Dat mijn teennagels beschamend lang waren, dat herinner ik mij. Ik keek ernaar en vroeg me af hoe het zover had kunnen komen. Dat is het enige wat ik nog weet uit mijn droom van vannacht, die verder veel van het zilvergroen bevatte waarop dromen een patent lijken te hebben.
...

Dat mijn teennagels beschamend lang waren, dat herinner ik mij. Ik keek ernaar en vroeg me af hoe het zover had kunnen komen. Dat is het enige wat ik nog weet uit mijn droom van vannacht, die verder veel van het zilvergroen bevatte waarop dromen een patent lijken te hebben. Hoe komt het dat uitgerekend dit detail tot mij komt, van alles wat ik zou kunnen dromen, alsof ik fijntjes uitgelachen word door die geheimzinnige wereld aan de andere kant van de slaap ? "Teennagels, lang" : ik zoek het op in het boekje dat ik over droomduiding bezit, maar vind geen verklaring. Dromen over paarden staan er natuurlijk wel in, en dromen over de maan. Dromen over hoofdpijn, littekens en botbreuken krijgen keurig hun uitleg, evenals die over starende blikken en spinnenwebben, het repareren van dingen, straf in de klas, naakt rondlopen tussen aangeklede mensen, angst voor het onzichtbare en zelfs de reuk van gas. Een droom over het waterbedrijf kan volgens de schrijver geassocieerd worden met het vruchtwater in de baarmoeder, zodat dit droomgebouw een groots en angstaanjagend symbool wordt van je moeder. Wie verzint zoiets toch ? Jack Altman, staat als auteur op mijn boekje. Ergens ter wereld, in het zonovergoten Californië of in de uitgestrekte vlakten van Australië, waar kangoeroes een plaag vormen, verschuilt zich een vent die verklaringen bedenkt voor het dromen over aardappelpuree, onbestuurbare auto's en verbrande toast (die volgens hem "herinneringen oproept aan een gebroken gezin"). Geen woord echter over teennagels. Terwijl ik die toch nog met fotografische helderheid - 7,1 megapixels, Leicalens - voor me zie. Het dichtst in de buurt komt het onderwerp "sok", dat blijkbaar als symbool kan gelden voor vrouwelijke genitaliën. "Het aan- en uittrekken ervan staat voor geslachtsgemeenschap", orakelt Altman. We lezen om te leren, zeer interessant. De hoornachtige bedeksels op de bovenzijde van de laatste vingerleden van mijn voet zijn de opsteller van het droomboekje echter te alledaags. Ik heb altijd wel geweten dat ik een banaal nachtleven leid, zo heel anders dan dat van mijn vader, die Latijnse namen droomde van ziektes die hem zouden overkomen. Hij slikte dan ook Rohypnol, dat toen de bijnaam " date rape drug" nog moest krijgen. De dromen van mijn vader begeer ik niet. Als ik iets wilde hebben, dan was het zijn daadkracht misschien. Het vermogen om je lot om te buigen als zo'n oude foorkrachtpatser zijn ijzeren staven. Evengoed kan ik wensen dat ik kon voetballen als Vincent Kompany, of de strijdbaarheid had van Winston Churchill. "Voelt u zich niet eenzaam zonder oorlog ?" vroeg die in 1955 aan zijn trouwe dokter. "Ik anders wel.""Pentagon bijna klaar met aanvalsplan Iran", staat vandaag in de kranten te lezen. "Zwitserse gletsjer krimpt zienderogen." "Nederlanders en Duitsers lopen grootste risico op een hartinfarct op de skipiste." En verder : "Dieven aan de haal met oplegger met 22 salons." Terwijl ik dit alles op elkaar betrek, sta ik op en wandel door de kamer. Ik kijk door het raam, mijn handen in mijn zakken begravend. Ik zie een roodborst, naar verluidt een agressieve vogel. Ik zie de kaartjes in de vensterbank. Er staan eendjes op, sokjes en roze babyschoentjes. En zelfs een fopspeen, wat ik een heerlijk woord vind. " Welcome to the world", zegt het leukste van de veertien kaartjes. Wat een wereld om een boreling in los te laten. Mijn dochter ruikt naar koekjes, gesopt in warme melk, met een vleug kaneel en speeksel van lieveheersbeestjes. Ze tuit zuinig haar mondje en kijkt schuldbewust als zij het in haar luier doet. Volgens de dokter heeft zij lange benen. Tot het jaar 2100 kan zij leven. Dat is verder van ons verwijderd dan Hitler en Stalin, dan Enola Gay en Kim Phuc. Niet onbevreesd zou ik mij in die toekomst wagen. Maar ik zal haar hand vasthouden en een eind met haar opwandelen. Tot zij rank en schrander is als een hinde en met teder medelijden naar mij lacht, omdat ik oud geworden ben en zo wantrouwig sta tegenover de wereld waarin zij danst, als in een tuin vol dauw vroeg in de ochtend, als alles van het zonlicht glanst. Zij is een droom, een wondertje van alle dag. Zij is een grote tovenares. En, o ja : haar naam is Liv. Reacties : Jean-Paul Mulders