Met de zomer voor de deur en met een honger naar steeds beter aangepast transport, hebben we vorige week de vierwieler ingeruild voor een selectie van scooters. Scooters raken almaar meer ingeburgerd, vorig jaar werden er in ons land zo'n 27.000 stuks van verkocht. Niet Piaggio, de uitvinder van de Vespa, maar het Franse MBK spant de kroon met 6000 verkochte exemplaren, op de voet gevolgd door Peugeot. MBK is al jaren een volle dochter van het Japanse Yamaha en de leiderspositie van de constructeur is zonder twijfel het gevolg van een gevarieerd aanbod en het perfecte aanvoelen van de markt.
...

Met de zomer voor de deur en met een honger naar steeds beter aangepast transport, hebben we vorige week de vierwieler ingeruild voor een selectie van scooters. Scooters raken almaar meer ingeburgerd, vorig jaar werden er in ons land zo'n 27.000 stuks van verkocht. Niet Piaggio, de uitvinder van de Vespa, maar het Franse MBK spant de kroon met 6000 verkochte exemplaren, op de voet gevolgd door Peugeot. MBK is al jaren een volle dochter van het Japanse Yamaha en de leiderspositie van de constructeur is zonder twijfel het gevolg van een gevarieerd aanbod en het perfecte aanvoelen van de markt. De Franse fabrikant brengt een heel assortiment scooters op de markt. Opwindende koetswerken en in het oog springende kleuren moeten allerlei doelgroepen aanspreken. Toch is er ook een gemeenschappelijke noemer: scooters hebben een vorm die nog duidelijk aan die van de Vespa herinnert. De rijder plaatst zijn voeten in een uitsparing die beschermd wordt door een mooi gevormd stuk koetswerk en hij hoeft niet manueel te schakelen. Ten slotte beschikken scooters ook over een elektrische starter, zodat iedereen er in geen tijd mee overweg kan. Het motorenaanbod is indrukwekkend: er rijden zowel twee- als viertakters rond, terwijl de cilinderinhouden van 50 tot 250 cm3 kunnen variëren. Een klassieker bij MBK is de Booster, nieuw zijn de nerveuze Thunder en de sleeky urban Doodo, waarvan de omschrijving alleen al de moeite waard is. We lezen dat de Doodo voor de rijpere consument bedoeld is. Doodo's friendly, flowing lines are funky, sci-fi retro - a kooky mix of ultra-modern and 20th century classic - misschien begrijpt u wat de fabrikant daarmee bedoelt. Verder produceert het ding hush-hush noise levels. Veelzeggender vinden we dat Doodo met zijn 125 cm3-motor zo'n tien kg lichter is dan zijn concurrenten. Zelf gaan we eerst op weg met de compacte 50 cc Stunt, die vorig jaar werd gelanceerd en voor fun like a skateboard moet zorgen. Wel hebben we wat moeite met het starten en met de manuele choke, maar eenmaal opgewarmd, loopt de Stunt als een trein(tje). Volgens de constructeur is hij ontworpen om customised te worden, want tenslotte gaat het er in de scooterwereld ook en vooral om gezien te worden. In de shop staat een heel gamma van voetplanken en afneembare flanken klaar, zodat men bij tijd en wijle van persoonlijkheid kan veranderen. De Stunt is zeer manoeuvreerbaar, maar tegelijkertijd behoorlijk luidruchtig en met 50 km/uur is het beste eraf - dat is voor onze persoonlijkheid aardig vroeg. Over dus naar de Thunder, met die karakteristieke spleetogen waarin de lichten zijn ondergebracht en met de 125 cc, vloeistof gekoelde viertaktmotor. In geen tijd verdwijnen we in het achterland van Saint-Tropez om ons volop over te geven aan het rijplezier. Want met de Thunder belanden we meteen in een heel ander, sportiever segment. De rit met de Donder bevalt ons meteen en met half open vizier herontdekken we de geuren van de Provence, de wind op het gezicht en vooral de smaak van de vrijheid. En daar kan geen ander argument tegenop. In de heuvels rond Gassin slalommen we om de traag kruipende auto's met hun opgesloten inzittenden. Bij MBK zijn ze niet bang van woorden en tussen de bedrijven door lezen we dat onze Thunder in skyscraper silver is gezet, een aardig accent dat wonderwel past bij onze zwarte helm met flitsend rode versiering. De Thunder doet zijn naam eer aan, flitst bliksemsnel weg en haalt in geen tijd 90 per uur. Het kan ook sneller, maar bij die kruissnelheid voelen we ons allebei opperbest en bovendien blijkt de tweewieler bij dat tempo een zeer betrouwbare kompaan. In de snelle bochten hoeven we nauwelijks gas te minderen. We raken ook onder de indruk van de prestatie van de twee performante schijfremmen, maar schrikken toch even van de prijs: 150.000 fr. voor een fraai afgewerkt stukje speelgoed vinden we aan de dure kant. Voor het dubbele koop je een kleine auto voor vier en zit je lekker onder dak. Als afsluiter praten de gastvrouwen ons de zogenaamde superscooter aan: de Skyliner met de lange wielbasis. Kwatongen spreken van een salonscooter, wij kunnen alleen zeggen dat de lage zit ons wat minder bevalt. Terzelfder tijd geven we grif toe dat hij aardig vooruitkomt. Maar toch: zo'n Skyliner lijkt ons veeleer iets voor een trendy opa-en-oma die wat op te halen hebben. Tijdens de rustpauze onderweg - bij een vin blanc du pays - speurt onze blik onwillekeurig naar de andere testrijders, die intussen met zo'n flitsende Donder onderweg zijn. PIERRE DARGE