Dat Romeo Sozzi inspiratie vindt in het luxedesign van de jaren twintig en dertig is niet verwonderlijk. We stellen al lang vast dat de art deco, de kubistische stijl van het interbellum, in trek is bij interieurarchitecten en ontwerpers die werken voor gefortuneerde opdrachtgevers. Dat is geen recente evolutie, want in Londen, Parijs en New York ontkiemde die trend al eind jaren zeventig. Het bewijst dat er een maatschappelijke gelaagdheid geldt voor de architectuur en de interieurdecoratie: elke klasse heeft min of meer een eigen stijl.
...

Dat Romeo Sozzi inspiratie vindt in het luxedesign van de jaren twintig en dertig is niet verwonderlijk. We stellen al lang vast dat de art deco, de kubistische stijl van het interbellum, in trek is bij interieurarchitecten en ontwerpers die werken voor gefortuneerde opdrachtgevers. Dat is geen recente evolutie, want in Londen, Parijs en New York ontkiemde die trend al eind jaren zeventig. Het bewijst dat er een maatschappelijke gelaagdheid geldt voor de architectuur en de interieurdecoratie: elke klasse heeft min of meer een eigen stijl. Nadat de grote designfabrikanten zijn doorgebroken bij de middenklasse, veranderde het profiel van de zogenaamde 'high style' van de gegoeden. Er tekenen zich twee duidelijke tendensen af. Vooreerst is de klassieke interieurstijl populair. Die stijl is minder traditioneel dan vroeger, omdat (zeker bij ons) stijlinterieurs in rococo of Lodewijk XVI nauwelijks fans hebben. Figuren als Axel Vervoordt introduceerden jaren geleden al een speelsere en frissere variant van de klassieke decoratie. Daarnaast houdt de upper ten van vrij minimalistische en moderne interieurs. Net zoals in de jaren dertig worden eenvoudige, monochrome interieurs als chic ervaren. In die moderne stroom kun je wel een hele reeks varianten onderscheiden, gaande van zuiver minimalisme tot een soort neo-art-deco. De belangstelling voor die laatste stijlrichting groeit. In het hele interieurdesign merken we overigens op dat kostbare materialen als exotisch houtfineer, leder en zelfs galuchat of segrijn weer geliefd zijn. Ook dat past perfect bij de hommage aan de jaren dertig, toen soortgelijke materialen werden aangewend door Süe et Mare, Jean-Michel Frank, Emile-Jacques Ruhlmann en Paul Dupré-Lafon. Om maar enkele namen te noemen van de vele topdecorateurs en meubelontwerpers uit het Parijs van het interbellum. Ze werkten voor de happy few, Dupré-Lafon genoot bijvoorbeeld van het epitheton décorateur des millionnaires. Tot vandaag zijn er in veel Europese steden gelijksoortige ontwerpers actief die voor een klein, welgesteld milieu werken. De Milanees Romeo Sozzi, bij wie we via de Antwerpse interieurarchitecte Hilde Cornelissen werden geïntroduceerd, is er een van. Behalve de internationaal bekende designscène van Milaan, telt de Noord-Italiaanse stad al jaren enkele architecten en decorateurs, zoals Filippo Perego, Giovanni Patrini, Adriano Magistretti, die op een originele, tussen klassiek en modern zwevende stijl, werken voor de elite. Het hoort eigenlijk dat ze een niet te grote bekendheid genieten bij het ruime publiek. Bovendien krijg je hun werk zelden te zien, omdat er weinig over wordt gepubliceerd in magazines. Ook Sozzi hoort min of meer in dit rijtje thuis. Vroeger kocht bijvoorbeeld Giorgio Armani al zijn meubelen voor zijn woningen bij hem. We merken terloops op dat de stijl van de meubelcollectie van Armani wel wat geïnspireerd lijkt op wat Sozzi maakt ( Lees ook p. 36). Maar Romeo Sozzi onderscheidt er zich duidelijk van door maatwerk te leveren en echt kostbare materialen te gebruiken. Zijn vader was trouwens een ebenist, hij groeide dus op tussen kwaliteitshout en precisiewerk. Dit verklaart zijn voorliefde voor een hoge graad van technische verfijning. Daarom laat hij meubelen belijmen met onder meer wengé en ebbenhout van Makassaar. De combinatie van donker hout met prachtig leer en bladgoud (onder meer voor de spiegellijsten) zorgt voor een exotisch getinte, koloniale sfeer. Sozzi houdt bovendien zelf van Afrikaans meubilair, het robuuste silhouet ervan vind je terug in enkele van zijn fauteuils en taboeretten. Net als Perego en Patrini spiegelt Sozzi zich ook graag aan het meubilair van de Oudheid. Daar verwijst zelfs de naam van zijn collectie een beetje naar: Promemoria. Hij vindt het geheugen, de geschiedenis zeer belangrijk. Nieuw is dat natuurlijk niet, zeker niet in Italië, waar veel ontwerpers altijd al die band met wat voorafging hebben bewaard. Met zijn dure materialen, de herwaardering van leer en huiden en het aanwenden van een donker kleurpalet pakte Sozzi al eind jaren tachtig uit, toen als een van de eersten. In die zin is hij zeker een beetje een visionair. Maar het woord vernieuwend kleven op al die realisaties blijft gevaarlijk, omdat de originele inspiratiebron toch voor bijna iedereen in de jaren dertig ligt. Zelfs de met leer belijmde schaaltjes, met een ondergrond van tin waardoor ze kunnen vervormd worden, verwijzen naar het interbellum. Ook de prachtige zijden tapijten die in Sozzi's flat liggen, horen in die rijke sfeer thuis. Natuurlijk probeert Sozzi ook nieuwe materialen uit, zoals zware glasplaten voor bijzettafeltjes. Tussen al dat warme hout en leer is dat een verfrissend accent. Hier en daar merk je ook wat brons op, onder meer voor tafeltjes en lampen. Hiermee sluit hij aan bij een oude traditie, Diego en Alberto Giacometti ontwierpen soortgelijke objecten voor Jean-Michel Frank. Misschien verklaart dit wel waarom de flat van Sozzi in hartje Milaan (eigenlijk wat te klein van schaal) iets heeft van een filmdecor. Vermoedelijk speelt daarbij ook het licht een rol, want de flat heeft uitzonderlijk lage plafonds. Het waren vroeger waarschijnlijk de meidenkamers van het herenhuis waarin het zich bevindt. Daardoor komt er enkel 's avonds, als de zon afdaalt, veel licht binnen. Hetgeen voor een aparte, onwerkelijke sfeer zorgt. 68-69Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde