In de States is hij uitgeroepen tot cybergoeroe, maar daar wil hij niks van weten. Want cyberland kent geen deskundigen, of het zouden de ?screenagers? moeten zijn. Het is dan ook de hoogste tijd dat volwassenen zich aanpassen aan hun kinderen. Een spirituele intellectueel over jeugdcultuur, new age en onafhankelijkheid.
...

In de States is hij uitgeroepen tot cybergoeroe, maar daar wil hij niks van weten. Want cyberland kent geen deskundigen, of het zouden de ?screenagers? moeten zijn. Het is dan ook de hoogste tijd dat volwassenen zich aanpassen aan hun kinderen. Een spirituele intellectueel over jeugdcultuur, new age en onafhankelijkheid.Jim Schilder / Foto Denise Bosco Wie in zijn 35ste levensjaar 7500 dollar voor een spreekbeurt krijgt en een adres heeft in New Yorks Greenwich Village, moet over een riant huis beschikken. Misverstand. Een versleten houten trap zonder vloerbedekking voert naar de derde etage, waar Douglas Rushkoff een klein appartement bewoont. ?Hallo, dag, kom binnen, wat een ochtend...? Te laat naar bed gegaan ? ?Nee, die lui van Wired vallen me lastig. Heb je al ontbeten ?? Geluiden in de slaapkamer duiden op de aanwezigheid van een tweede bewoner. Het is wat krap in de living, die ook dienst doet als kantoor. Een bureau met pc, veel papier, overal boeken en bladen, een grote bank. ?Laten we maar naar het café gaan.? Rushkoff is een lastig fenomeen. Hij is een bekende verschijning in internetkringen, schreef boeken en artikels over de cyberrevolutie, maar gelooft niet in autoriteiten op dit terrein. Toch kan hij niet voorkomen er zelf een te worden. Time-magazine noemde hem vorig jaar een van de nieuwe futurologen. Een opinieblad betitelde hem als ?de briljante opvolger van McLuhan?. The New York Times signaleerde dat grote bedrijven bij hem aankloppen voor advies. Sony, Pepsi, (Ted) Turner Broadcasting en een commissie van de Verenigde Naties behoren tot zijn klanten. ?Sinds dat verhaal in Times denkt men dat ik veel geld verdien, maar dat is niet waar. Ik geef ook spreekbeurten in scholen en arme culturele instellingen, en daar doe ik het voor niks. Maar dat schrijft niemand op.? Hij houdt van intellectuele verkenningen en wiskunde, vindt sociologie geen wetenschap maar het tarot wel. Hij moet niks hebben van verhalen over ufo-ontvoeringen, maar vindt het wel aannemelijk dat we af en toe bezoek krijgen van aardse wezens uit de toekomst. Terwijl een ober in het Village-café grote kommen slappe koffie op tafel zet, bladeren we in zijn laatste boek Playing the future. Het beschrijft de wereld van de screenagers, een term die Rushkoff heeft bedacht voor kinderen en jongeren die zijn opgegroeid met televisie met twintig of meer kanalen, afstandsbediening, computers, spelletjes en internet. Jongeren die hebben geleerd van onderwerp naar onderwerp te springen en die met tien dingen tegelijk bezig kunnen zijn. Volgens bezorgde volwassenen zijn ze daardoor ook oppervlakkiger geworden. Ze zouden zich niet voor langere tijd op hetzelfde onderwerp kunnen concentreren. Rushkoff gelooft dat niet. ?Ik heb onderzoeken gezien die dat bevestigen en andere die het tegenspreken. Ik geloof niet dat kinderen een kortere aandachtsspanne hebben. Ze kunnen nog steeds uren met iets bezig zijn, uren naar iets luisteren. Maar ze hebben minder tolerantie voor programmering, voor gestuurd worden. Zodra ze het gevoel hebben gemanipuleerd te worden, zijn ze weg. Ze hebben weinig trek in de waarden van de consumptiecultuur zoals die de afgelopen decennia door ouders werden doorgegeven : koop een auto, verdien veel geld, sluit een Assepoester-huwelijk.? Het is niet zo vreemd dat Rushkoff door bedrijven wordt gevraagd om over jongeren te praten. Voor zijn