Wat ik doe, noem ik nooit werken. Ik ben dus ook niet aan het afbouwen. Een danser of een wielrenner moet er na zekere tijd wel mee ophouden, een chirurg wordt ertoe verplicht, maar mij kan gelukkig niemand stoppen. Toch niet zolang ik gezond blijf. Ik sta nog steeds voor betere orkesten, mijn ervaring als dirigent blijft groeien en musiceren houdt mijn verstand scherp. Het enige vervelende eraan is dat reizen : ik leef tweehonderdtachtig dagen per jaar op hotel.
...

Wat ik doe, noem ik nooit werken. Ik ben dus ook niet aan het afbouwen. Een danser of een wielrenner moet er na zekere tijd wel mee ophouden, een chirurg wordt ertoe verplicht, maar mij kan gelukkig niemand stoppen. Toch niet zolang ik gezond blijf. Ik sta nog steeds voor betere orkesten, mijn ervaring als dirigent blijft groeien en musiceren houdt mijn verstand scherp. Het enige vervelende eraan is dat reizen : ik leef tweehonderdtachtig dagen per jaar op hotel. Veel dirigenten kruipen in een hokje. Ze zijn gespecialiseerd in een bepaalde periode. Ik ben begonnen met Bach, maar vandaag dirigeer ik muziek uit vijf eeuwen. Ik kies mijn repertoire vooral intuïtief. Vaak ga ik voor muziek met een religieusachtige achtergrond, meer introvert dan gericht op effect. Polyfonie, Schütz, Bach, Mahler, Bruck-ner : dat ligt allemaal in dezelfde lijn. Ik hou veel van Bach, maar zal nooit Vivaldi of Händel doen. Dát lijkt me pas een wereld van verschil, ook al is het allemaal barok. Ik ben altijd geïnteresseerd in de persoonlijkheid van de componist. Maar je vindt niet altijd zijn leven of karakter in de muziek. Anton Bruckner schreef grandioze dingen, maar als mens was hij een kleurloos, bijna banaal mannetje. Robert Schumann, of Hugo Wolf, een componist waar ik nu veel mee bezig ben, hadden zware psychische problemen, met duidelijk wél een weerslag op hun werk. Ik ben daar niet per se toe aangetrokken, maar het zijn interessante mensen en ze hebben sterke geschriften nagelaten. Ik heb zelf weinig last van de crisis, maar de muziekwereld lijdt er duidelijk onder. Ik word nog altijd overstelpt met aanbiedingen, maar veel muzikanten krijgen steeds minder werk. In Europa zijn er nu grote blinde vlekken, plaatsen waar we niet meer komen. Spanje heeft prachtige nieuwe zalen, maar vandaag gaan ze failliet. Italië wordt moeilijker, Frankrijk ook. Zelfs Nederland, cultureel toch erg gastvrij, is minder toegankelijk. Ik neem nooit vakantie, nooit. Vakantie is voor mij het organiseren van een klein festival in de buurt van mijn buitenverblijfje in Toscane. Mijn festivalletje in Crete Senesi is een soort zomerresidentie. De muzikanten worden amper betaald, enkel hun onkosten, en ik sponsor ook zelf. Partituren bestuderen, repeteren, fijne concerten geven, gezellig aan tafel zitten met vrienden-muzikanten : dat is mijn idee van ontspanning. Lezen doe ik vooral in vliegtuigen. Ik heb net twee boeken van Geert Mak uit. Ik ben erg geïnteresseerd in actualiteit en geschiedenis. Zo kon ik een tijd geleden de tafelgesprekken van Hitler op de kop tikken. De oorlogsperiode fascineert mij. Italië is tegenwoordig een apenland. Men zucht er wel "helaas, Berlusconi", maar de Italianen hebben hem verdiend. Neem Toscane : prachtige streek, lekkere wijn, maar er is totaal geen cultuur. Je vindt in Italië geen deftige kranten en de televisie is verschrikkelijk. Ook al ben ik er weinig, toch is mijn gezellige huis in Brussel de plek waar ik thuiskom. De aandacht voor cultuur, de kwaliteit van de pers, de onderwijskansen... We zijn, net als Amsterdam of Berlijn, gezegend op dat vlak. PHILIPPE HERREWEGHE (66) IS HOOFDDIRIGENT BIJ DEFILHARMONIE. HIJ WERD GEBOREN IN GENT EN COMBINEERDE STUDIES GENEESKUNDE EN PSYCHIATRIE MET STUDIES PIANO AAN HET CONSERVATORIUM. HIJ RICHTTE DIVERSE ENSEMBLES OP EN PROFILEERDE ZICH ALS SPECIALIST IN RENAISSANCE- EN BAROKMUZIEK. DOOR PETER VANDEWEERDT & FOTO FILIP VAN ROE