Het begon met een gemiste bus op een grijze, sombere maandagochtend, zo'n echt Belgische zomerdag. Ik stond aan het station van Marloie en wou naar La Roche, het startpunt van mijn tocht, maar de trein had vertraging, de bus was al vertrokken en de volgende bus pas over twee uur. Gevloek dus. Ik belde dan maar Denis Jusseret, de bedenker van de wandeltocht die ik wou ondernemen. "Geen paniek. Ik kom eraan !", klonk het meteen. Denis, een magere, kwieke zestiger, heeft geen boodschap aan gesakker van gehaaste stadsbewoners. De duivel-doet-al en ex-reclameman kent zowat iedereen in de Luxemburgse toeristische sector. Voor de wandeltochten sloot hij niet alleen overeenkomsten met de uitbaters van gastenkamers en met de federatie van de Gîtes de Wallonie, hij bracht ook eigenhandig, van La Roche tot Bouillon, alle markeringen op de wandelroute aan, met wit-gele stickers en verfstrepen op bomen, borden en wegen.
...

Het begon met een gemiste bus op een grijze, sombere maandagochtend, zo'n echt Belgische zomerdag. Ik stond aan het station van Marloie en wou naar La Roche, het startpunt van mijn tocht, maar de trein had vertraging, de bus was al vertrokken en de volgende bus pas over twee uur. Gevloek dus. Ik belde dan maar Denis Jusseret, de bedenker van de wandeltocht die ik wou ondernemen. "Geen paniek. Ik kom eraan !", klonk het meteen. Denis, een magere, kwieke zestiger, heeft geen boodschap aan gesakker van gehaaste stadsbewoners. De duivel-doet-al en ex-reclameman kent zowat iedereen in de Luxemburgse toeristische sector. Voor de wandeltochten sloot hij niet alleen overeenkomsten met de uitbaters van gastenkamers en met de federatie van de Gîtes de Wallonie, hij bracht ook eigenhandig, van La Roche tot Bouillon, alle markeringen op de wandelroute aan, met wit-gele stickers en verfstrepen op bomen, borden en wegen. La Roche. In de dorpsslagerij met dezelfde naam voorzie ik me van proviand. Ik kies voor een half stokbrood, rijkelijk belegd met - uiteraard - Ardense ham. Ik ben helemaal klaar voor de tocht, ook al is de hemel even dreigend en donker als de steile, modderige helling waar het pad van mijn Transardennaise begint. Maar niet gezeurd. Ik hoef overigens niets mee te sleuren, Denis zorgt altijd voor het transport van de bagage, van gîte naar gîte. "Het comfort van onze klanten gaat voor alles", grijnst hij en hij overhandigt mij nog de kaarten en een fles water. "Tot straks !" Al na de eerste kilometers van de eerste etappe van 22 kilometer, begin ik het weldoende, ontspannende effect te voelen. Lichtstralen priemen door het gebladerte, ik snuif de geuren op van dennenbomen, van nat gras en vochtige aarde, die mij herinneren aan mijn jeugd. Tarwevelden buigen onder de windvlagen die elkaar met militaire regelmaat opvolgen. Geleidelijk aan ontwikkel ik een regelmatig wandelritme. Ik denk aan Nietzsche, die filosoof die ooit zei dat zitten een zonde is tegen de geest, want "alleen gedachten die ons tijdens het wandelen invallen zijn waardevol". Tot mijn filosofisch gemijmer wordt onderbroken door een ree en twee vosjes die achtereenvolgens mijn pad kruisen. Ondanks de motregen geniet ik van de landschappen en de stille dorpjes op de route naar mijn bestemming voor vandaag : Fosset (Sainte-Ode), waar de bekende symbolistische schilder Fernand Khnopff zijn jeugdvakanties doorbracht en later menig landschap vereeuwigde. Dat zegt genoeg over het schilderachtige van de streek. Om te overnachten word ik verwacht in het naburige gehucht Tillet, in L'enclos des Fresnes, een Ferme Gourmande met gastenkamers. "Het is hier dat de beroemde tank die nu in Bastogne staat, vast kwam te zitten tijdens de Slag om de Ardennen", vertelt onze gastheer Théo. De kwikke tachtiger met baseballpet gebeiteld op het hoofd was vroeger