Rieslingwijn is niet in de mode en daar zijn diverse redenen voor. Hij smaakt dikwijls flauw en zoetelijk omdat de gemiddelde rendementen veel te hoog zijn, zeker in Luxemburg en Duitsland : in de buurt van honderd hectoliter per hectare. Hij past ook slecht in de moderne trend van stevige alcohol en houtbeladenheid. Rieslingwijn is dikwijls heel matig qua alcohol (minder dan tien graden), hij verdraagt het hout nauwelijks, zeker geen verse barriques, en moet het hebben van fijn...

Rieslingwijn is niet in de mode en daar zijn diverse redenen voor. Hij smaakt dikwijls flauw en zoetelijk omdat de gemiddelde rendementen veel te hoog zijn, zeker in Luxemburg en Duitsland : in de buurt van honderd hectoliter per hectare. Hij past ook slecht in de moderne trend van stevige alcohol en houtbeladenheid. Rieslingwijn is dikwijls heel matig qua alcohol (minder dan tien graden), hij verdraagt het hout nauwelijks, zeker geen verse barriques, en moet het hebben van fijne elegantie en een goede balans tussen zuur en zoet. Hij verwijst bovendien, vooral in Duitsland, meer naar het terras dan naar de tafel. Als men, terecht, wijn aanprijst voor het gezondheidsvoordeel bij matige consumptie, is het een voorwaarde dat hij aan tafel bij gerechten wordt verbruikt. Rieslingwijn vereist dus een elegante keuken. In die zin is er toch een zekere toekomst voor weggelegd. Daarbij komt nog dat serieuze rieslingwijn heel goed op fles kan bewaren en evolueren met behoud van zijn jeugdeigenschappen : perceelgebondenheid via uitgesproken mineraliteit en een eigen druivensoortstijl getekend door florale aroma's die gedragen worden door monoterpenen (ook verantwoordelijk voor muskaatgeuren in muskaatwijn). Het hoge gehalte aan wijnsteenzuur maakt dat rieslingwijn ook veel restsuiker kan verdragen en toch evenwichtig blijft zonder plakkerig te smaken. Die eigenschap maakte riesling in de eerste helft van de twintigste eeuw tot een absolute wereldtopper. Reputatie zowel als prijs waren te vergelijken met de toenmalige premiers cru's uit Bordeaux. Helaas ging die goede reputatie in de tweede helft van de eeuw ten onder aan verdunning en banale chaptalisatie. De strenge Duitse wijnwet van 1971 heeft een begin van herstel gebracht, maar de schade duurt voort tot vandaag. In de Elzas wordt naar Franse traditie wijn gemaakt voor aan tafel. Rieslingwijn is er dus droog en vrij alcoholisch : meer dan twaalf graden. Het harde hout van de stam van de rieslingplant, en de late knopzetting in het seizoen, maken hem geschikt voor de noordelijke wijngaarden. Daar kan een trage rijping zorgen voor frisheid en aroma. Nog iets : oude, flesgelagerde rieslingwijn ontwikkelt soms een soort petroleumaroma te wijten aan TDN (trimethyl-dihydronaphtaleen) dat in lage concentraties bijdraagt tot de complexiteit van het boeket. Begint men echter keroseen te ruiken, dan dringt het woord 'fout' zich op.DOOR HERWIG VAN HOVE