Thom Browne heeft iets van een stripfiguur. Een karikatuurtje in een krap grijs pak. De ontwerper is enig gegiechel gewoon. Hij is zijn eigen uithangbord. "Ik wil met mijn kleren provoceren", zegt hij. Wie durft, wordt al eens uitgelachen. "Ach," zegt hij, "daar heb je geen vat op." Alles welbeschouwd dipt Browne gewoon in de klassieke Amerikaanse mannengarderobe. Als ontwerper is hij net zo goed regressief als progressief. Nostalgisch, op zijn minst. Hij is gefascineerd (geobsedeerd, misschien) door de formele kledingstijl van de jaren vijftig, en in het bijzonder door het Amerikaanse kantooruniform van die periode : grijs, viriel, keurig, een tikje vervelend. Zie ook Mad Men (Browne was die serie voor). Dat uniform herinterpreteert hij naar eigen zeggen voor de eenentwintigste eeuw, voor een generatie mannen "die nooit een pak hoefde te dragen". Hij tracht die mannen te verleiden met een focus op kleine details.
...

Thom Browne heeft iets van een stripfiguur. Een karikatuurtje in een krap grijs pak. De ontwerper is enig gegiechel gewoon. Hij is zijn eigen uithangbord. "Ik wil met mijn kleren provoceren", zegt hij. Wie durft, wordt al eens uitgelachen. "Ach," zegt hij, "daar heb je geen vat op." Alles welbeschouwd dipt Browne gewoon in de klassieke Amerikaanse mannengarderobe. Als ontwerper is hij net zo goed regressief als progressief. Nostalgisch, op zijn minst. Hij is gefascineerd (geobsedeerd, misschien) door de formele kledingstijl van de jaren vijftig, en in het bijzonder door het Amerikaanse kantooruniform van die periode : grijs, viriel, keurig, een tikje vervelend. Zie ook Mad Men (Browne was die serie voor). Dat uniform herinterpreteert hij naar eigen zeggen voor de eenentwintigste eeuw, voor een generatie mannen "die nooit een pak hoefde te dragen". Hij tracht die mannen te verleiden met een focus op kleine details. Thom Browne (46) wou eigenlijk acteur worden. Hij groeide op in Allentown, Pennsylvania, was student economie, lid van het zwemteam. Hollywood lonkte. Maar zijn filmcarrière geraakte niet van de grond. Browne wendde daarop zijn blik naar New York, naar de mode. Zijn belangrijkste job : chef van de designafdeling van Club Monaco, een filiaal van de Polo Ralph Lauren Company. "Wat ik toen ontwierp, kon je aan de straatstenen niet kwijt. Het werkte niet. De timing zat niet goed. Maar ik mocht gelukkig wel mijn zin doen." In 2001 begon hij een eigen atelier. Hij wilde maatpakken ontwerpen. "Het is destijds allemaal begonnen met een pak voor mezelf, en daarna nòg vier pakken. Op dat moment was ik allicht de enige die mijn kleren durfde te dragen. Uiteindelijk kreeg ik enkele privéklanten. Later kwam daar nog een aantal winkels bij." In 2004 begon Browne met zijn confectiemerk. "Ik wilde bewijzen dat je van een klassiek item als een grijs pak iets kunt maken dat niet langer louter een klassiek grijs pak is." Hij kreeg vrij snel erkenning. De Council of Fashion Designers of America bekroonde hem al in 2006 tot mannenmodeontwerper van het jaar. Hoe hij zijn succes verklaart ? "Ik heb altijd precies geweten wat ik wilde." Browne showt zijn collecties tijdens de modeweek van Parijs. Hij is daar allicht de meest theatrale ontwerper op de kalender, de Cecil B. DeMille van het moment. Voor zijn Parijse debuut, juni vorig jaar, gebruikte hij het door Oscar Niemeyer ontworpen hoofdkwartier van de Franse Communistische Partij. In de retrofuturistische vergaderzaal van dat gebouw fantaseerde hij een persconferentie van een organisatie à la NASA. In ruimtepakken geklede modellen moesten een bataljon naar aarde teruggekeerde astronauten voorstellen. Een memorabele mise-en-scène. In januari defileerde Browne in de vergulde balzaal van een luxehotel, waar hij zijn jongens een banket in Lodewijkstijl liet naspelen (die collectie ligt nu in de winkels). En in juni vond hij onderdak bij Maxim's, het legendarische restaurant van Pierre Cardin. Browne bracht er tussen de ronde tafeltjes door een excentriek eerbetoon aan het Parijs van de dolle jaren, met Edith Piaf op de soundtrack en jongens in tenues die Gabrielle Chanel bijna zelf had kunnen dragen. Zij het dan allicht zonder de lampenkappen die sommige modellen als hoofddeksel droegen (Cardin zat aan een tafeltje naast het onze). "Mode is geen theater", zegt Browne nochtans. "Ik neem mijn kleren heel ernstig. Alles heeft een reden." Is hij niet bang dat de kleren