Hier ben ik dan aanbeland, in het midden van mijn leven - als het meezit tenminste, want al te voetstoots gaan wij ervan uit dat we de leeftijd van de gemiddelde mens zullen halen. Zelden staan we erbij stil dat we ontijdig weggerukt kunnen worden, bijvoorbeeld in de leeftijd van 43 jaar. Zoals die mannen en vrouwen die je aankijken vanuit de rouwrubriek in de krant. Soms hoopvol, soms ondeugend. Soms nog met pretlichtjes in de ogen. Niet zelden staat daar een versje bij, woorden die er een beetje 'over' zijn, maar mij toch even doen slikken, waarna ik zwijgend door het raam staar. Daar is meestal niet veel meer te zien dan huizen met glimmende tegels, met half neergelaten rolluiken die op geloken oogleden lijken. Huizen als loerende monsters, die zich nijdig hebben vastgezogen in de Vlaamse grond.

In mijn achteruitkijkspiegel, wegglijdend in het verleden, glanst nog het leder van de bok uit de gymzaal in het eerste studiejaar.

De snerpstem van meester Gheysen die zegt dat ik mijn vleessalade moet opeten, bah.

Het houten kruis in de refter, enorm en dreigend.

De breipennen van mijn grootmoe, rikketik rikketik.

De brooddoos met boterhammen, waarvan ik hoop dat er ei tussen zal liggen.

De portefeuille van mijn vader, zo ontzaglijk dat ik ze niet durf aan te raken.

Onze huisarts die zich het graf in heeft gedronken. Zijn goede vriend werpt een havanna op de kist en zegt : "Hier, Maurice. Rook deze ook nog maar van mij."

C., ten slotte, die de vrieslucht heeft meegebracht en met blozende wangen naar mij lacht en tot mijn verbazing doet wat ik haar schuchter gevraagd heb.

Zo helder zijn de filmpjes op de YouTube van mijn verleden. De toekomst is andere koek. Wat die brengt, weet geen mens. Als ik naar de toekomst kijk, zie ik een landschap vol grillige struiken waarin hoogstens wat schimmen vluchten voor de dageraad. Mensen zonder gezicht. Monden zonder woorden. Er zijn natuurlijk lieden die beweren dat ze méér zien. Of ze zich sterren- wichelaar noemen of koffiedikkijker, de toekomst is voor hen een open boek. Zoals de waarzegster die ik een paar jaar geleden bezocht. Ze was mij aangeraden door een schrijfster, aan wie ze feilloos het onverwachte succes van haar volgende novelle had voorspeld. Dat kon toch niet slecht zijn. Die moest het wel weten. Ik daar naartoe.

Amper ben ik binnen of de clairvoyante wordt "een krachtige geur van vanille" gewaar, die volgens haar wijst op bescherming. Vervolgens voorspelt ze mij de toekomst, nuchter alsof ze die opleest uit het Staatsblad. De dood van mijn grootmoeder, en wel heel precies : in maart 2006. "Haar stoel staat al klaar", zegt de helderziende, met een beeld waarvan ik gruw.

Die hele maand heb ik mottig geslapen. Verschrikt opgekeken bij elk gerinkel van de telefoon. Zoals bekend zijn we inmiddels september, 2007. Grootmoe is - touchons du bois - levend en wel en vijfentachtig. Ze leest mijn columns en noemt die kommels. Haar hand dwaalt door de haartjes van haar achterkleinkind, waarvan niemand de komst had voorspeld.

Tarotleggers en horoscooptrekkers : van mij mogen ze verboden worden. Bij het Klein Gevaarlijk Afval gezet. Behalve prof. Moustapha natuurlijk, het "zeer snelwerkende medium" van wie ik een strooibiljet vond, zomaar in mijn brievenbus. "Uw probleem is mijn probleem", stond in dat vlugschrift te lezen. "Ook in de meest hopeloze gevallen."

Wat ik daaronder moet verstaan, wordt verduidelijkt aan de hand van aanschouwelijke voorbeelden : krachtversterkers, bescherming tegen slechte mensen, genezing van alle lichamelijke kwalen, verdrijving van geesten en iets wat onttovering wordt genoemd. Volgen op gelijke hoogte : het verwerven van klanten, stoppen met roken, kansverbetering in het gokken en slagen in het rijexamen. En natuurlijk de onvermijdelijke evergreen : terugkeer van de partner, en wel meteen. "Impotentie niet nodig", voegt het strooibiljet eraan toe, alsook dat betaling pas dient te gebeuren na bewezen resultaten.

Zoveel correctheid is roerend. De wereld is nog niet klaar voor deze dr. Moustapha. Als verwerpelijke mensen maar geen misbruik van zijn goedheid maken.

Jean-Paul Mulders