Ex-tennisster, coacht managers

Het verschil tussen een speelster uit de top 50 en één uit de top 10 zit hem in het kopje. Als je positief denkt, krijg je meer zelfvertrouwen, heb je je emoties beter onder controle en voel je je fysiek sterk. Dié boodschap geef ik mee in de seminaries energy management die ik tegenwoordig geef. Zakenlui moeten leren op stress te anticiperen.

Twee jaar duurde het voor ik me de taal en de mentaliteit van de bedrijfswereld eigen had gemaakt, maar nu praat ik vlot met leidinggevenden van grote bedrijven. Topmanagers zijn gefascineerd door topperformance. Als vrouw in de mannenwereld van de business is het een pluspunt dat ik effectief aan de top heb gestaan. Als ik vertel over de stress van de matchbal trekt niemand mijn geloofwaardigheid in twijfel.

Het sociale contact heb ik heel hard gemist tijdens mijn sportcarrière. Je leeft als tennisster in een bubbel.

Vrienden heb je niet in het tennis. Je staat alleen. Hoe minder je je concurrenten kent, hoe beter. Mocht een tegenspeelster een vriendin worden, je zou haar niet meer kunnen afmaken op het terrein. Je mag geen kwetsbaarheid tonen. Zeker voor vrouwen is zoiets niet eenvoudig. Ik begrijp heel goed waarom Justine Henin zich zo afsluit.

Niet alles is een succes geweest. Om de top te bereiken, moét je soms falen. Mijn grootste fout ? Dat ik tussen m'n 20ste en m'n 22ste alleen reisde, zonder coach. In die periode ontdekte ik dat ik iemand naast me nodig had om me te begeleiden en mijn spel te analyseren.

Mijn grootste troef was mijn aangeboren vechtersmentaliteit. Zonder die verbetenheid was ik nooit top 10 geworden. Ik heb me erg moeten bewijzen omdat mijn talent niet meteen erkend werd door de Tennisfederatie. Ik moest vechten voor respect.

Ik had eerst te veel ontzag voor de toppers. Toen ik in 1997 Arantxa Sanchez, de toenmalige nummer twee, klopte op de Australian Open, kwam de klik. Het gaf een boost van zelfvertrouwen. De internationale doorbraak was een feit.

Ik ben blij dat ik op mijn hoogtepunt kon stoppen. Met brons op de Olympische Spelen in 2000 had ik alles bereikt wat ik kón bereiken. Ik had het maximum uit mijn potentieel gehaald. De passie ebde weg toen ik mijn moeder verloor. Ik begon het tennis te relativeren. Plots besefte ik dat een wedstrijd verliezen géén ramp is.

Vijftien jaar geleden kon presteren met overgewicht nog in het vrouwentennis. Vandaag wordt dat genadeloos afgestraft. Wie niet fit is, kan het vergeten. Neem nu Roland Garros : omdat je op gravel speelt, zijn de rally's langer en sta je twee tot drie uur op de baan.

Topsport is ongezond. Ik merk geregeld dat ik veel van mijn lichaam heb geëist. Als ik ga joggen, krijg ik na veertig minuten last van mijn knie. Ook mijn heup en mijn lage rug hebben duidelijk afgezien.

Als een huwelijk mislukt, ligt de fout bij de twee partners. Je mag niet in het verleden leven, je moet vooruitkijken. We hebben een prachtige dochter samen : zij is de toekomst. Door mijn echtscheiding ben ik een beter mens geworden.

Nooit hadden we ruzie. Zeven jaar lang waren we onafscheidelijk. Dat het toch spaak liep, gaf mijn geloof in het huwelijk een knauw. Maar zeg nooit nooit. Vorig jaar ben ik opnieuw getrouwd. Ik ben intussen een ander mens : ik probeer van elke dag te genieten.

Mijn prioriteit is niet langer mezelf. Dat is mijn dochter nu. Wat niet wil zeggen dat ik in functie van haar leef. Ik zie er ook op toe dat ik genoeg tijd vrijmaak voor mezelf en voor mijn man Erik. Als ik daarin een goed evenwicht vind, voel ik me lekker in mijn vel en straalt dat af op anderen.

Ik geloof dat kinderen nood hebben aan structuur en regels. Ze altijd laten doen waar ze zin in hebben, lijkt me niet gezond. Waar ligt dan nog de grens ? Zelf ben ik streng opgevoed. Streng maar rechtvaardig. En met veel liefde.

Dominique Monami (34), ex-tennisster, is coach bij het Mentally Fit Institute. Ze leert bedrijfsmensen hun grenzen te verleggen. Deze week verschijnt haar biografie, Een kwestie van karakter, bij Lannoo. Info : www.mentallyfit.be.

Door Peter Van Dyck / Foto Guy Kokken