KOEN FILLET

Met een half oog op de stoplichten van de auto voor me, neem ik de Standaard der Letteren tot mij. We schuiven bumper aan bumper richting Van Praetbrug. Lezen en rijden, ik besef dat ik risico's neem. Dit is filerijden op niveau, Linda. Multitasken : mijn ene hersenhelft leest over Kees Fens en over Frans Kellendonk en P.F. Thomese, terwijl mijn andere hersenhelft zich klaarhoudt om onmiddellijk op de rem te gaan staan. Ondertussen vraagt hersenhelft drie zich af of het verkeersreglement iets zegt over krantenlezers achter het stuur. Drie weet bijna zeker van niet. En hersenhelft vier luistert naar Lode Roels op de radio. Allemaal tegelijkertijd. Vier hersenhelften ! Mij kan niks gebeuren.
...

Met een half oog op de stoplichten van de auto voor me, neem ik de Standaard der Letteren tot mij. We schuiven bumper aan bumper richting Van Praetbrug. Lezen en rijden, ik besef dat ik risico's neem. Dit is filerijden op niveau, Linda. Multitasken : mijn ene hersenhelft leest over Kees Fens en over Frans Kellendonk en P.F. Thomese, terwijl mijn andere hersenhelft zich klaarhoudt om onmiddellijk op de rem te gaan staan. Ondertussen vraagt hersenhelft drie zich af of het verkeersreglement iets zegt over krantenlezers achter het stuur. Drie weet bijna zeker van niet. En hersenhelft vier luistert naar Lode Roels op de radio. Allemaal tegelijkertijd. Vier hersenhelften ! Mij kan niks gebeuren. En dan : een doefke. Toch. Een kleintje, maar ontegensprekelijk een doefke. Een fractie van een seconde geloof ik dat ik zelf de dader ben. Maar de bumper voor mij is nog altijd krasvrij, de stoplichten net zo onbeschadigd als daarnet. Ik heb niemand geraakt, hersenhelft twee treft geen schuld. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel. Een Saab. Donkerblauw. Verschrikte ogen achter het stuur. Een blik als een schuldbekentenis. Kindjes op de achterbank. Ook geschrokken. Pruillipjes. Door de blauwgetinte ramen kan ik niet zien of er een traantje blinkt. Maken we er een zaak van ? Met formulieren en zo ? Ach, ik blijf zitten en maak een wegwerpgebaar door het open raampje. Maar mevrouw staat al op straat. Goeiemiddag, zeg ik. Bonjour, zegt zij. We zijn in Brussel. Van mening verschillen in het Frans, ik heb er geen zin in. Ik puzzel de zin "Vindt u het erg ?" in elkaar. Ze vindt het niet erg. Of ze doet alsof, want mijn trekhaak heeft een minuscuul deukje in haar nummerplaat gedrukt en dat is haar niet ontgaan. Haar mantelpakje en de zonnebril in heur haar doen mij vermoeden dat ze het wél erg vindt. We stappen weer in. De file schuift voort. Ze blijft nog minutenlang in mijn achteruitkijkspiegel zitten. Iets stoort me. Een kleinigheidje. Dat fluovestje over haar passagiersstoel. Dat misstaat bij die donkerblauwe Saab en dat mantelpakje. (www.koenfillet.be) Je had het kunnen weten, Koen. Onverantwoord interessant, De Standaard, zeker achter het stuur. Multitasken in de file ? Mij zul je er niet op betrappen. Over mijn activiteiten onderweg zijn we trouwens snel uitgepraat. Ik rijd. Of ik rijd niet, in geval van file. Maar altijd even intensief. Volgens een collega die mij vorige week op de Brusselse ring voorbijreed, ben ik redelijk komisch in mijn concentratie : kaarsrecht in mijn stoel, handen om het stuur geklemd, blik afwisselend strak op de voorligger en in de achteruitkijkspiegel. Nee, autorijden zal voor mij nooit een automatisme zijn. Dat komt ervan als je tot je veertigste overtuigd voetganger blijft. Pas toen dat economisch echt niet langer verantwoord was - voor een interview met pakweg Urbanus in het verre Tollenbeek was ik vanuit Antwerpen met het openbaar vervoer zowat een hele dag onderweg - nam ik rijlessen, een initiatief dat menig instructeur tot vervroegd pensioen aanzette. Drie jaar en tien examenpogingen later had ik mijn rijbewijs. Niets om trots op te zijn en ik vermeld het dan ook enkel om andere motorisch mindervaliden een hart onder de riem te steken : volhouden, als ik het kon, kun jij het ook ! En sta mij toe op deze plek hulde te brengen aan De Heer Smet van Rijschool Sanderus, een mens die een stoïcijnse onverstoorbaarheid aan een bijbels geduld koppelde en wat mij betreft een standbeeld ter hoogte van het Examencentrum aan de Santvoortbeeklaan, Deurne-Noord verdient. Dat ik inmiddels alweer een paar jaar ongevallenvrij rijd, enkele aanvaringen met immobiele objecten als verkeerspaaltjes en garagedeuren niet te na gesproken, is te wijten aan mijn ultradefensieve rijstijl. Op weg naar huis liever een half uur over de Haachtsesteenweg kruipen dan op het drukke kruispunt Bordet linksaf te slaan. Links afslaan probeer ik hoe ook zoveel mogelijk te vermijden, net als inhalen. Verder eet, drink noch rook ik in de auto, luister ik uitsluitend naar Radio 1, praat ik zo weinig mogelijk en al helemaal niet in de telefoon. Mijn idee van risicogedrag is het afzetten van mijn zonnebril vóór ik de Craeybeckxtunnel inrijd. En denk je dat het ook maar iets uithaalt, Koen ? Welnee, knallen ze tegen je Fordje aan terwijl het reglementair voor de deur geparkeerd staat. En wil de hufter die op de parking van sauna Hezemeer in Laakdal mijn linkerachterwieldop gepikt heeft die onverwijld terugbezorgen ? Discretie verzekerd.