Op mijn negentiende vertrok ik halsoverkop naar Spanje. Om van de liefde te genezen, in het hotelwezen op Mallorca lukte dat. Op aanraden van mijn vader ben ik later toch naar de universiteit getrokken. Hij koesterde ambities voor me, en ik wist dat ik meer kon.
...

Op mijn negentiende vertrok ik halsoverkop naar Spanje. Om van de liefde te genezen, in het hotelwezen op Mallorca lukte dat. Op aanraden van mijn vader ben ik later toch naar de universiteit getrokken. Hij koesterde ambities voor me, en ik wist dat ik meer kon. In de tweede kandidatuur had ik al een kind en een gezin. Ik was 22 en studeerde vertaler-tolk, maar samen met een andere studerende jonge mama sloeg ik me erdoor. Na een jaar in het vertaalbureau van de Europese Gemeenschap ging ik uiteindelijk aan de slag in de onderwijsadministratie van de Stad Brussel. Niet echt mijn terrein, maar ik had inmiddels drie kleintjes en koos voor de zekerheid. Thuis gold orde en stiptheid. Zowel in mijn job als mijn privéleven ben ik goed georganiseerd. Maar het is geen aangeboren talent. Veeleer een karaktertrek. In '97 nam ik deel aan een openbaar examen voor de functie van protocolchef. De rol en het gewicht van Brussel groeiden zienderogen, met meer officiële ontvangsten en mediabelangstelling, en dus wilde toenmalig burgemeester François-Xavier de Donnea de opdracht professionaliseren. Sindsdien heb ik met bijna alle politieke partijen gewerkt, zonder onderscheid of voorbehoud. Ik sta niet ten dienste van de politicus, maar van de functie en de stad. Vergeet niet dat Brussel wereldwijd een begrip is. Als kind namen mijn ouders me vaak mee naar Brussel. Als ambtenaar aan de Louizalaan kende mijn moeder de stad, en er viel altijd iets te beleven. Ik woon nog steeds in Aalst, dicht bij mijn ouders en kinderen, maar ik zou in Brussel perfect gelukkig kunnen zijn. Overal eigenlijk. Ik stap van de ene omgeving in de andere. Van heemkundige kringen tot de Auschwitzstichting, van academische congressen tot ambassadeurs en staatsbezoeken. Als gastvrouw ontmoet ik alle betrokkenen, van de catering en de bloemist tot de genodigden, en ik prijs me daar gelukkig om. Une main de fer dans un gant de velours, daar herken ik me in. Mijn leermeester was een generaal uit de entourage van de Donnea. Ik leerde ook veel van de advanced teams die staatshoofden op voorhand uitsturen, en verder moet je vooral ervaring opdoen. Er bestaat geen cursus protocolmanagement of staatshoofden ontvangen. Macht maakt geen indruk op me. Of het nu Bill Clinton, Poetin of koning Albert is, ik ben vooral met de hele organisatie bezig. Zonder stress, maar wel gefocust. Anderzijds leven zulke mensen in een cocon van regels, protocol en security - tijdens een onbewaakt moment in de coulissen kan iemand als Jacques Chirac of Kofi Annan plotseling heel gewoon uit de hoek komen. Dat treft me, hoe zij ernaar verlangen om als normale mensen behandeld te worden. Gevoelens en gedachten druk ik uit in schilderijen. Die zijn meestal semi-abstract, maar ze vertellen wie ik ben en wat ik voel. Verder ben ik thuis vaak in de weer met mijn twee honden of schrijf ik in mijn dagboek. Over ervaringen en emoties die ik niet wil vergeten. Vijf jaar geleden ben ik opnieuw begonnen. In mijn eentje, op een kamer. Geen ongelukkige periode, want de beslissing om uit elkaar te gaan met mijn ex-man werd genomen in vriendschap. De kinderen waren intussen twintigers en ons bobijntje was af. Jeugdigheid zit niet alleen aan de buitenkant. Op mijn vierendertigste was mijn wereld : kinderen opvoeden, geld verdienen, een huis bouwen. Nu leef ik meer voor mezelf en zie ik hoeveel de wereld te bieden heeft. Ik laat de dingen ook gemakkelijker op mij afkomen. In die zin voel ik me jong. Als kind bouw je al schema's en ontwikkel je verwachtingen, tot je terugkijkt en merkt dat alles anders gelopen is. Diane Dasseville (54) coördineert als protocolchef van het Brusselse stadhuis alle officiële ontvangsten en evenementen in het gebouw - 1167 in 2008, met ruim 60.000 gasten. In totaal 65 vaste medewerkers staan in voor het goede verloop. Door Wim Denolf / Foto Diego Franssens