Canada moet je per motorhome ontdekken. Overal zijn er parkeerplaatsen en het lijkt wel of één wagen op de twee een zwerfauto is. Hier zijn de camperrijders geen rare snuiters, ze maken deel uit van een perfect draaiende economie rond de grootste en oudste nationale parken. We draaien graag mee in dit verbluffende natuurschoon.
...

Canada moet je per motorhome ontdekken. Overal zijn er parkeerplaatsen en het lijkt wel of één wagen op de twee een zwerfauto is. Hier zijn de camperrijders geen rare snuiters, ze maken deel uit van een perfect draaiende economie rond de grootste en oudste nationale parken. We draaien graag mee in dit verbluffende natuurschoon. De tocht gaat door de provincie Alberta, een stukje Canada dat driemaal zo groot is als Groot-Brittannië. De oostzijde hoort nog tot de prairie, maar voorbij Calgary duiken de Canadese Rocky Mountains op. Hier liggen dicht bij elkaar vier nationale parken : Banff, Jasper, Kootenay en Yoho. We hebben één week tijd en kiezen meteen de mooiste stukken uit. Negenhonderd kilometer moet volstaan om te proeven van de overrompelende natuur. Vertrekpunt is Calgary, de stad van petroleum en vee op de uitgestrekte ranches. In de eerste week van juli vindt er de Stampede plaats, het grote rodeofestival. Meer dan één miljoen Amerikanen, Canadezen en wat buitenlanders verzamelen dan in Calgary om er tien dagen lang te feesten met cowboyhoed en -boots. 's Morgens kun je overal terecht voor een gratis Stampede-ontbijt, de beroemde dikke Canadese pannenkoeken met de overheerlijke maple syrup. Ook buiten de festivalperiode is de Stampede alomtegenwoordig, het hele jaar door. Dat merk je onder andere aan de vele zaken die deze naam dragen. Alberta is het land van de cowboys en de prairie-indianen. Behalve 859 souvenirshops met indianenprullaria en een wegrestaurant, uitgebaat door indianen, is daar nochtans weinig van te merken. Veel nadrukkelijker aanwezig zijn de sporen van de Olympische Winterspelen in Calgary (1988). Als een van de weinige organisators wisten de Canadezen hun Spelen met winst af te sluiten. Die winst wordt goed geïnvesteerd, onder meer in de bouw van het Ice House, een exclusieve oefenbaan voor bobslee- ers die hier onder meer kunnen leren hoe ze zo snel mogelijk kunnen starten. Want de eerste meters zijn cruciaal voor winst of verlies. Huurprijs van de piste : 200 euro (per uur). Na een ommetje langs de Zoo van Calgary (de enige plaats waar we echte beren zullen zien), gaan we onze motorhome ophalen, een dubbelassige Ford C30. De lengte, meer dan negen meter, valt nog mee, want Canadese of Amerikaanse trekkers draaien hun hand niet om voor een elf meter lange camper of caravan (bevestigd op hun pick-up). We mogen de motorhome niet in voor we een half uur videoles volgen in een klaslokaaltje. Zo'n rijdend huis heeft zijn eigen regels. Hoe kom je aan elektriciteit ? Wat doe je met je vuile water ? Waar moet je aan denken als je vertrekt ? Als je stopt ? Zodra we onderweg zijn, wordt het allemaal een stuk logischer. De uitstekende infrastructuur van de campings in Alberta maakt het ons trouwens zeer makkelijk. We laten Calgary achter ons en lijken het decor van een Imax-film binnen te rijden. Een spectaculaire opeenvolging van vergezichten en landschappen met ijselijk groene meren, watervallen en besneeuwde bergtoppen ontrolt zich. We hebben dan ook de twee mooiste parken uitgekozen : Banff en Jasper. De eerste stop wordt Tunnel Mountain TrailerCourt, een camping in Banff National Park, midden in de Rocky Mountains. Vlakbij ligt het stadje Banff, het Knokke-Zoute van Alberta, een romantisch en chic wintervakantieoord, bekend om zijn zwavelhoudende warmwaterbronnen. De ontdekking van die bronnen in het begin van de twintigste eeuw heeft de stad groot gemaakt. Vandaag zitten de Banff Upper Hot Springs vol Japanners die dampen in het warme bad. Het water is veertig graden en het uitzicht bezorgt me rillingen. Heet, heerlijk, ontspannend en lekker loom. Nadien ruikt de hele motorhome naar zwavel. Bij het binnenrijden van de Tunnel Mountain Trailer Court, de camping, worden we erop attent gemaakt dat het paartijd is voor de elanden. Dat betekent dat de Amerikaanse elanden ( mooses of elks) en wapiti's behoorlijk gewelddadig uit de hoek kunnen komen. Althans, de mannetjes. Als ik naar de douche wandel op de camping, kruis ik een vrouwtjeseland, die heel rustig voorbij waggelt. Ze kijkt zelfs niet op. Na mijn douche lopen er zes elanden door de camping. Tot opeens het door merg en been snijdend geloei van een stier ons waarschuwt. Dit is zijn territorium en een ander mannetje wordt in een kort maar zakelijk gevecht de uitgang gewezen. Het bloedstollende geloei, net een hysterisch geworden blokfluit, zal ik nog urenlang horen. "Take the picture ! Take the picture ! Take the picture !" gilt Bruce, de gids. Hij herhaalt het wel tienmaal en pas dan zien we waarom hij opeens zo hysterisch zijn rustige verhaal onderbrak. We