Moeten we lezers laten betalen voor online-nieuws ? Investeren we als blad in een interactieve tabletversie ? Of eerder in diepe en lange leesverhalen in print ? Wat is de toon van onze krant of ons magazine op Twitter en Facebook ? Moeten we wel op Twitter zitten ? Wat wil de lezer eigenlijk ? En hoe kunnen die advertentie-inkomsten weer omhoog ?
...

Moeten we lezers laten betalen voor online-nieuws ? Investeren we als blad in een interactieve tabletversie ? Of eerder in diepe en lange leesverhalen in print ? Wat is de toon van onze krant of ons magazine op Twitter en Facebook ? Moeten we wel op Twitter zitten ? Wat wil de lezer eigenlijk ? En hoe kunnen die advertentie-inkomsten weer omhoog ? Wereldwijd buigen uitgevers, journalisten en hoofdredacteurs van kranten en magazines zich over dezelfde vraag : wat is het nieuwe businessmodel voor de journalistiek van de toekomst ? Het aantal lezers dat papieren nieuws consumeert daalt, de advertentie-inkomsten ook. Tegelijk zijn de lezers die wil betalen voor een digitaal nieuwspakket nog niet met genoeg om het printverlies op te vangen. Klassieke mediabedrijven experimenteren en fuseren, tegelijk worden met grote goesting nieuwe journalistieke initiatieven opgericht, met eigen spaargeld, met investeerderscenten, of met een bijdrage van overtuigde lezers, crowdfunding. De manier waarop journalistiek wordt bedreven is wereldwijd in beweging, voornamelijk onder invloed van de technologische revolutie. Een van de steeds terugkerende vragen onder journalisten is deze : is het tijd om de persen te stoppen en digitaal te gaan, of blijven we onze verhalen op papier afdrukken ? "Maar de echte strijd draait niet tussen papier of digitaal", zegt Chris Sanderson, medeoprichter van The Future Laboratory, een creatief huis in Londen dat klanten als Louis Vuitton maar ook het Britste ministerie voor Toerisme adviseert over de laatste trends op de consumentenmarkt. "De strijd die mediahuizen vooral moeten voeren, is eentje met zichzelf : wat willen we in een veranderd medialandschap bieden, op welk manier, en vooral : voor welke lezer werken we in de 21e eeuw ? Je lezer, niet je adverteerder, moet altijd het vertrekpunt zijn." Chris Sanderson was onlangs in België voor een lezing over 'de nieuwe luxe van de toekomst'. Knack Weekend maakte van de gelegenheid gebruik om te polsen naar Sandersons visie op de lifestylejournalistiek van morgen. Chris Sanderson : Zelf lees ik minder papieren magazines dan vroeger. Door het internet lees ik meer online. Als ik zin heb om me in een bepaald onderwerp wat te verdiepen, dan ga ik googelen. Maar mijn interesse voor print is wel groter dan ooit. Wat ik vandaag vooral interessant vind, zijn magazines met een eenduidige stem. Bladen die consequent kiezen voor een niche, wat resulteert in een duidelijke huisstijl, zowel in de keuze van verhalen, als in schrijfstijl. Ken je bijvoorbeeld Hole & Corner ? Een nieuw magazine met een heel apart doel : een ode brengen aan het traditionele vakmanschap in rurale samenlevingen. Denk reportages over ambachtelijke schoenmakers, wildjagers of meubelmakers, met prachtige foto's. Papier heeft nog altijd iets dat ook een digitaal opgegroeide generatie heel aantrekkelijk vindt. Net omdat papier alles is wat digitaal niet is : het is traag, statisch, stil. Dat maakt het een aantrekkelijk product in de snelle wereld waarin we leven, als de inhoud ervan tenminste goed gemaakt is. Onlangs was er een mooi pop-up event in Williamsburg, Brooklyn, dat print in de kijker zette door magazines van kleine, onafhankelijke uitgevers te verkopen in een kiosk aan de metro. Het was een succes. Ook in de kiosken in Londen zie ik maandelijks nieuwe obscure titels verschijnen. Magazines tonen zich nog altijd briljant, of ze nu op papier gedrukt worden of digitaal verschijnen, wanneer ze exact weten wat ze willen communiceren en die ideologie doortrekken tot in de keuze van beelden en typografie. Maar je moet straffe keuzes durven maken en niet elke mogelijke lezer willen plezieren. De tijd van het massamedium is stilaan voorbij. Ook lifestylemerken beginnen meer en meer interessante huisbladen en brochures te publiceren. Bedrijven als Levi's, Asos, Net-à-Porter of Acne pakken allemaal uit met sterk gemaakte papieren magazines. Papier heeft dus zeker nog waarde en een toekomst. Net door de journalistieke crisis worden er weer fantastische dingen mee gedaan door mensen die durven experimenteren. Maar het zijn wel nicheproducten voor een klein doelpubliek. Heroriëntering is de moeilijkste oefening voor veel grote uitgeversbedrijven die decennialang goed gedraaid hebben. De eerste stap is aanvaarden dat je succesformule van twintig jaar geleden vandaag allicht niet meer werkt. Of tenminste inzien dat je