NICOLAS WOIT & JULIEN DEVERGNIES

Hetzelfde gevoel voor mode bracht hen samen, zeven jaar terug. Julien Devergnies zocht een stageplaats, hij studeerde nog. Nicolas Woit had al sinds 1997 zijn eigen collectie, met flatterende jurkjes, veel biais-coupes, prints en vintage stoffen. Sinds het lot hen bijeenbracht, doen Julien en Nicolas alles samen. In 2011 ruilden ze het oorspronkelijke atelier met winkel in voor een stijlvol herenhuis in de modieuze Brusselse Dansaertwijk. In het aanpalende atelier ontwerpt Nicolas 'op het gevoel'. Zijn creaties gaan van eenvoudige jurken tot avondjaponnen en bruidskledij. Ze worden gepresenteerd in combinatie met de zogenaamde Archives, een selec- tie recente maar betaalbare merkkleding, nieuw en nooit gedragen, waaronder luxecreaties van Dries Van Noten, Lanvin, Marc Jacobs en Yves Saint Laurent, die Julien over de hele wereld bij elkaar zoekt, vertrouwend op zijn scherpe blik en zijn gevoel voor harmonie. Julien en Nicolas zouden niet meer zonder elkaar kunnen. Dat willen ze ook niet. "Hij brengt mij zo veel bij", zegt de ene. "Ik deel alles met hem", echoot de andere. "Dat is ook wat wij van elkaar verwachten."
...

Hetzelfde gevoel voor mode bracht hen samen, zeven jaar terug. Julien Devergnies zocht een stageplaats, hij studeerde nog. Nicolas Woit had al sinds 1997 zijn eigen collectie, met flatterende jurkjes, veel biais-coupes, prints en vintage stoffen. Sinds het lot hen bijeenbracht, doen Julien en Nicolas alles samen. In 2011 ruilden ze het oorspronkelijke atelier met winkel in voor een stijlvol herenhuis in de modieuze Brusselse Dansaertwijk. In het aanpalende atelier ontwerpt Nicolas 'op het gevoel'. Zijn creaties gaan van eenvoudige jurken tot avondjaponnen en bruidskledij. Ze worden gepresenteerd in combinatie met de zogenaamde Archives, een selec- tie recente maar betaalbare merkkleding, nieuw en nooit gedragen, waaronder luxecreaties van Dries Van Noten, Lanvin, Marc Jacobs en Yves Saint Laurent, die Julien over de hele wereld bij elkaar zoekt, vertrouwend op zijn scherpe blik en zijn gevoel voor harmonie. Julien en Nicolas zouden niet meer zonder elkaar kunnen. Dat willen ze ook niet. "Hij brengt mij zo veel bij", zegt de ene. "Ik deel alles met hem", echoot de andere. "Dat is ook wat wij van elkaar verwachten." Nicolas Woit & Archives, Léon Lepagestraat 7, 1000 Brussel, 02 503 48 32. www.nicolaswoit.comHun eerste collectie dateert van de zomer 2011. Tamara De Mey en Thijs Brondeel werkten zes maanden aan de voorbereiding ervan, net nadat ze waren afgestudeerd in de Romaanse filologie in Gent. Beiden hebben een zwak voor de Franse taal en voor de Lichtstad. Dat verklaart wellicht ook hun losse stijl en de naam van hun label : een combinatie van het wat uit de mode geraakte werkwoord gazouiller (brabbelen, zachte geluidjes maken) en Alice in Wonderland. Een job in het onderwijs zagen ze niet zitten, dus kozen ze voor journalistiek en communicatie, en als hobby: mode. Aanvankelijk zeer low profile. Het begon met een beperkt gamma basic T-shirts. Ze hadden geen ervaring met 'snit en naad' en waren dan ook allesbehalve zelfzeker, wel heel gemotiveerd. Maar Alice-gazouille sloeg aan. Ze begonnen erin te geloven. Er kwamen rokjes bij en pulls en jurken, in een geraffineerd kleurenpalet. Werken doen ze in de salon bij Tamara en er wordt veel gebrainstormd. Tamara en Thijs maken er geen geheim van dat ze zich laten inspireren door films als Marie Antoinette van Sofia Coppola, of het werk van François Ozon, Isabelle Huppert, Godard... Ze vinden het best fijn zo met zijn tweeën, maar met een derde erbij zou het nog leuker zijn. www.alice-gazouille.beZe vonden elkaar in 2000, in Peru. Yannina Esquivias woonde er, Sven Van Gucht belandde er op zijn wereldreis tijdens een sabbatsjaar. En daar, in de Andes, stopte zijn tocht. Hij wist niets van baby-alpaga, Peruviaanse katoen (beschouwd als het beste ter wereld) of van het breiwerk van Aymara-indianen. Hij kwam uit de wereld van de Vlaamse industrie en was gespecialiseerd in windturbines. Zij kende de rijkdom van haar streek en het talent van de lokale breisters. Vrij vlug beslisten ze om samen 'een project' op te starten. Ze kregen twee dochtertjes, Luna en Imola, en lanceerden een collectie streelzacht breiwerk, voor kinderen (2007) en voor vrouwen (2009). Alles hebben ze zelf gedaan : een echte firma opgericht, een studio hier, een atelier daar, werksters, machines... Stap voor stap. Van ambachtelijk tot