boek heeft hij zich verdiept in hun vrijetijdsbesteding, in de wereld van Dungeons & Dragons, van magische computerspelletjes, van de Goth-subcultuur, van rave-dansparty's, van sciencefiction. Hij geeft een nieuwe betekenis aan sporten als surfen en snowboarden, en beschrijft een overeenkomst met de rave. Samengevat luidt zijn interpretatie dat de tieners en twintigers geen behoefte meer hebben aan overzicht en structuren. Hun ouders hebben de gewoonte om de werkelijkheid te ordenen, om te denken in lijnen van A naar B. Ze houden van verhalen met een plot. En van skieën, want dat speelt zich af op een afgebakend parcours. Nee, dan de snowboarder. Hij flirt met gevaar, met de grilligheid van de natuur, hij zoekt de balans tussen beheersing en overgave. Ook de rave is een poging los te komen van je bewustzijn als individu, een poging om door urenlange beweging op te gaan in een groter geheel vol extase en liefde. Pulp fiction vinden jongeren een mooie film omdat die de regels van de logica tart. Ze kunnen zich overgeven aan een chaos waarin alles met alles samenhangt. Zo ongeveer. Doen er eigenlijk ook meisjes aan die sporten ? Douglas Rushkoff : Nog niet veel, hoewel snowboarden populair wordt bij vrouwen. Maar ze hebben de heroriëntatie van die sporten ook niet nodig. Vrouwen zijn al veel meer ingesteld op holistisch denken, op de chaostheorie. Het zijn de mannen die het simpele lineaire denken achter zich moeten laten. En de volwassenen in het algemeen. De babyboomers waren de eersten die een ander pad insloegen dan dat van hun ouders. Maar nu gaat het nog verder. Ouders moeten nu het pad inslaan van hun kinderen. Surviving the end of the world as we know it was de oorspronkelijke ondertitel van het boek. Mijn bedoeling was te schrijven over de angst voor de Apocalyps en de lezer een methode te geven om daar vanaf te komen. Die angst komt voort uit het klassieke geloof in een begin, midden en eind. Geloof in verhalen met een afloop. De behoefte aan een conclusie, aan versimpeling, aan een logische lijn. Als onze cultuur die conclusies en reductie echt nodig heeft, zouden we onszelf om zeep moeten helpen. Daarom bepleit ik een culturele evolutie. Je schrijft dat we af moeten van de scheiding tussen wetenschap en religie. Waarom ? Het was iets tijdelijks. Ik geloof wel dat het zijn nut heeft gehad. Dat het goed was dat beide een tijd lang een eigen weg gingen. De scheiding tussen lichaam en geest of die tussen man en vrouw is ook goed geweest. Dat is de manier waarop we ons ontwikkelden. Via tegenstellingen. De klassieke wetenschap was reductionistisch, lineair, van A naar B. Dat was goed om simpele dingen te begrijpen, de basiselementen van de fysica. Waarom beweegt een auto ? Waarom vermindert de snelheid ? Hoe werkt verbranding ? Zulke dingen. Maar dat heeft geen vat op een groot deel van de natuur en zeker niet op cultuur. Het is goed als de twee weer samenkomen. John Brockman noemt het de derde cultuur. Het lastige is dat als je dat bepleit, je van twee kanten onder vuur komt te liggen. Mijn spirituele vrienden vinden me te wetenschappelijk, en andersom. Wetenschappers vinden me een halve gare omdat ik verschijn in new-agebladen. Waarom ontwikkelde je een computerversie van het tarot ? Ik wilde laten zien dat er geen tegenstelling is tussen spiritualiteit en technologie. Dat je zowel papieren kaarten als een computer kunt gebruiken voor hetzelfde doel. Gebruik je het tarot ? Ja hoor. Eerder werkte ik met de i tching, en dat zijn heel wijze teksten maar mij ook iets te strategisch. Dat zegt dingen als ?doe iets? of ?verberg je? of ?wacht?. Daar doe ik het niet voor. Als ik zoiets raadpleeg, wil ik reflectie. Bij het tarot kun je meer je eigen