Brussel. Zelfverzekerd zit Christian McBride aan de lunch in Hotel Metropole. ?Nee man, het stoort me totaal niet dat je verkouden bent." Voor een Amerikaan, burger van de meest microbe-fobe natie ter wereld, is dat wel héél zelfverzekerd. De alom bejubelde bassist is pas 23, maar het lijkt alsof hij het allemaal heeft gezien en meegemaakt. Zijn vlotte, sympathieke allure kan een zekere zelfvoldaanheid niet helemaal verbergen of is het verlegenheid over zoveel snelle faam ? ?Ik vind het geweldig dat iedereen me kent en dat de allergrootsten me vragen om mee te spelen. En ik heb daar totaal geen moeite mee." Maar heeft hij gee...

Brussel. Zelfverzekerd zit Christian McBride aan de lunch in Hotel Metropole. ?Nee man, het stoort me totaal niet dat je verkouden bent." Voor een Amerikaan, burger van de meest microbe-fobe natie ter wereld, is dat wel héél zelfverzekerd. De alom bejubelde bassist is pas 23, maar het lijkt alsof hij het allemaal heeft gezien en meegemaakt. Zijn vlotte, sympathieke allure kan een zekere zelfvoldaanheid niet helemaal verbergen of is het verlegenheid over zoveel snelle faam ? ?Ik vind het geweldig dat iedereen me kent en dat de allergrootsten me vragen om mee te spelen. En ik heb daar totaal geen moeite mee." Maar heeft hij geen schrik om nog voor zijn dertigste alles achter de rug te hebben ? (McBride figureert nu al op een paar honderd albums.) ?Absoluut niet, ik wil gewoon tot het einde van mijn dagen blijven spelen. Er zal elke keer weer wat nieuws komen." Door de pers wordt McBride steevast opgevoerd als het nieuwste wonderkind van zijn instrument, de opvolger van Ray Brown. ?Soms krijg ik er genoeg van, elke keer opnieuw dat verhaal over de mooie houtklank van mijn akoestische bas en over de invloed van Ray." McBride houdt niet alleen van de grijze eminentie Brown, hij rekent ook Ron Carter en Paul Chambers tot zijn helden. ?Wat Chambers in de jaren vijftig presteerde, bij Miles Davis, daar kun je nu nog van leren." En, jawel, hij houdt ook van James Brown en zelfs van Jaco Pastorius en de elektrische bas. ?Ik speel met de gedachte om straks een big-bandalbum te maken en ik hoop dat Brown misschien wil meedoen. Als hij tenminste niet te veel miljoenen vraagt. Voor een jazzman verkoop ik lang niet slecht, maar vergeleken bij de echte business stelt dat niks voor." Op een enkel nummer van zijn nieuwe album speelt McBride overigens een fretless electric bass, wellicht tot groot ongenoegen van de puristen. ?Voor mij is dat heel gewoon, mijn vader speelde basgitaar in soulbands in Philadelphia en zelf ben ik groot geworden met funk. Maar ja, blijkbaar wordt er over mij alleen gedacht als die jonge kerel die zo mooi echte jazz speelt." Het nieuwe album, zijn tweede voor Verve, heet ?Number Two Express". Een stuk avontuurlijker, scherper dan zijn debuut, het saaie ?Gettin' to it". ?Ik wil me van verschillende kanten laten kennen. Het repertoire zal in dit geval al een paar wenkbrauwen de hoogte doen ingaan. Wat ? McBride met stukken van Ornette Coleman, Chick Corea, Wayne Shorter ?" Ook McBride's eigen nummers blijken spitser, grilliger. En ?Number Two Express" komt losser over, niet zo keurig gearrangeerd en op maat van brave radioprogramma's gesneden. ?Wat wil je, ik heb niet al die fantastische solisten gevraagd om ze te vertellen wat ze precies moeten spelen." Kenny Barron en Chick Corea wisselen elkaar af aan de piano, Gary Bartz en Kenny Garrett spelen sax, Jack DeJohnette zit aan de drums, Mino Cinelu doet hier en daar percussie. ?Ik heb me meer opgesteld als een sideman en iedereen zijn gang laten gaan. Geloof me, ik heb lang niet zo'n plezier gehad." En of ik alstublieft niet wil vergeten om vibrafonist Steve Nelson te vermelden, ?de meest onderschatte muzikant van het ogenblik". ?Number Two Express" is uit bij Verve/Polygram en voor de herfst wordt een tournee met McBride's eigen kwartet aangekondigd.