Als bij rode wijn 'internationale druivensoorten' worden vermeld, bedoelt men gewoonlijk cabernet sauvignon en merlot. Er zijn in de Nieuwe Wereld geen inheemse druiven die niet met merlot- of cabernetdruiven werden aangelengd. Merlot voor zachtaardigheid, cabernet voor structuur. Maar vaak is het erger gesteld en wordt er bastaardbordeaux gemaakt van de internationale druivensoorten, zonder lokale inbreng.
...

Als bij rode wijn 'internationale druivensoorten' worden vermeld, bedoelt men gewoonlijk cabernet sauvignon en merlot. Er zijn in de Nieuwe Wereld geen inheemse druiven die niet met merlot- of cabernetdruiven werden aangelengd. Merlot voor zachtaardigheid, cabernet voor structuur. Maar vaak is het erger gesteld en wordt er bastaardbordeaux gemaakt van de internationale druivensoorten, zonder lokale inbreng. In het wit wordt deze 'internationale' rol opgenomen door sauvignon blanc en chardonnay. De eerste staat voor frisse, aangename wijn ; de tweede voor karakter, in associatie met bourgogne. Ook deze twee witte van Franse origine werden massaal naar de Nieuwe Wereld geëxporteerd, maar kwamen er vaak in foute omstandigheden (bodem, klimaat) terecht. Als chardonnay, tegen beter weten in, tot expressieve rijpheid wordt gedwongen, wordt hij ranzig. Als men de frisheid van sauvignon wil garanderen door te plukken vóór de rijpheid, komt de gevreesde geur van kattenpis het feest bederven. Zo is men destijds in Californië met chardonnay de mist in gegaan, en in Nieuw-Zeeland met sauvignon blanc. Het wereldwijde succes van sauvignon blanc is niet alleen te danken aan zijn reputatie in het moederland, maar ook aan zijn relatief korte vegetatieve cyclus : de druif zou haast overal rijp kunnen worden. Maar om het frisse zuur te bewaren moeten de nachten koel zijn zodat de rijping traag kan verlopen. Vandaar het succes in gematigde klimaten zoals de Loire of Nieuw-Zeeland. Perfect rijpe sauvignonwijn heeft in de smaak een geheimzinnige vegetale toets die men gewoonlijk associeert met mousse de chêne (versgesneden varens in een eikenbos, iets tussen algen en champignons). En er komen dan nog toetsen van menthol, munt en pompelmoes bij. Zelfs bij lichte over-rijpheid komen geuren vrij van tropisch fruit. Iets vóór de perfecte rijpheid zal men citruselementen aantreffen. Is de ondergrond voldoende kalkachtig, zoals in Sancerre of Pouilly Fumé, dan komt er 'stenigheid' in de smaak. Goede sauvignon is daarmee een volledige wijn die aan tafel, en als aperitief, een perfecte functie kan vervullen. WWW.KNACKWEEKEND.BE Besluit : Al deze wijnen, behalve La Puertas, zijn van het 'juiste', rijpe type met tegelijk frisse zuren en toetsen van tropisch fruit. De kleur is helder en zuiver. Ze verwijzen naar het aperitiefmoment. DOOR HERWIG VAN HOVE