WIE IS DIE IJSKONINGIN ?

Ze is Medusa, geboren in een land waar de zon nooit scheen. Wie haar blik kruist, versteent.
...

Ze is Medusa, geboren in een land waar de zon nooit scheen. Wie haar blik kruist, versteent. Ze is Cleopatra VII Philopator, zelfverklaarde reïncarnatie van de Egyptische godin Isis, kortweg : Cleopatra. En dan het liefst vertolkt door Elizabeth Taylor. Een woestijnkoningin als ijskoningin. Met een helm van authentiek goud als alternatief voor goudkleurige lokken. Ze heeft een hart van steen, een huid van porselein, een blik van kristal. Mooi, maar meedogenloos. Ze ziet bleek als een vampier (ze is de vrouwelijke Dracula in Vampyr, uit 1932, geregisseerd door Carl Th. Dreyer en geproduceerd door de uitgever en hoofdredacteur van Vogue, die er onder een schuilnaam ook de hoofdrol in speelde, maar dat ter zijde). Ze is de koningin in Sneeuwwitje en Cruella de Vil in de 101 Dalmatiërs. Ze is Margaret Thatcher. Ze is Jadis, de sneeuwkoningin uit Narnia. Ze is Amy Wesson én Naomi Watts, in kristal verpakt voor de campagnes van Angel, Thierry Muglers parfum. Ze heeft iets van een sfinx : ze is, en blijft, een raadsel. Mannen liggen aan haar voeten. Waarom ? Ze is Uma Thurman in dat reclamefilmpje voor Schweppes - wie sprak daar van seks ? Ze duikt op in de decadente literatuur van de negentiende eeuw. Ze is Monsieur Vénus uit de gelijknamige roman van de Franse schrijfster Rachilde : een edelvrouw in mannenpak die uit haar minnaar traag maar vastberaden een soort vrouw kneedt. Ze is de Belle dame sans merci uit het gelijknamige gedicht van John Keats, gepubliceerd, net als Monsieur Vénus in 1884. In de geschriften van Gerard Reve, bijna honderd jaar later, wordt de belle dame een Meedogenloze Jongen, gekleed in een pantalon van ribfluweel. Ze is Renée Soutendijk in de verfilming van Reves De vierde man. Ze is Renée Soutendijk in Van de koele meren des doods. Ze heerst over Hollywood. Ze wordt opgevoerd in 1001 film noirs. Slachtoffer, feeks, al naargelang. Ze is Gene Tierney in Otto Premingers Laura (1944) en Faye Dunaway in Roman Polanski's Chinatown (1974). Ze is een levenslange obsessie voor Alfred Hitchcock, een motief in zijn films. Ze is Vera Miles (The Wrong Man), Eva Marie Saint (North by Northwest), Tippi Hedren (The Birds en Marnie), Kim Novak (Vertigo), Grace Kelly (Dial M for Murder, Rear Window, To Catch A Thief). Kelly is de fictieve ijskoningin die tot een echte prinses werd gekroond, en zich terugtrok in een kasteel op een rots, waar ze uiteindelijk met haar auto vanaf viel (de regisseur zou tot het eind van zijn loopbaan, en zijn leven, tevergeefs blijven hopen op haar eventuele terugkeer naar Hollywood). Blond volstond niet voor Hitchcock. Zijn heldinnen waren frigide (of tenminste : zo zagen ze eruit) en zedig. Maar dan wel met een hint van feti-sjisme in hun door Hollywood-costumière Edith Head ontworpen garderobes (met uitzondering van Eva Marie Saint, voor wie hij naar verluidt zelf de outfits koos). Geen pin-ups voor Hitchcock. Geen Marilyn Monroe, geen Jayne Mansfield. Niet dat een ijskoningin geen seksbom kan zijn. Maar dan wel alleen achter gesloten deuren. Ze is Julie London in de musical The Girl Can't Help It, uit 1956, een van de eerste films over rock-'n-roll, met Jayne Mansfield en haar gigantische borsten in de hoofdrol. London wordt opgevoerd als een fata morgana in een baljurk, een verschijning in het benevelde hoofd van Hal Miller, een impresario met een drankprobleem. Ze zingt Cry Me a River. Eerst in de keuken, dan op de trap ; op een bed in de slaapkamer ; op een bank in de woonkamer. "Now you say you're sorry." De cover van Julie Is her Name, Londons eerste grammofoonplaat (ze maakte er 32, plus een twintigtal films), is zwoel en koel en legendarisch. Haar naam is Julie, en ze is de ijskoningin van het cocktailgenre. In de jaren zestig wordt de ijskoningin een bedreigde soort, en dan zeker in de VS. Entertainment is daar niet langer een zaak van volwassenen. Rockers met vetkuiven en lederen jekkers of melkmuilen in surfshorts nemen de zaak over. De Julie Londons en Peggy Lees worden vervangen door schoolmeisjes zonder zorgen (Shelley Fabares, Little Peggy March), eventueel geplukt