als het ware bedolven geraken onder de bombast van zijn spektakels ? Dat niemand ze nog ziet ? "Ik hoop van niet. Ik hoop dat je als toeschouwer alles opvangt. Mijn shows zijn meer dan louter spektakel. Ik hou van entertainment, en de shows zijn misschien vermakelijker dan die van andere ontwerpers. Ik denk dat je ze niet gauw vergeet. Je gaat als toeschouwer naar buiten met een herinnering. Maar besef alstublieft dat het uiteindelijk om de kleren gaat. En dat zo'n show veel minder impact zou hebben als de kleren slordig gemaakt waren." Dat er gekeken wordt naar het werk van Browne, blijkt duidelijk uit zijn verschillende nevenprojecten. Die zijn prestigieus, high profile. Hij tekent collecties voor het gereputeerde Amerikaanse huis Brooks Brothers (de lijn Black Fleece, sinds 2007) en voor het Italiaanse Moncler, dat gespecialiseerd is in veredelde skikleding (de lijn Gamme bleu, sinds 2008). Met die merken bereikt hij een ruimer publiek dan met zijn eigen, toch meer voor een avant-gardepubliek bedoelde garderobe. Door de associaties met Moncler (en met juwelier Harry Winston, nog een bedrijf waarvoor hij een aparte collectie maakte) heeft Browne bovendien een voet in de luxesector. En dat kan zijn reputatie dienen in groeilanden als China, waar modeconsumenten een grote honger hebben naar logo's van gevestigde merken. "Met Brooks Brothers ben ik opgegroeid. Ik heb dat merk altijd zelf gedragen. Ik heb er een enorm respect voor. En voor Moncler heb ik gewoon zeer veel bewondering. Ik heb met beide merken een échte, hechte samenwerking. Ik zou nooit iets doen dat niet van respect voor hen getuigt." Zijn bijdrage aan het erfgoed van beide merken ? "Tailoring" bij Moncler en een zekere "jeugdige gevoeligheid" (zijn woorden) bij Brooks Brothers. Bij Moncler kan hij zich uitleven. De shows in Milaan hebben, meer nog dan die voor zijn eigen merk, een grote spektakelwaarde. De collectie is elk seizoen aan een andere sport gewijd, en daar hoort altijd de juiste infrastructuur bij : een indoorskischans, een zwembad, een schermzaal, een paardenmanège (voor een chaotische show met paarden en jachthonden en bugelspelers), een velodroom. "Die shows zijn heel anders dan de mijne, minder overdreven misschien. Ik denk dat ze passen bij de geest van het merk." (Ze zijn in elk geval veel spannender dan de vrouwenshows van Moncler in Parijs ; die lijn wordt ontworpen door de 'keurige' Giambattista Valli). Thom Browne doet goede zaken in Amerika en Japan. Europa groeit, maar is vooralsnog minder receptief. Twee jaar geleden verkocht hij een meerderheidsaandeel in zijn bedrijf, naar verluidt 67 procent, aan een Japanse investeerder. "Het heeft wat tijd gekost om de business te ontwikkelen. Maar toen de structuur er uiteindelijk stond, ging alles veel vlotter. Ideeën bedenken, collecties ontwerpen, dat is voor mij kinderspel. Het zakelijke aspect, dàt is moeilijker." Dank zij de Japanse partner kan hij zich zijn Parijse shows veroorloven. Sinds vorig seizoen heeft hij een aparte damescollectie, die in New York wordt gepresenteerd tijdens de Fashion Week aldaar. En hij lanceert dit najaar zijn eerste licentie, een brillenlijn. Daarvoor werkt hij samen met een kleine Californische fabrikant, Dita Eyewear. "Een vrouwencollectie is voor mij minder gemakkelijk. Ik kan die kleren niet zelf even passen. Maar net daarom zie ik het als een mooie uitdaging. We staan nog maar aan het begin. Ik ben ambitieus. Maar ik moet me wel goed blijven voelen bij de evolutie van mijn merk. Ik wil mijn ideeën blijven verdedigen. Alles moet kloppen. Ik geloof dat de klanten het appreciëren als je trouw blijft aan jezelf. Integriteit loont. Je kunt niet alleen maar een concept tonen. Je kleren moeten écht zijn. En ze moeten aansluiten bij een zekere traditie van klassieke mannenkledij." "Kijk," zegt hij, "als je provoceert, dan kun je ook niet verwachten dat iedereen het leuk gaat vinden." Maar wat betekent dat precies voor hem, provoceren ? Neem die lampenkappen in zijn laatste show. Zijn die uitdagend, of gewoon flauw ? Er valt een stilte. "Als ik wil uitdagen, dan is dat vooral in de hoop eerlijke reacties te krijgen. Ik probeer echt niemand te schokken. Dat interesseert me niet. Mensen doen nadenken, daar gaat het mij om. En de zaken vooruit laten gaan." DOOR JESSE BROUNSThom Browne : "Mijn shows zijn meer dan spektakel. Je gaat naar buiten met een herinnering."