Hoe oud zou deze schotel kunnen zijn?

Toen deze schotel werd gemaakt, was de Delftse aardewerkindustrie aan haar zwanenzang toe. We hebben het over de periode van 1770 tot 1825. In die tijd zette ook de industriële revolutie zich door. Deze omwenteling liet zich trouwens het eerst voelen in de ceramiek, waar de artisanale arbeid tot een minimum werd beperkt. Zo werd het schotelgoed gegoten en de decors gedrukt. Maar deze schotel is nog op en top ambachtelijk gefabriceerd. Op de achterkant moeten er zelfs sporen zichtbaar zijn van de draairingen. De schotel werd immers omgekeerd op de draaitafel vervaardigd. Het gaat ook om een ouderwetse soort ceramiek: faience. Hierbij werd de gele klei - zichtbaar door slijtagesporen op de rand - overtrokken met een laag wit tinglazuur: een ideale basis voor een beschildering. Deze techniek is al vele eeuwen oud, in tegenstelling tot de moderne methodes om ceramiek te maken, die eind 18de eeuw in Engeland werden ontwikkeld. Het zijn deze innovaties, afkomstig van over het Kanaal, die de doodsteek betekenden voor de traditionele faience-industrie over het gehele continent. Delft was dus maar één van de vele slachtoffers. Zo'n 200 jaar geleden sloten heel wat bedrijven daar hun deuren. De import van de goedkopere en meer modieuze creamware deed de markt van het Delfts aardewerk ineenstorten. Eigenlijk merk je dat zelfs een beetje aan deze grof geschilderde schotel. Toen het aardewerk werd gemaakt - tussen 1775 en 1820 - trachtten de fabrikanten de prijs te drukken door decoraties te ontwikkelen die snel, dus goedkoop, zijn aangebracht. In die tijd werd veel zogenaamd Boerendelft gemaakt: vrij ruw gedraaid schotelgoed dat schematisch beschilderd is. Een van de populaire decors waren de pauwenveren (Vlaamse verzamelaars hebben het altijd over 'pauwenstaarten').

Het gaat hier om een vaas met zonnebloemen tegen een fond van varens. Dit is een zwakke afspiegeling van een Chinees motief. Typisch zijn ook de gele randen: wellicht om de slijtage van de rand weg te moffelen. Delfts aardewerk is immers zacht gebakken en slijt makkelijk aan de rand. Deze borden werden in verschillende Delftse fabrieken gemaakt. Ze waren vroeger populairder dan tegenwoordig. Tot in de jaren '70 waren ze peperduur. Vandaag tel je voor een klein pauwenbord (22 cm doorsnede) ongeveer 14.000 fr. neer, voor een groot (35 cm) betaal je zo'n 25.000 fr. In Nederland liggen de prijzen iets lager dan bij ons. Dat lijkt onlogisch, maar Nederlanders kijken een beetje neer op het simpele Boerendelft en verkiezen de fijne, oudere stukken. Dat neemt niet weg dat dit toch een fraaie schotel is. Het decor is niet origineel, maar de kleur blijft prachtig. Het is meer dan een sierbord voor aan de muur. Zo'n schotel zou je bijvoorbeeld kunnen gebruiken als schaal voor rood fruit. Niets is leuker dan oude gebruiksvoorwerpen weer een functie geven, maar spring er wel voorzichtig mee om.

Piet Swimberghe