kan kwetsen, maar het is meer een uiting van volwassenheid : jij doet jouw werk en ik het mijne en iedereen kan een slippertje maken. We zijn overigens wel bang van kritiek. Als wij een teatershow maken, dan zit er altijd in ons achterhoofd : zullen de mensen het wel goed vinden ? Wij denken dat wij iets waardevols maken met humor die rijk is aan levensdoorzicht, maar hoe dichter je bij een première komt, hoe meer je vreest dat men het zal interpreteren als onnozele zever. En dan worden wij verschrikkelijk zenuwachtig en lastig, ook voor de mensen die met ons samenwerken. We uiten het op een verschillende manier : ik heb het altijd opgekropt, ik ben gesloten, terwijl Janine haar kwaadheid eruitflapt. Vooral als je weet dat de kritiek niet goedbedoeld is. Ik heb het gevoel dat veel mensen met een ontevredenheid rondlopen, omdat ze denken dat ze niet uit hun leven of carrière gehaald hebben, wat erin zat. Wij hebben dat gevoel ook, maar ik vraag mij af of dat gevoel ook door de feitelijke realiteit gedekt wordt. Als ik oude vrienden ontmoet, dan zeggen die steevast dat ik het ver geschopt heb. En dan denk ik : ach, ik ben akteur, ik ben een beetje bekend, maar tegenwoordig is dat ook al geen kunst meer. Men denkt van ons dat we ongelukkig zijn omdat we geen dramatische rollen spelen en omdat we "maar" met humor bezig zijn. Dat klopt gedeeltelijk : ik weet dat Janine inderdaad honger heeft naar dramatisch werk, maar dat betekent niet dat we neerkijken op humor. Ik ben bijna vijftig, ik zie een aantal dingen van het leven beter in : door zoveel op te kroppen, heb ik ook mijn partner verstikt ; door vadertje te willen spelen in het vak met mijn vrouw, heb ik haar misschien beknot. Ik weet nu : als ik mijn smoel houd, is zij een veel grotere aktrice. Haar zelfvertrouwen wordt in mootjes gehakt als ze door mij "geholpen" wordt. Ik ben daar nu eindelijk van overtuigd. Ik vind het erg moeilijk om in te schatten wat het hoogtepunt van een carrière is geweest. Ik kan het niet bij mezelf, ik kan het ook niet bij Janine. Zij is begonnen in 1961 in de KVS in Brussel, God weet in hoeveel stukken ze sindsdien gestaan heeft. Haar rol in "Het Koperen Schip", met wijlen Dries Wieme, is mij en ik vermoed ook het televisiekijkend publiek wel altijd bijgebleven. Toen zat ze op de piek van haar kunnen, denk ik. Maar vorig jaar heeft ze bijvoorbeeld een Braziliaans stuk gedaan, helemaal alleen een avondvoorstelling gedragen, waarvan ik dacht : dat is hele grote klasse. Zoveel zelfvertrouwen. Ik was blij dat ik er niets mee te maken had (lacht), want Janine kan dus eigenlijk niets als ik haar pollen vasthoud. Janine Bischops : Een detail bij onze eerste ontmoeting : ik was toen al zwanger van mijn eerste kind. Mijn echtgenoot speelde die avond in KVS, ik ging terug naar Antwerpen en Johny en ik zijn inderdaad arm in arm naar het Noordstation gestapt. Op het einde van de gang moest hij een trapje naar links nemen en ik naar rechts en ik herinner me nog altijd dat ik toen nog even naar hem heb omgekeken en gedacht : eigenlijk is dat een toffe jongen. Nand Buyl had hem geïntroduceerd voor dat rolletje in "De Kat op de Koord" als "een van mijn beste leerlingen". En die wilden wij dus wel eens zien. Johny heeft vandaag de reputatie een lolbroek te zijn, maar dat is hij eigenlijk niet. Als we in gezelschap zitten, zeggen de mensen meestal : "Amai, wij dachten dat gij nen plezante waart. " Het cliché van de klown die weent eens hij uit de spotlichten is. Johny is geen prater. Hij heeft mij eens gezegd dat hij dat pas langzaam aan geleerd heeft sinds wij een koppel zijn. Hij moet er tot vandaag aan werken. Dat is een knoop die gelegd is bij hem thuis daar werd nooit gepraat en die hij sindsdien probeert te ontwarren. Een probleem uitpraten met hem is heel moeilijk, bijna onmogelijk. Teater is voor hem altijd een uitlaatklep geweest. Als kind trad hij al op bij familiefeestjes en zo : hij had dat echt nodig. Ik heb dat in het begin onderschat. Ik dacht : tof dat iemand van jongs af aan de klown heeft willen spelen. Maar eigenlijk was het voor Johny de enige manier om iets van zichzelf naar buiten te kunnen brengen. Eigenlijk heeft hij nooit teater willen doen. Klown, cabaretier, one man shows, dat was z'n lang leven. Maar hij was in die tijd getrouwd met iemand die hem dagelijks met zijn neus op de realiteit drukte dat er ook brood op de plank moest komen en dus heeft hij een kontrakt aanvaard bij de KVS. Zonder overtuiging. Ik