Dirk Brossé (35) is komponist. Hij schreef heel wat filmmuziek, waaronder de soundtrack voor ?Daens". Zijn symfonie ?Artesia" stond drie weken lang nummer één in de top-twintig. Nu werkt hij aan een musical over Sacco en Vanzetti.
...

Dirk Brossé (35) is komponist. Hij schreef heel wat filmmuziek, waaronder de soundtrack voor ?Daens". Zijn symfonie ?Artesia" stond drie weken lang nummer één in de top-twintig. Nu werkt hij aan een musical over Sacco en Vanzetti.ANNA LUYTEN FOTO : LIEVE BLANCQUAERTIk was twaalf en ik voelde dat mijn roeping in de muziek lag. Maar mijn ouders zagen dat helemaal niet zitten, en dus heb ik mij altijd met man en macht moeten verdedigen en zeggen : ?Kijk ! Ik kan het wèl ! En ik zal wèl komponist worden. En ik zal wèl dirigent worden !" Een van de eerste mensen die me verdedigde, was François Glorieux. Ik zag hem voor het eerst tijdens een koncert op de middelbare school. Dat maakte zo'n indruk ! Ik heb gekozen om in een muzikale taal te schrijven die kommunikatief is, efficiënt. Ik wil gewoon vertellen. Ik wil ervaringen vertalen in komposities, ik wil komponeren om mensen misschien tot betere of andere inzichten te brengen. Als ik mij echt goed voel, dan kan ik niet schrijven, dan werk ik ook niet. Soms zoek ik bewust donkere emoties op. Het is maar door tegenslagen, door persoonlijke emotionele ervaringen, dat er dingen loskomen. Ik heb in Zuid-Amerika gereisd, schrijnende dingen gezien, zelfs moord. Als je zoiets meemaakt, dan gebeurt er iets in een mens. Ik heb veel geleerd uit gesprekken met andere kunstenaars. Octave Landuyt bijvoorbeeld heeft een zeer grote invloed op mij uitgeoefend. Ik heb ook het geluk gehad met García Márquez te kunnen werken toen ik drie jaar geleden de kompositieopdracht kreeg voor het openingskoncert van de wereldtentoonstelling in Sevilla. Dat is een ongelooflijke ervaring geweest. Muziek is voor mij even essentieel als eten, drinken, vrijen... Ik stel mijn leven volledig ten dienste van mijn muziek en van mijn carrière. Dat heeft natuurlijk veel konsekwenties. Ik ben zo gebeten door de dingen waar ik mee bezig ben, dat er nog weinig ruimte over is voor een sociaal, laat staan een familiaal leven. Dat is niet altijd prettig, maar het is een bewuste keuze. Er zijn natuurlijk nog andere dingen dan mijn muziek. Ik probeer ook vrij veel te lezen, meestal in relatie tot mijn muziek. In Artesia maak ik gebruik van veertig verschillende etnische instrumenten. Via de lektuur over die instrumenten, verdiep ik me ook in andere kulturen, filozofie... Ik werk nu, in opdracht van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, aan een musical die ik samen met Frank Van Laecke en Paul Berkenman schrijf. De regie ligt in handen van Stijn Coninx, met wie ik voor de film Daens al samenwerkte. En weer gaat het over een sociaal geëngageerd onderwerp. De musical vertelt het verhaal van twee Italiaanse migranten, Sacco en Vanzetti, die begin deze eeuw in Amerika terechtkomen en vals beschuldigd worden van moord. Het is vooral het menselijk leed dat ik in muziek wil verwoorden. Als ik zo'n verhaal lees, windt mij dat op. Het maakt gevoelens in mij los, wraakgevoelens soms. Schrijven voor film is, van het begin tot het einde, zich inleven in het leed van anderen. Het is altijd mijn droom geweest om muziek te schrijven met een maatschappelijke boodschap. De ultieme droom was ook die muziek over de hele wereld uit te voeren. Die droom begint stilaan waar te worden. Voor Artesia zijn er nu al konkrete kontakten met Zuid-Afrika en India. De hoogste gewaarwording die ik ooit als mens heb ervaren, was het dirigeren van mijn eigen muziek. Dat gaat toch boven alles. Dat staat gelijk met vijftig orgasmes. Ik kan echt niet zonder dirigeren. Ik kan me niet indenken dat ik alleen maar muziek zou schrijven. Dirigeren is op de eerste plaats een vrij sociale aangelegenheid. De muziek schrijven, gebeurt in alle eenzaamheid, alsof je alle boze geesten of gedachten die je kunnen afleiden uit je wereld moet bannen om in je eigen denkwereld te gaan leven. Ik hoor rond mij geween en geklaag. Veel mensen krijgen niet meer de kans om te exploreren wie ze zijn en wat ze kunnen of willen. Ik probeer te leven alsof iedere dag mijn laatste kan zijn. Morgen is het misschien gedaan. Mijn grootvader was begrafenisondernemer, mijn vader is begrafenisondernemer. Bij ons thuis was de dood een normale zaak. Als je alle dagen met de dood gekonfronteerd wordt, dan ga je ook anders leven. Ik wil ontroeren. Absoluut ontroeren.