"Weet je wat het is?" vraagt mijn kameraad. "De magie is uit de wereld verdwenen. En ik weet niet of dat uit mijn wereld of uit de wereld in het algemeen is."
...

"Weet je wat het is?" vraagt mijn kameraad. "De magie is uit de wereld verdwenen. En ik weet niet of dat uit mijn wereld of uit de wereld in het algemeen is." Mijn kameraad is eigenlijk mijn vriend - maar om misverstanden te vermijden, verkies ik voor hem dat woord uit het sovjettijdperk. We zijn op een terras aanbeland en nuttigen een warme chocomelk, waar om onduidelijke redenen een glaasje advocaat bij geserveerd wordt. Ik ben geen fan van advocaat. Het doet mij denken aan buikige heren en aan dat liedje dat ik als kind rats uit het hoofd kende: Advocaatje ging op reisTiereliereliereAdvocaatje ging op reisTierelierelom.Het eindigt ermee - de moraal is onduidelijk - dat de advocaat stikt in een graat die in zijn keel blijft steken. Mijn kameraad eet zijn koekje op en vervolgens ook het mijne. Hij kampt met iets waarvan zijn therapeut niet goed kan uitmaken of het een burn-out, le démon du midi of ordinair liefdesverdriet is. Vaststaat dat hij geen last heeft van het dumpingsyndroom, dat ongewenste verschijnsel bij mensen met een maagverkleining. Mijn kameraad heeft geen behoefte aan een maagverkleining. Hij squasht twee keer per week, gaat regelmatig met mij zwemmen en binnenkort zijn we van plan ons in te schrijven voor een workshop krav maga. Bij onze laatste ontmoetingen is er echter een somberheid in hem geslopen die doet denken aan opstijgend grondvocht. Steeds vaker spreekt hij over zijn geliefde van zeven jaar geleden. Hij heeft nooit een waardige opvolgster voor haar gevonden, ondanks een stoet aan kandidates. "Het is een pleister op een gebroken been", zegt hij hoofdschuddend, als weer een vrouw onmachtig bleek de rafelige wonden op zijn ziel te helen. Soms spreken we dan over het verleden, die lichtrijke plek waar je nooit meer terug naar kunt keren. We denken dan aan die middag, zoveel zomers geleden, waarop we met onze vriendinnen gingen spelevaren. Dat moment zit in glas opgesloten, als een prachtding dat we haarscherp zien zonder het aan te kunnen raken. Het geronk van de buitenboordmotor. Water dat opspat in regenboogkleuren. Gelach en zonnebrillen die in haren zijn gestoken. Mijn kameraad en ik zijn het erover eens dat we ons geluk niet naar waarde geschat hebben. Zo zitten we daar, achter twee glaasjes die halfleeg zijn. Er passeren mensen met pakjes, mensen met mensen, mensen met dieren, mensen die op weg zijn naar mensen of dieren en mensen wie niets wacht dan leegte. Mijn kameraad zegt iets over een vrouw die een prachtige huid heeft, maar alleen geestig is als ze heeft gedronken. De avond valt; tramsporen glimmen in het licht van koplampen. We bestellen twee glazen cava. "Op de magie in de wereld", toost ik. We heffen het glas en maken ons sterk dat die in 2018 zal terugkomen. We weten dat moslims hun nieuwe jaar pas in de herfst vieren, en dat joden dan al ver voorbij het jaar 5700 zitten. We weten dat jaarwisselingen voornamelijk tot prijsverhogingen leiden, van aambeienzalf tot tramkaartjes. Soms echter heeft een mens de belofte nodig van een wedergeboorte. Van een schone lei en van een gloednieuw universum waarin alles weer mogelijk is.