speel biezonder graag teater en als hij het vandaag ook doet, dan is het louter en alleen voor mij. Johny wil de mensen doen lachen, ik wil hen doen nadenken en dan mag er rustig een grote zakdoek uit het sjakoske worden bovengehaald. Johny wou de Herman van Veen van Vlaanderen worden. Ze zijn trouwens samen begonnen in het Humorfestival van Heist. Maar ja, Vlaanderen is zo klein. Die droom heeft hij dus nooit waargemaakt. Gefrustreerd ? Ach, hij valt de mensen daar niet lastig mee. Hij heeft thuis zoveel emotionele druk gekend, dat hij dat andere mensen niet wil aandoen. Maar in zijn binnenste zal er iets knagen, denk ik. Om de twee, drie jaar maken we nu een teatershow waarin hij veel kwijt kan. Ik doe dat graag, maar ik moet ook mijn dramatische rollen hebben. Mijn eerste huwelijk is slecht geëindigd. Als je een tweede begint, denk je : deze keer màg het niet mislukken, samen uit samen thuis, na het teater komt er ook nog een leven, hopelijk, en je wil samen oud worden. En dus ben ik hem gevolgd en ben ik de komische toer opgegaan. Had ik nooit mogen doen, want ik ben er altijd ongelukkig in geweest. Soms heb ik Johny gehààt, zo van : ik doe dit voor jou, waarom doe jij dan verdomme geen teater voor mij ? Hij was dominanter, duidelijker in wat hij wou. We hebben samen geen kinderen. We zijn het alle twee nog wel. We durven bijvoorbeeld nog altijd achter een hoekje staan en elkaar doen schrikken, al zijn we ondertussen vijftig jaar. Ik heb twee kinderen, hij een, maar niet samen en dat begin ik hoe langer hoe meer als een gemis te ervaren. Ik was bang dat de relatie weer zou mislukken. En toen zei mijn moeder : "Janineke, 't had al tien jaar kunnen zijn. " En ik dacht : godverdomme, ik heb spijt. Ik had dat écht willen zien, iets wat wij samen zouden gemaakt hebben. Johny is altijd goedgezind, vrolijk zelfs. Na twintig jaar pakken wij elkaar nog geregeld vast, waar we ook zijn. Liefde, zeker ? We kunnen het niet uitleggen, want op het eerste gezicht zijn we tegengestelden, maar we kunnen elkaar niet missen. Ik lees graag, hij niet. Ik ga soms drie keer per dag naar de bioskoop, hij niet. Ik pik geregeld een avondje teater mee, hij met tegenzin. Ik wil graag een film bekijken op televisie, hij zapt een avond lang. Johny is onvoorstelbaar goed, betrouwbaar, integer, evenwichtig, eerlijk : hij kan niet met leugens of omwegen om. Zijn enige kleine kantje is dat hij erg rap op z'n teen getrapt is. Hij zegt altijd dat het niet waar is, maar ik weet beter. Hij blijft overigens nooit kwaad. Kritiek raakt hem, maar ook dat probeert hij in zijn eentje te verwerken. Ik vind dat jammer, want als je over je problemen kan praten, ben je ze veel vlugger kwijt. Maar je moet dat leren. Ook in de omgang met het publiek heeft hij het moeilijker dan ik. Hij zou al makkelijker eens zeggen : "Ach, daar zijn ze weer, laten we stilletjes afdruipen. " Terwijl ik van mening ben : klant is koning. Als een fan graag met jou op de foto staat, dan moet je hem dat gunnen. Johny heeft schrik dat mensen té opdringerig worden. Maar dat kun je moeilijk vermijden als je in de populairste serie van de laatste jaren staat. Hij doet "F.C. De Kampioenen" graag, de ene aflevering vindt hij al wat beter dan de andere, maar het is een goeie ploeg. Soms zegt hij dat hij twaalf zinnetjes heeft in heel die serie en vraagt hij zich af of het allemaal de moeite waard is. We kijken er zelden naar (glimlacht). We hebben ooit eens een stuk gespeeld in het Fakkelteater over alkoholisten, "Dagen van Wijn en Rozen". Ik vond hem daar zeer knap in. Hij had de rol die Jack Lemmon in de filmversie had. We kregen daar veel mensen van de AA over de vloer, wat een aparte sfeer gaf. Dat is misschien mijn mooiste herinnering. Zenuwen ? Oh ja : echte, onvervalste trac. Thuis gaat dat nog. Maar dan gaan we naar de zaal, hij meestal veel te vroeg. En dan is hij dus absoluut niet te doen : hij vit op alles, wandelt konstant, loopt overal in de weg, staat waar hij niet moet staan. Soms kan een van ons eens een slechte dag hebben : het publiek zal het nauwelijks merken, maar we zijn nu eenmaal geen robotten. Johny kan dat moeilijk verdragen. Hij zal me snel verwijten dat ik het laat afweten, terwijl dat absoluut niet waar is. En dan zit het er wel eens op : een akteur laat het nooit afweten. Maar als ik er hem eens op wijs dat hij niet in vorm was, dan ontkent hij dat in alle toonaarden. Hij kan dus toch, een enkele keer, oneerlijk zijn (glimlacht).