Alvini, vroeger met voornaam Bernadetta, is een Belgische dame met Italiaanse stijl en flair voor dramatiek. Betty Perna en Martin Van Massenhoven schilderen een collectie die probeert dat vluchtige begrip te vatten : elegantie.
...

Alvini, vroeger met voornaam Bernadetta, is een Belgische dame met Italiaanse stijl en flair voor dramatiek. Betty Perna en Martin Van Massenhoven schilderen een collectie die probeert dat vluchtige begrip te vatten : elegantie.Lene Kemps Toen Betty Perna en haar man de leiding van het textielbedrijf van Betty's ouders overnamen, waren ze gespecialiseerd in damesbroeken : pantalonniers. Met het oog op de snelgroeiende prêt-à-porter-markt wilde Betty het anders. Ze zag meer in een total look-collectie, die ze uit eerbetoon de naam van haar grootmoeder gaf : Bernadetta Alvini. ?Mijn grootvader was Italiaan, geëmigreerd naar Engeland. Waarom zou ik de collectie een fictieve en gezochte naam geven ? Ik vond die van mijn oma zeer mooi, en vond het eerbetoon zeer passend : daar lagen mijn wortels. Het was een mooi moment toen we haar onze beslissing meedeelden, ze was ontroerd en trots op ons.? Bernadetta Alvini startte eind jaren '70, en werd seizoen na seizoen steeds duidelijker uitgetekend. Omdat Betty een nog gestileerder beeld wou, werd ontwerper Martin Van Massenhoven aangesproken, op wiens verzoek ?Bernadetta? werd weggelaten. ?Ik vond dat Alvini meer impact had. Ik wilde ook niet dat men ons zou beschouwen als een van die collecties die hun Belgische afkomst verbergen onder een Italiaanse naam.? Alvini heeft 70 verkooppunten in België en is sterk gesteld op een heldere profilering. ?Er is vraag naar collecties met een duidelijke identiteit?, zegt Betty. ?Vroeger kon je je het nog permitteren om het modebeeld te bestuderen, er een aantal trends uit te halen en daarrond een beeld op te bouwen ; louter een verzameling mooie stofjes en mooie modelletjes. Dat kan niet meer. Nu moet je duidelijk weten waar je naartoe gaat, anders lukt het niet.? Het Alvini-eindpunt voor winter '96 blijkt een elegant en vrouwelijk beeld, geïnspireerd op de verfijning van de naoorlogse periode. ?Ik noem het een nieuw classicisme?, zegt Martin. ?Een sfeer van gecultiveerde elegantie, bijna een opeenvolging van poses. Zo zal je het op straat nooit zien, maar als wij geen dromen meer presenteren, wie dan wel ?? Hoe loopt de samenwerking Perna-Van Massenhoven ? Is er een duidelijke taakverdeling ? Betty Perna : De samenwerking met Martin is langzaam gegroeid. Eerst was hij consulent en werkte hij aan kleine projecten. Zijn inbreng werd altijd groter en resulteerde uiteindelijk in een hechte band. Ik denk dat we op een vrij natuurlijke manier functioneren. We doen beiden waar we goed in zijn. Martin heeft een buitengewoon gevoel voor kleur en motieven, voor een duidelijk modebeeld. Ik ben misschien iets praktischer aangelegd. Ik heb gevoel voor stoffen, ik kan zeggen : die stof voor dat model, dat kan niet, probeer die. We vullen elkaar aan. Martin Van Massenhoven : Ik heb me in elk geval nog nooit beperkt gevoeld. Wanneer Betty en ik naar de stoffenbeurs Première Vision gaan, weten we al vrij goed wat we willen. We zitten meestal op dezelfde golflengte, dat was van bij het begin al zo. Ik heb ingepikt op wat Betty hier had opgebouwd, en heb gereageerd op haar vraag naar een gestileerder beeld. Toen ik hier kwam, begin jaren '90, was dat duidelijk de vraag van de markt. Zowel de detaillist