gang gaan, je kunt het interpreteren zoals je wilt. Het is zoiets als droomanalyse. Nee, de runenstenen gebruik ik niet. Daar zijn er ook niet zoveel van, terwijl het tarot 78 kaarten heeft. Dat is wiskundig toch leuker. Ach, ik zal wel een new age nerd zijn. Magie en wetenschap zijn hetzelfde. Wetenschappers zouden moeten erkennen dat ze bezig zijn met vermoedens en magie. Ennewe-age-adepten moeten zich niet verschuilen achter een helderblauw licht. Zo'n i tching is werkelijkheid, dat is een wiskundig systeem. Ik kan niet goed tegen chaotische spirituele types die geen systeem willen accepteren. Denk je dat screenagers deze dingen makkelijker aanvaarden dan de babyboomers ? Ja, omdat het kinderen zijn en die zijn ontvankelijker. Toen wij jong waren, kwam je er weinig mee in aanraking. Wij hadden televisie, onze ouders niet. We zijn opgegroeid met de sitcoms en de dramaseries. Kinderen van nu hebben dat allemaal ook, plus videospelletjes en internet. In zekere zin zijn wij de treurigste generatie. Opgegroeid tijdens het hoogtepunt van het consumentisme. Met fabrieksbrood en kunstmatige rommel in het eten. We zaten aan het eind ervan en waren de eersten om te roepen dat dat allemaal niks betekende. Maar onze onafhankelijkheid stelt niks voor vergeleken met die van de jongeren van nu. Je vindt dat er vaak te bangig wordt gereageerd op nieuwe ontwikkelingen zoals internet. Ouders en overheid zijn bezorgd dat kinderen in aanraking komen met verkeerde dingen. Wat vind je van de reacties op de gekloonde dieren ? Net zoiets. We zijn bang voor macht, voor controle. We vonden dat God daar de baas over was. Maar papa is vertrokken en nu moeten we het zelf doen. Er is angst voor misbruik, en er zijn natuurlijk ook slechte mensen. Maar ik geloof dat onze technologische vooruitgang gelijk opgaat met morele vooruitgang. Je kunt wel beweren dat we het buskruit uitvonden en vervolgens elkaar gingen doodschieten, zeker, maar ik geloof toch dat het besef steeds verder doordringt dat oorlog een foute zaak is. De oude sciencefiction-cyberpunk-schrijvers gingen ervan uit dat de mens steeds dezelfde slechterik bleef terwijl de techniek vooruitging, en dat die dus gebruikt zou worden voor nog meer kwaad. Dat is niet waar. Hoop ik. In je boek ga je nogal tekeer tegen mensen die iets hebben met ufo's. Ik wilde aangeven dat zulke toch wat paranoïde ervaringen voortkomen uit angst voor de toekomst, angst voor het hebben van controle. Eerst ontplofte aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de atoombom, en daarna begonnen al die ufo-waarnemingen. De verhalen over ontvoeringen door aliens begonnen nadat abortus was gelegaliseerd ; die verhalen gaan vaak over ingrepen die met seksualiteit te maken hebben. Er is angst over de mogelijkheid van genetische ingrepen. Ik geloof niet dat het individuele ervaringen zijn. Ze zijn cultureel bepaald. Ze komen voort uit een collectieve schaamte, een collectief schuldgevoel. Ik wilde een aanval doen op een new-agecultuur, op bijgeloof en paranoia voortkomend uit angst. Veel new-age-adepten zijn tegen technologie, tegen toekomstdenken. Goed, ze zitten ook op het Net. Maar die worden weer verdacht gemaakt door de echte hippies. Als ik lezingen geef, krijg ik een hoop stront over me heen van new-agemensen : ?Niet te geloven dat je technologie propageert, we willen daar juist vanaf.? Zulke dingen. Fel, heel vijandig. Nee, er bestaat niet zoiets als de new age, ik maakte een generalisatie. New age is eigenlijk een marketingterm om spiritualiteit te verkopen. De kwaliteit van mijn schrijven gaat altijd achteruit als ik boos word. Dan krijg je die algemeenheden. Aan de andere kant is het ook wel eens goed om te provoceren ; misschien