zijn getuige van een lawine. Het pak sneeuw dat naar beneden dondert, is viermaal zo hoog als het gebouw in onze rug : het acht verdiepingen tellende FairmontChâteau Lake Louise. Dat megahotel met een hoog Disney-gehalte heeft een uitzicht waar je alleen maar van kunt dromen : Lake Louise. In 1980 werd dit meer door de Unesco geklasseerd als Werelderfgoed. Het hotel is dan ook meestal volgeboekt, zeker tijdens het seizoen. Omdat in 1840, Anna, de hertogin van Bedford en hofdame van Queen Victoria, het wachten voor het diner beu was (ze had gewoon verschrikkelijke honger) creëerde ze de afternoon tea. Dat beviel haar zo, dat het een gewoonte werd. Die Engelse traditie wordt vandaag nog in ere gehouden in Fairmont Château Lake Louise. Je kunt teaën na een flinke klimtocht van twee uur in een van de drie theehuizen op de pieken rond het Château. In de winter moeten we zeker eens terugkomen, dan hakken de personeelsleden een volledig ijskasteel, in ware grootte, op het meer. En schaatsen kan van november tot juni. De weg van Lake Louise naar Jasper National Park is ongetwijfeld een van de mooiste snelwegen ter wereld. Geen haarspeldbochten zoals in Zwitserland, maar één lange rechte lijn, dwars door de Rockies. Elke kilometer is het waard gereden te worden. De weg is een bezienswaardigheid op zich. Rijdend over de Yellowhead Highway heb je een prachtig uitzicht op Banff National Park en Lake Louise. Halverwege hebben we een afspraak met de Athabasca-gletsjer, de grootste in de Rocky Mountains, zes kilometer lang en met een totale oppervlakte van 300 km2. De Athabasca is een uitloper van het Columbia Icefield. Op sommige plaatsen is het ijs van de meest toegankelijke gletsjer ter wereld 365 meter dik. Jasper National Park is met zijn 10.878 km2 het grootste en meest noordelijke van de vier nationale parken in de Rocky Mountains. We stoppen op de Whislers Campground in Jasper. No vacancy meldt het bordje. Reserveren is onmogelijk, want overal geldt het principe first come, first served. Er zijn wel nog plaatsen zonder elektriciteit. Daar gaan we voor, en bestellen meteen wat houtblokken voor een kampvuur. Voor we doorrijden krijgen we een foldertje. We worden erop gewezen dat we niet alleen zijn. Grizzlyberen, poema's, wolven, coyotes en andere wilde dieren leven hier ook. Als we bij zonsondergang willen gaan wandelen, wordt ons op het hart gedrukt met minimaal zes personen op stap te gaan. Kwestie van indruk te maken op de beren. Gelukkig hebben we nooit indruk hoeven te maken. In deze periode van het jaar zitten de beren meestal iets hoger. Jasper Town is grotendeels gebouwd langs een rangeerterrein. Er komt net een passagierstrein binnenrijden : de Rocky Mountaineer. Dat is de trein uit de droom top-50, die een vast traject rijdt door de mooiste stukjes Rockies. De Rocky Mountaineer is uitgerust met extra grote ramen, zodat je geen centimeter mist van de panorama's. Voor de rest is Jasper een aaneenschakeling van souvenirshops. Ik stop bij de mountainbike shop en weet meteen waar de huurfiets zijn naam vandaan heeft. Het wordt een dag van afzien en genieten. Overdag brandt de zon op mijn hoofd, gutst het zweet van mijn lijf en 's avonds daalt de temperatuur tot 3°. Maar die bovennatuurlijke glinstering op de meren zal ik me het langst herinneren. Er is maar één weg van en naar Jasper. We moeten dus over dezelfde weg terug, hoe saai kan dit zijn ? Maar ! De nacht voordien is er tien centimeter sneeuw gevallen. Snow falls before the leaves fall, bloklettert de plaatselijke krant. En wij gooien de eerste sneeuwballen. Het wordt een sprookjestocht. De natuur heeft haar feestjurkje aangetrokken. Met de cruisecontrol aan genieten we van de witte rit. Bij elke bocht zetten we de motorhome even stil. Om de lucht te proeven, de sneeuw te voelen en helemaal groggy van het uitzicht terug achter het stuur te kruipen. Wat heeft een mens meer nodig ? Op de 250 kilometer tussen Jasper en Banff is er welgeteld één benzinepomp en één hotel. Num-Ti-Jah Lodge (het Indiaans voor boommarter) ligt op veertig kilometer van Lake Louise, aan Highway 93. Het Twin Peaks-gehalte is hier extreem hoog. Een boomlange en buitenaards vriendelijke garçon dient ons de heerlijkste wraps op die we ooit gegeten hebben. De metershoge open haard en de gigantische koppen van de opgezette wapitiherten en elanden kijken over onze schouders mee als we onze soep oplepelen. En het uitzicht ? De sneeuw heeft one of the most dramatic scenes in the Canadian Rockies nog wat extra cachet gegeven. Was ik niet met de motorhome, dan bleef ik hier ter plekke slapen. Dit hotel heeft als het ware zijn eigen privé-meer (Bow Lake). Het blauwe ijs van de Crowfoot Glacier hangt over het turkooizen water. De eerste sneeuw heeft dat hemelsblauw nog niet kunnen wegvegen. In het westen torenen de onherbergzame pieken van de Continental Divide over het immense Bow Glacier. Horen we nu nog iemand om zon smeken ? n Tekst Paul de Groeve