industrieel. Een goede taakverdeling zorgt voor de juiste alchemie : Yannina doet het creatieve werk, Sven concentreert zich op de financiën en de organisatie. Ze communiceren bijna telepathisch. Verbazend, vindt hij dat, als rationele mens. Zij glimlacht. Trots draagt zij een gestreept gilet uit de eigen collectie. Niet folkloristisch, wel mooi. Hij laat een sjaal zien, handgemaakt, vierduizend meter hoog in het gebergte, door een oude vrouw die alles weet van lama's. www.aymara.be.New York was voor de zussen Sarah en Carol Piron een openbaring ! Na hun studies - Sarah volgde Mode aan de SMOD, Carol studeerde grafisch ontwerp - woonden ze er een tijdje. In the big apple konden ze zich helemaal uitleven, maar uiteindelijk keerden ze terug naar België en lanceerden ze hun eigen label. Hun favoriete creaties groeiden geleidelijk uit tot een eerste collectie, herfst-winter 2009, die zeer persoonlijk was en de naam kreeg : Filles à Papa - want met dank aan papa die hen steunde en dankzij mama van wie ze het gevoel voor mode hebben geërfd. Hun studio met atelier installeerden ze in Herstal, hun geboortestreek, waar Carol zich toelegt op de grafische kant en Sarah op de patronen. Ze kiezen wel samen de stoffen, bij voorkeur superdeluxe, want daar houden ze van. Vierhandig tekenen ze hun heel bijzondere leren pantalons, hun jumpsuits met ritsen, veel asymmetrie en lovertjes, "want alles wat glittert vinden we supermooi". Ze weten heel goed : beter met zijn tweeën dan alleen. "Zoiets kun je gewoon niet in je eentje", klinkt het. Ook de vrienden zijn erg belangrijk : "Nooit zonder onze bende Filles à papa, die uiteraard smashing zijn." Filles à papa, Léon Lepagestraat 10, 1000 Brussel. www.fillesapapa.comVia via kwamen Valeria Siniouchkina en Philippe Koeune met elkaar in contact. Zij was pas afgestudeerd aan de modeafdeling van La Cambre in Brussel. Hij was net klaar met zijn studies als architect aan dezelfde school. Zij wilde haar collectie presenteren in het kader van het Festival d'Hyères 2002. Hij hielp haar bij het maken van 'een groot beeld van een meisje aan de horizon'. Vijf jaar later presenteren ze hun eigen label : Girls from Omsk, later omgedoopt tot Omsk. Want de opzet is veranderd : de collectie is ontdubbeld in een dames- en een herenlijn, de stijl is minder streetwear en meer couture. Maar toch is er nog altijd dat vleugje 'prettig gestoord' dat hun werk typeert. Werken doen ze afwisselend bij hem of bij haar thuis, terwijl het echte hoofdkwartier zich in de Kasteleinswijk in Brussel bevindt. Ze zijn een 'open' duo, geven elkaar advies, maar hebben geen behoefte om elkaar "alles te vertellen". Acht jaar hebben ze samengewoond, maar het werk heeft hen 'opgevreten'. Toch wilden ze Omsk niet opgeven, omdat ze er "zo veel energie" hebben in gestopt en omdat het een "op zichzelf staand project" is. Een opgefrist Omskteam vertrekt deze winter naar Tbilisi (Georgië) om nieuwe inspiratie op te doen. Want daar liggen Valeria's roots. Omsk, Kasteleinsplein 21, 1050 Brussel. www.omsk-belgium.comNathalie Bouhana is Française (de enige niet-Belgische in deze reeks) en ontwerpster, David Sdika is Belg en fotograaf. Samen hebben ze een dochter en presenteren ze een collectie pulls van kasjmier, baby-alpaga en merinos. Dat doen ze onder de naam Chauncey, een hommage aan het personage vertolkt door Peter Sellers in Being There van Hal Ashby, "een wat simpele tuinman, met een tijdloze elegantie en een Belgisch, surrealistisch trekje". Naar eigen zeggen droomden Nathalie en David er al jaren van om "samen iets te creëren". Het werd breiwerk. Dat lag voor de hand, want daar werkte Nathalie al lang mee, voor Jean Paul Gaultier, Salvatore Ferragamo en Hermès. Ook de taakverdeling ligt voor de hand : zij doet het creatieve werk, hij volgt de productie op. Vanuit Brussel lanceerden ze l'Homme voor lente-zomer 2009, een collectie volledig uit natuurvezels, gebreid volgens familiale tradities in Italië en Mongolië. Deze winter volgt een nieuwe première, met de lancering van la Femme, gemaakt volgens dezelfde criteria. Een collectie met stippen en strepen, marmermotieven, verwijzingen naar ska (muziek) en naar de natuur. En altijd met steken waar Nathalie expert in is. Hun signatuur ? Een klein 'latje' op het etiket. Want bescheiden blijven ze, en streng voor zichzelf. www.chauncey.beMet dank aan Marie-Christine De Meulder voor haar gastvrijheid en haar uitzonderlijke hall die als decor diende. DOOR ANNE-FRANÇOISE MOYSON