zet dat iemand aan het denken. Je wilt nergens bijhoren. Ja en nee. Je blijft onafhankelijk. Maar je staat ook alleen en dat is wel eens pijnlijk. Maar er is een nieuwe groep in opkomst van mensen die nergens bijhoren. Mensen die beseffen dat al die instellingen en structuren belachelijk zijn. Die willen gewoon plezier hebben. Ze zijn pro technologie, voor entertainment, en tegen bemoeizucht en onderdrukking. Nee, ik kom ze niet zozeer tegen op internet. Wel bij lezingen van mezelf en van anderen. Rushkoff schrijft een column in de Britse krant The Guardian, waarin hij onlangs een aanval lanceerde op het Amerikaanse cyberblad Wired. Enerzijds omdat het blad nauwe banden zou hebben met Global Business Network, een groep ondernemers en wetenschappers die zich uitspreken over eigentijdse kwesties en die, aldus Rushkoff, voor bedragen van tien- tot vijftienduizend dollar per uur bedrijven adviseren. Hun klanten verschijnen daarna surprise ! op de cover van Wired. Rushkoff vindt het een schande dat het tijdschrift zo'n band tegenover de lezer geheimhoudt. Daarnaast vindt hij dat het blad angst verspreidt en uitbuit, zodat het zich kan opwerpen als de grote deskundige in cyberspace. In zijn boek citeert Rushkoff de The New York Times, die over het blad schreef : ?De boodschap is duidelijk, zonder Wired verzuip je. Het blad schildert de toekomst als een afschrikwekkend oord.? Door handig taalgebruik en suggestieve vormgeving wordt de lezer bang gemaakt voor nieuwe technologie, meent Rushkoff. Hij kan van die angst worden verlost door achter het blad aan te lopen. Terwijl juist de afwezigheid van leiders kenmerkend is voor cyberspace. Het commentaar is hem niet in dank afgenomen. ?Nu krijg ik Wired achter me aan. Mijn boeken worden afgekraakt, uitspraken van vijf jaar geleden worden belachelijk gemaakt. Ze plaatsen kritiek in gespreksgroepen op internet. Mag, prima, kan ik van leren. Maar dat verandert niks aan mijn mening over het blad. En een reactie daarop heb ik nog niet gehad. Griezelig is wel dat veel mensen geen kritiek op Wired durven te leveren. Ik heb veel e-mail gekregen in de aard van : 'Durf jij aan Wired te komen ! ? ' Veel schrijvers laten weten het met me eens te zijn, maar durven in het openbaar niks over Wired te zeggen. Ongelooflijk, zoveel angst.? Je hebt je eerste roman bij de uitgever ingeleverd. Waarom nu fictie ? Om de waarheid te vertellen. Over mijn ervaringen, mijn opvattingen. En voor de lol. Men denkt dat ik dat hele cybergedoe zo vreselijk serieus neem, maar dat is niet waar. In het boek beschrijf ik hoe gek al die lui zijn. En dat het toch weinig meer is dan een storm in een glas water. Het gaat over een rave-club die verandert in een cult en erg paranoïde wordt. Dat loopt wat uit de hand. Bestaat Generatie X nog ? Het was een term die marketeers uitvonden voor een groep mensen die ze niet begrepen. Maar die term komt ook voor in de titel van een van je eigen boeken. Ja, de GenX-reader. De bedoeling was te zeggen : hier zijn we, jullie weten niet wie die generatie is, hier heb je vijftien voorbeelden van teksten uit die groep. Over hun ervaringen. Lees het en je ziet hoe verschillend ze zijn. Maar die groep die geen groep was, is voorbij. Generatie X was veel meer een moment dan een groep mensen. Het moment waarop je beseft : shit, er is vreselijk veel marketing, overal, en ik word behandeld als een doelgroep, ze gebruiken oorlogstactieken tegen mij, ik ben het doel. Daar heb je dan geen zin meer in. In die zin is GenX over. We weten het nu, we leven ermee. GenX sloeg op het ontwaken. En op het besef bij de marketeers dat de tactieken niet meer werkten. Daarom huren ze nu mensen als ik om ze te vertellen wat ze moeten doen.