als de vrouwen wilden collecties met een sterke identiteit en een duidelijke uitstraling. Vrouwen zijn veeleisend geworden, weet u nog wat ze willen ? Van Massenhoven : Ze willen veel, dat klopt. Als ik het oneerbiedig en extreem mag stellen, willen ze dit : een kledingstuk dat even chic is als een Chanel-jasje, maar dat ze ook kunnen aantrekken om de kinderen naar school te fietsen en de ramen te zemen, en : het mag niks kosten. Ze stellen hoge eisen aan kleding. Perna : Voor ons is dat een uitdaging, aan al die eisen tegemoetkomen. Als we weer eens zitten te zwoegen om een mooi, betaalbaar en comfortabel kledingstuk in elkaar te zetten, dan zegt Martin wel eens : het is makkelijk om totale vrijheid te krijgen en te kunnen doen wat je wil, maar binnen de grenzen van een marktsituatie werken, dat is juist erg boeiend. En ik denk dat hij daar gelijk in heeft. We moeten niet te veel klagen. We moeten gewoon nog harder werken dan vroeger en de beperkingen erbij nemen. En u heeft dan nog een eigen atelier. Met de concurrentie van de vele ketens moet dat nu een erg moeilijke situatie zijn. Perna : Daar denk ik aan en daar lig ik soms wakker van. Ik weet niet hoe die ketens het doen : een mooi jasje maken, gevoerd en al, aan zo'n prijs. Daar kunnen wij niet tegenop. Maar uiteindelijk moet je verder. Wat me sterk maakt, is dat onze klanten anders zijn, dat ze een ander soort boetiek, een andere service en een ander soort kleding op prijs stellen. Ik denk dat onze klanten van een beetje meer begeleiding houden. Delocalisatie behoort niet tot de plannen ? Perna : We produceren in België, dat is een keuze die we gemaakt hebben, en daar blijven we bij. Het heeft z'n voordelen. We kunnen erg snel reageren en flexibel werken, klanten appreciëren dat. Door de grunge en alle nonchalance heen, heeft Alvini altijd elegantie gebracht. Van Massenhoven : Trends als grunge en destroy hebben de esthetiek der dingen kapotgemaakt. We hebben van slonzigheid een mode gemaakt. Dat kan in mijn ogen niet. Het mag zo extreem zijn als het wil, maar het moet verzorgd blijven. Ik ken de theorieën wel : dat mode een afspiegeling is van wat er leeft, dat grunge en destroy van de straat kwamen. Ik weet ook wel dat de werkelijkheid niet altijd elegant is. Maar als wij geen dromen meer kunnen presenteren, wie dan wel ? En dan heb ik het niet over onmogelijke ideaalbeelden waar geen enkele vrouw aan kan voldoen. Ik heb het over voorstellen en ideeën geen wetten die vrouwen stimuleren om zichzelf eens anders te bekijken. Ik ben altijd in elegantie blijven geloven, en ik voel heel duidelijk dat vrouwen er weer zin in hebben. Natuurlijk, als ik een straat vol leggings en vormeloze T-shirts zie, zakt de moed me in de schoenen. Maar ik zie ook andere dingen. Als ik op een feestje kom, merk ik dat vrouwen weer moeite doen, dat ze zich opkleden en daar plezier aan beleven. Het is aan ons om een klimaat te creëren waarin dat kan. Perna : Elegantie staat voorop, maar we hebben altijd oog voor het praktische aspect. Nu is dat bij vrouwen vaak een vals argument. Als een kledingstuk hen niet aanstaat en ze kunnen niet juist formuleren waarom, dan zeggen ze : dat is niet praktisch. Maar het is onze job om naar vrouwen te luisteren en hun argumenten te onderzoeken. Smalle en krappe mouwtjes zijn bijvoorbeeld heel elegant omdat ze voor een lang en slank beeld zorgen, maar vrouwen voelen er zich niet gemakkelijk in. Daar houden we rekening mee, het is tenslotte de bedoeling dat onze kleren gedragen worden. Van Massenhoven : Lengte is nog zoiets. Hoe mooi ik de nieuwe lengte ook vind, het lukt niet. Voor de foto's kan ik het silhouet wel op die manier presenteren en hopen dat het navolging krijgt, maar in de praktijk zie je er weinig van. En ik begrijp dat ook wel. Die nieuwe lengte is niet vanzelfsprekend ; je moet meteen alle proporties in het silhouet aanpassen en andere schoenen kopen enzovoort. Dus bieden we de rokken in drie lengtes aan. Ik ben geen dictator. Ik ga vrouwen niet verplichten om rokken van 62 cm te dragen als zij 48 cm mooier vinden. Motieven zijn ook een kracht van Alvini. Ik herinner me een zomer waarin drie verschillende prints in een kledingstuk werden gecombineerd. Perna : Dat is Martin. Hij houdt van discrete stoffen met micro-motiefjes, maar als hij motieven gebruikt, dan is het meteen raak : drie of vier tegelijk. U heeft het over de zomercollectie van '93, die heeft trouwens heel goed verkocht. Van Massenhoven : Ik heb een voorliefde voor tijdloze motieven ; voor dierenprints heb ik altijd een zwak gehad. Een mooie zebrastreep, tijgervlekken, dat kan heel stijlvol zijn. Maar ik kan net zo goed vallen voor zuiver beige en camel, mijn twee lievelingen in de wintercollectie. Ik ben eclectisch aangelegd. Ik kan me telkens weer verbazen over de veranderingen van richting die ik spontaan neem. Neem nu linnen : vroeger heb ik het aanbeden, kilometers heb ik ervan verwerkt, ik dacht dat ik nooit nog iets anders zou willen. Op de laatste stoffenbeurs had ik alleen maar oog voor synthetische en gemanipuleerde stoffen. En dat heeft niets geforceerds, het komt altijd vanzelf. De Amerikaanse en Engelse vakpers is euforisch, er zou zich een mentaliteitsverandering hebben voorgedaan : vrouwen zijn weer geïnteresseerd in mode. Van Massenhoven : Ze hebben de belangstelling nooit verloren. Als men mij op een feestje of receptie vraagt wat ik doe, en ik antwoord : ?mode?, dan ben ik voor de rest van de avond vertrokken. Er worden mij nog steeds dezelfde vragen gesteld als jaren geleden : welke kleuren worden mode, welke lengte moeten we dragen ; kortom : wat is in de mode ? De vrouwen die zeggen : het interesseert me niet, ik heb mijn stijl gevonden en daar blijf ik bij, die vormen een minderheid. Wij de modemensen hebben ons eigen graf gegraven door een anti-fashion te creëren. Op een bepaald moment was het heel in om te zeggen dat je tegen het modesysteem was, tegen de dictatuur van trends. We hebben vrouwen aan hun lot overgelaten en toen hebben ze afgehaakt. Het is toch logisch dat vrouwen een houvast nodig hebben. Het is hun job niet om met mode bezig te zijn. Het is aan ons om hen een aantal voorstellen te doen. Perna : Uiteindelijk is het dat wat trouwe klanten ons vertellen : ze vertrouwen ons. Ze weten dat ze met een Alvini-stuk krijgen wat ze willen : het juiste modegehalte ; een perfecte pasvorm ; iets wat speciaal is, zonder al te veel op te vallen. Het is zoals Martin zegt : het is niet aan vrouwen om exact te weten wat ze willen ; het is onze job om dat uit te vinden. Links : nylon mantelpakje met korte rok en aansluitend jasje met nepbont-kraag. Rechts : ensemble in wolcrêpe met getailleerd jasje met sjaalkraag en kokerrok tot onder de knie.Ingeweven bloemmotief met fluweeleffect voor dit korte, getailleerde jasje van katoen-viscose. Wordt gecombineerd met een kokerrok uit wolcrêpe, tot onder de knie.