Wies Schulte van Indress

Wies Schulte is de Nederlandse ontwerpster achter het label Indress. Ze studeerde aan de modeacademie van Antwerpen, maar woont en werkt in Parijs. Haar collecties verraden het al : haar grote passie is film.
...

Wies Schulte is de Nederlandse ontwerpster achter het label Indress. Ze studeerde aan de modeacademie van Antwerpen, maar woont en werkt in Parijs. Haar collecties verraden het al : haar grote passie is film. Wies Schulte : Ik heb absoluut geen stijlvoorkeur. Ik schakel met plezier over van een kitschprent naar een klassieker of een experimentele film. Mijn favorieten ? A Woman Under the Influence (van John Cassavetes), Elephant en Last Days (van Gus Van Sant), César et Rosalie (van Claude Sautet), The Taste of Tea (van Ishii Katsuhiro), A History of Violence (van David Cronenberg), Singin' in the Rain (Stanley Donen) en Once Upon a Time in America (van Sergio Leone). Husbands van John Cassavetes. Het schijfje bevindt zich op minder dan vijf meter van mijn dvd-speler. Ik maak mezelf al een half jaar wijs dat ik hem binnenkort ga bekijken, maar het komt er nooit van ! Staat u zelf soms achter de camera ? Nee, maar mijn man wel. Hij maakt de films die mijn collectie vergezellen. Indress is voor mij een samenwerkingsplatform tussen kunstenaars, muzikanten, vormgevers en regisseurs. Die inspirerende ontmoetingen maken van Indress meer dan een reeks kleren. Er zijn een aantal films die me altijd zullen bijblijven, alleen maar door de fantastische kostuums. De bontmantels in het sprookje Peau d'âne (1970) of de kleuren in de musical Les Demoiselles de Rochefort (1967) bijvoorbeeld, allebei geregisseerd door Jacques Demy. Wat me ook sterk inspireert is schilderkunst en fotografie. De ta-bleaus van Velázquez in het Prado in Madrid, of de foto's van Alec Soth, Edward Steichen en Mitch Epstein, om er maar enkele te noemen. Tekenen. Ik heb tientallen schriftjes waar ik constant in schets. Ik schrijf er de dingen in op die me geamuseerd of geraakt hebben. Schriftjes zijn zowat mijn extern geheugen. Ik vang er momenten in die ik niet meer wil vergeten. Als ontwerper Nissim Israël ook maar een beetje vrije tijd heeft, ruilt hij de gebouwen van Olivier Strelli in voor de diepe zee. De onderwaterwereld fascineert én inspireert hem mateloos. Nissim Israël : Diepzeeduiken is als vliegen in het water. De onderwaterwereld is zo immens dat ik me soms een klein kind voel dat op ontdekkingsreis is. In zee is de bewegingsvrijheid totaal, nergens is er meer rust en vrede. Ik probeer zo weinig mogelijk stoorzender te zijn onder water. Als ik me zo klein mogelijk maak in zee, dan is het spektakel het grootst. Ik duik altijd voorzichtig en nooit alleen. Al het materiaal is perfect gecheckt. Eén keer was ik toch roekelozer dan normaal : ik dook tegen de stroom in omdat ik per se een vis wou volgen. Dwaas, want ik raakte plotseling zonder adem. Terug aan boord heeft het me vier uur gekost om te bekomen. Een reuzenmanta volgen, dat is iets onbeschrijfelijks. Als zijn gigantische schaduw boven mijn hoofd opduikt, lijkt het wel een vliegende schotel die de aarde komt innemen. Fantastisch zijn ook napoleonvissen : ze zijn enorm (vaak 2 meter lang) en komen erg dicht bij duikers. Erg zeldzaam maar wondermooi is de walvishaai, een beest van zo'n 15 meter lang : ik heb nog nooit een dier zo elegant zien bewegen. En natuurlijk neem ik ook foto's van Nemovisjes : mijn kleinkinderen zijn er dol op ! Absoluut. De zeebodem is de mooiste tuin die ik ooit gezien heb. De kleuren en vormen zijn waanzinnig. Weet je, in de modewereld zweren mensen vaak bij kleurkaarten. Maar sommige zogezegd 'foute' kleurencombinaties bij vissen, zijn zo fantastisch dat ik ze overneem in mijn ontwerpen. Ook de patronen op de vissenhuid gebruik ik als prints op sjaals, dassen, jurken of rokken. En de sierlijke bewegingen van een haai inspireren me voor gracieuze silhouetten. Zonder twijfel de Malediven en de Seychellen. Daar kan je vier keer op dezelfde plaats duiken en telkens een compleet ander spektakel zien. Ik zou graag eens duiken in de Rode Zee. Maar mijn echte naam is Nissim Israël, en met zo'n achternaam wek ik argwaan op bij de Egyptische ordediensten. In Polynesië en in Phuket zijn ook straffe duikplekjes. Mijn droom ? Naar het Great Barrier Reef in Australië gaan. De witte haai zwemt daar rond : een gevaarlijk beest, maar een must see. Je kan Luc Clément, designer van het label System, met twee dingen een plezier doen : hem kledij laten ontwerpen of over fotografie babbelen. Luc Clement : Mijn eerste echte aankoop, zo'n 20 jaar geleden, was een Peter Beard. In die tijd was ik gek op Afrika en op reportagefotografie. Beard lag perfect op die lijn. Hij was toen nog niet zo bekend. Eén foto kostte ongeveer 3500 euro. Geen geld in vergelijking met wat die foto nu waard is. Onlangs heb ik 'm trouwens verkocht. Met dat geld kan ik nu nieuwe werken kopen. Nee, ik koop alleen wat ik echt graag zie. Het gaat me allemaal om het beeld, vaak vergeet ik zelfs de naam van de fotograaf. Het mooiste bewijs : ik kreeg ooit een Bruce Weber gratis, maar ik heb 'm geweigerd omdat de foto me niet raakte. Tijd om naar fotoveilingen te gaan heb ik niet. Ik regel veel via Sotheby's : zij sturen hun catalogi op, ik kruis aan wat ik wil en stel een maximumbod in. Momenteel zijn de prijzen op de fotomarkt fors. Twintig jaar geleden werd fotografie nauwelijks als kunst erkend. Toen kon je echte koopjes doen. Een portret van Patti Smith van Robert Mapplethorpe : heel bijzonder omdat Patti - zijn enige vrouwelijke liefje ooit - hem overtuigde om fotograaf te worden. Verder heb ik werk van onder meer Helmut Newton, André Kertész, Roger Ballen, Man Ray, Alfred Stieglitz, Ralph Gibson, Alberto García-Alix, Marc Trivier, Joel-Peter Witkin en William Eggleston. Er zitten ook best wat Belgen in de collectie : de onvolprezen modernist Willy Kessels, modefotograaf Serge Leblon en Dirk Braeckman. Lang niet alle foto's uit mijn collectie hangen op. Ze staan gewoon tegen de muur of in een kast. Foto's een vaste plaats in mijn interieur geven, is moeilijk : het wordt dan te snel decoratie. Daarom stal ik regelmatig andere uit. De erotische polaroids van Carlo Mollino. Hij was architect en de-signer, maar ook fotograaf. De mise-en-scène van zijn naakten is perfect. Helaas zijn ze erg moeilijk te vinden. Eveneens op het lijstje : een stilleven met tafel, fruitschaal en lege kop van Irving Penn. Hij is zonder twijfel een van de beste fotografen aller tijden. Fotografie geeft me een bepaalde kijk op de dingen. Maar ik heb niet zo'n prikbord met beelden die me inspireren. Ik probeer nooit een foto te vertalen naar mijn kledingontwerpen. Fotografie kan me wel indirect inspireren als we achteraf beelden maken van de collecties. Meer niet. Door Thijs Demeulemeester