uit de Mickey Mouse Club op televisie. Maar elders in de wereld wordt de youthquake minder heftig gevoeld. En aldus, gelijk een sneeuwvlokje, dwarrelt de ijskoningin door het Oude Continent. Ze is meer Sylvie Vartan dan Françoise Hardy. Op het eerste gezicht lijkt Hardy geschikter : afstandelijk, stil, melancholisch (een ijskoningin lacht zelden, en nooit hartelijk). Maar na het bekijken van tientallen filmpjes op YouTube twijfel ik niet langer. Vartan is Bulgaars en blond en onverbiddelijk. Een heerlijke koude douche. Neem het filmpje uit 1976 waarin ze L'amour c'est comme les bateaux zingt. Ze staat daar dangerously blonde op het podium van een variétéprogramma, gekleed in een lichtpurperen godinnenjurk, een sirene met de blik van een keizerin. Of neem de portretten die de Franse kunstenaars Pierre et Gilles van haar hebben gemaakt, en waarin ze zonder uitzondering wordt afgebeeld in winterse taferelen, allicht geen toeval. Er bestaat een filmpje waarin Vartan en Hardy samen Il y a deux filles en moi zingen. Hardy is cool, Vartan is een koelkast. Ze is Mina in Italië, en Maki Asakawa in Japan. Ze is Nico, een Duitse mannequin, die via Parijs (waar ze werkt voor Vogue en Chanel en zingt voor Gainsbourg), Rome (waar ze een rol krijgt in La Dolce Vita) en Londen (waar ze haar debuutsingle opneemt met de producer van de Stones), terechtkomt in New York, bij de Velvet Underground. Nico is de zangeres van Femme Fatale, allicht het ultieme lijflied van de ijskonin-gin : "Here she comes, you better watch your step."Ze mijdt België. Ze weet dat ze te pretentieus is voor de Belgen, te gesofisticeerd voor het Vlaamse boerenvolk (misschien is ze Mira in De teleurgang van de Waterhoek). En dus is ze niet Marva. Ze is niet Lily Castel, niet Samantha. Liliane Saint Pierre in haar peroxydeperiode, circa Je ne suis pas un bonbon (1968) ? Met wat verbeelding, eventueel. In Nederland is ze Liesbeth List. Op haar langspeelplaat Pastorale (1969) zingt ze DeSneeuwkoningin : "Hij zal mij verwarmen / Ik smelt in zijn armen." Ze is een ijskoningin, en riskeert dus te smelten. Ze lijkt nochtans onaantastbaar. Ze is de tegenpool van de onderdanige secretaresse, van de archetypische verpleegster. Ze is January Jones als Betty Draper in Mad Men (eerder dan Christina Hendricks als Joan Holloway). "She's a cold bitch", weet urbandiction-ary.com Maar ze heeft vaak ook iets tragisch. Ze is opvallend vaak de bedrogen echtgenote. Zoals Cate Blanchett in Blue Jasmine, de laatste film van Woody Allen. "Blondes make the best victims", zei Hitchcock. "They're like virgin snow that shows up bloody footprints." Ze is met andere woorden fragieler dan ze lijkt. Ze wordt gemakkelijk hysterisch, de waanzin is nooit ver weg. En dan smelt ze. Zoals Blanchetts Jasmine, en Catherine Deneuve in Polanski's Repulsion, en Gena Rowlands in A Woman under the Influence van John Cassavetes. Een gesmolten ijskoningin, dat is een plasje verdriet. Blondes have more fun ? Het hangt er maar van af. Ze is een ijskoningin, van alle tijden, van vroeger, van nu, van straks. Ze is Nicole Kidman, ze is Lana Del Rey en Lana Turner. Ze is Barbie gezien door de ogen van haar jongere zusje Skipper (fabrikant Mattel maakte ooit een Barbie geïnspireerd door Tippi Hedren in The Birds, inclusief vogels). Ze bestaat in mannelijke versie, al is die eerder zeldzaam : Gerard Reves meedogenloze jongen, Scott Walker, Jacques Dutronc, Alain Delon in de sixties en Rob Lowe in de eighties. Ze leeft onder ons. Ik zag haar met eigen ogen, enkele weken geleden, in een kelder diep onder de Parijse Grands Boulevards. Iris Van Herpen, de Nederlandse ontwerpster, presenteerde haar collectie voor komende zomer in de door David Lynch ingerichte club Silencio, een labyrint met muren van goudpapier. In het donkerzwart geklede modellen streelden elkaars jurken, en dat genereerde experimentele klanken, een soort muziek. En Tilda Swinton keek toe. Ze zat op een bank, tegen een man gevlijd, ontspannen maar toch majestueus, een blik gericht naar het gewriemel op de scène, een ijskoningin in het duister. DOOR JESSE BROUNSZe mijdt België. Ze weet dat ze te pretentieus isvoor de Belgen, te gesofisticeerd voor het Vlaamse boerenvolk