vandaag een product aflevert in een lezersmarkt die totaal veranderd is, deels omdat onze leeservaringen veranderd zijn door het internet en nieuwe technologie, deels omdat steeds meer nieuwe gadgets en hobby's concurreren om onze schaarse vrije tijd. Neem nu magazines als Vogue of Monocle. Enerzijds brengen die hun klassieke mix aan lifestyleverhalen, over mode, architectuur, reizen, design. Anderzijds beschouwen die bladen zichzelf niet langer louter als een journalistiek medium, maar eerder als een klein merk dat zijn verhaal ook via andere kanalen kwijt wil. Vogue organiseerde onlangs een modefestival, met een indrukwekkende programmatie en tickets waarvoor betaald moest worden. Het was een succes. Monocle heeft eigen kiosken en cafés, waar ze in samenwerking met andere merken ook notaboekjes, rugzakken of horloges verkopen. Die merchandising en cafés zorgen voor 25 procent van hun inkomsten. Zij slagen erin om op een geloofwaardige manier hun visie op de wereld ook naar andere producten en diensten te vertalen, en niet louter in een papieren magazine. Dat is een interessante nieuwe piste. Zoiets is niet evident, je hebt de juiste mensen op de juiste functies nodig om van een magazine een allround merk te maken ; je herkent de Vogue- of Monocle-stempel duidelijk in hun andere initiatieven. En je moet goed weten welke lezers je wilt bereiken, zowel met je blad als met nevenactiviteiten. Als je daarin slaagt, dan kun je doorgaans rekenen op een trouwe community van fans. Het draait tenslotte allemaal rond een community creëren. Daarom zitten heel wat kranten en magazines ook op Twitter en Facebook, om in dialoog te gaan met hun lezers. De grootste veranderingen zullen de komende jaren nog altijd door technologie gestuurd worden. Steeds meer mensen zullen over een tablet of iPad gaan beschikken, en ontdekken dat met digitale journalistiek fantastische dingen mogelijk zijn doordat je video's, audio en andere links kunt verwerken in één verhaal. Modeshoots zullen uit bewegende beelden bestaan. Reisreportages zullen een rijkere sfeer uitstralen doordat er geluiden in verwerkt zitten. Touchscreens zullen ook meer gaan aanvoelen als papier en minder als een koud glazen scherm. Binnenkort bestaan er tablets die eerder harig of als fluweel aanvoelen wanneer je ze aanraakt. Daar wordt al volop mee geëxperimenteerd. Een grote verandering zit er ook nog aan te komen met de opkomst van elektronisch papier. We beginnen stilaan te wennen aan het lezen op tablets en iPads, maar de volgende stap is dat die glazen schermen niet meer zo snel breken en we ze zelfs kunnen opplooien, zodat ze meer op papier gaan gelijken. Het is iets waar Samsung bijvoorbeeld al druk mee experimenteert. Over vijf jaar zullen we elektronische, plooibare kranten lezen, iets wat we ons nu nog niet kunnen voorstellen, en dat zal dan weer beïnvloeden hoe we over papier denken. Papier is uiteindelijk iets waar bomen voor gekapt moeten worden en het heeft een beperkte houdbaarheidsdatum. Weinig mensen houden magazines lang bij, een krant al helemaal niet. Onze relatie met print zal dus blijvend beïnvloed worden door technologische evoluties. Vandaag zijn we als maatschappij nog geobsedeerd door technologie. Maar ooit zal technologie net als elektriciteit iets zijn dat overal aanwezig is en zich op de achtergrond van ons leven afspeelt. Het hoeft geen of-ofverhaal te zijn. Een papieren magazine kan ook een app hebben met aanvullende beelden of informatie. In Duitsland bestaat er bijvoorbeeld een glossy magazine voor hardhorigen, Deaf, dat een augmented reality app gebruikt om aanvullende informatie mee te geven in gebarentaal. Mensen zullen altijd geïnteresseerd blijven in goede verhalen. Er zullen volgens mij altijd mensen geïnteresseerd blijven in print, zeker in mooi gemaakte, gespecialiseerde nichebladen. Al zullen die niet meer de grote oplages halen zoals in de jaren negentig. Enerzijds zullen we de komende jaren meer nood hebben aan allround journalisten : mensen die zowel teksten willen schrijven, als filmpjes maken en monteren, en een beetje kunnen programmeren. Maar er zal ook nog altijd plaats zijn voor mensen die één metier volledig in de vingers hebben en wier enige talent het schrijven, illustreren, of fotograferen is. U wilt nu al een voorproefje van de lifestylejournalistiek van morgen ? Download vanaf 11 december gratis de Knack Weekend-app 'Touch the Future' op play.google.com/store (voor Android 10inch-tablets) of store.apple.com/be-nl (voor iPad). Knackabonnees kunnen al een dag vroeger over de app beschikken : vanaf 10 december om 21 uur. DOOR ELKE LAHOUSSE & PORTRET ALICE WHITBEY"Papier is traag, statisch, stil. Dat maakt het een aantrekkelijk product in deze snelle wereld, als de inhoud tenminste goed is"