landbouwer en is nu gespecialiseerd in het verzamelen van paddenstoelen en het ontvangen van toeristen. Hij weet waarover hij spreekt, want hij was erbij als twaalfjarige knaap toen de Amerikanen zich vastreden in de modder. "Er werd gevochten van man tot man, wij moesten ons verstoppen in de stallen." Luisterend naar zijn verhalen over wat zich hier tijdens de oorlog heeft afgespeeld, geniet ik van een Jonquille, een pittig streekbiertje, gevolgd door een overvloedige maaltijd. Théo's vrouw, Cécile, serveert royaal pasta, gevulde kwartels en zalige desserts. Cécile Longueville is overigens niet de eerste de beste. In 2003 ontving zij van Koning Albert een Ereteken voor de arbeid. De ingelijste oorkonde hangt als bewijs boven de keukendeur. Ze was 59 toen ze begon aan een koksopleiding, een prestatie waar ze nog altijd trots op is. "Toen ik veertien was, moest ik mijn vader helpen met de koeien. Ik had niet te kiezen, ook al droomde ik ervan ooit een restaurant te beginnen. Zo zie je, je bent nooit te oud om je dromen waar te maken." Daarop heffen we graag het glas. Als toemaatje zet Cécile zich aan haar orgeltje en begint uit volle borst liedjes te zingen uit de oude doos, van La Java Bleue, J'attendrai tot Viens boire un petit coup. Het wordt een zachte, zoete nacht. Na het onverwachte avondlijke cabaret chantant ga ik 's anderendaags welgemutst op weg naar Saint-Hubert. Een kleine twintig kilometer. Bijna helemaal door het bos, behalve het begin van de etappe die langs enkele dorpjes voert. Bij de slagboom aan de ingang van het bos van Freyr overschrijd je een even tastbare als symbolische grens. "U bent nu in een tempel van de natuur", schrijft Françoise Lempereur in de gids van de Transardennaise, die mij de weg wijst. De stilte is hoorbaar. Je zou er zowaar poëtisch van worden. De beschaafde wereld kondigt zich weer aan met het gezoem van zweefvliegtuigjes hoog boven de weilanden rond het vliegveld van Saint-Hubert. Een klinkende naam die verbonden is met adel, met de jacht. Maar het is laagseizoen en dat merk je ook aan de slaperige service in het Maison du Tourisme. De sfeer is niet echt opwekkend en om mijn zinnen te verzetten, trakteer ik mezelf op een stevige côte à l'os, in de schaduw van de imposante basiliek. Moe van de stevige boswandeling, ga ik daarna meteen onder zeil. Saint-Hubert by night ? Het zal voor een andere keer zijn. De volgende ochtend staat nog meer bos op het programma. Er hangt een hardnekkige nevel en het wordt een vochtige tocht - 27 kilometer - tot in Nassogne. Maar eerst ga ik me bevoorraden bij de Sanglier des Ardennes in het centrum van Saint-Hubert. Hier ga je niet weg zonder een voorraad Borquin, een lichtgerookte varkensworst met knoflook en kruiden. En meteen ziet de dag er al heel wat beloftevoller uit. Maar ook zonder deze lekkernij zou het een geslaagde dag geworden zijn. Van de eerste drie etappes van de Transardennaise die ik gelopen heb, is dit zonder twijfel fysiek de zwaarste, maar ook de mooiste. De natuur is overweldigend. Ik loop langs berkenbosjes, gedomineerd door hemelhoge eiken en beuken, door prachtige landschappen met bucolische taferelen en houten bruggetjes, klaterende rivieren en spiegelende waterplassen. Als ik in Nassogne arriveer, ben ik helemaal in de ban. Ik zou hier best wat langer willen blijven, te meer omdat er enkele excellente restaurants zijn, zoals La Gourmandine en Le Beau Séjour. Bovendien leidt de volgende etappe naar Mirwart, het 'thuisdorp' van acteur Olivier Gourmet (onder meer bekend van de films van de broers Dardenne). Maar dat zal voor een volgende keer zijn, we komen zeker terug. Tekst en foto's Baudouin GallerDe Transardennaise is een ideale tranquillizer voor gestreste stedelingen met behoefte aan zuurstof en weidse luchten