Beetje ziekjes heb ik mij het voorbije mistige paasweekend vooral binnenshuis opgehouden. Boeken, een dekentje en hete thee, van die combinatie wordt een mens meestal vanzelf beter. Dat dekentje en die hete thee deden voortreffelijk hun werk. Maar de boeken... de boeken spitten alleen maar onrust boven. Het begon met Los van Tom Naegels (uitgever Meulenhoff/Manteau) . Iets wat als een roman wordt omschreven, maar veeleer een verzameling is van rake observaties en vertwijfelde bedenkingen over hoe het reilt en zeilt in zijn stad, Antwerpen, en breder in Vlaanderen. Naegels is 30, komt uit een vrijzinnig socialistisch milieu, werkte als journalist bij de Gazet van Antwerpen die in die jar...

Beetje ziekjes heb ik mij het voorbije mistige paasweekend vooral binnenshuis opgehouden. Boeken, een dekentje en hete thee, van die combinatie wordt een mens meestal vanzelf beter. Dat dekentje en die hete thee deden voortreffelijk hun werk. Maar de boeken... de boeken spitten alleen maar onrust boven. Het begon met Los van Tom Naegels (uitgever Meulenhoff/Manteau) . Iets wat als een roman wordt omschreven, maar veeleer een verzameling is van rake observaties en vertwijfelde bedenkingen over hoe het reilt en zeilt in zijn stad, Antwerpen, en breder in Vlaanderen. Naegels is 30, komt uit een vrijzinnig socialistisch milieu, werkte als journalist bij de Gazet van Antwerpen die in die jaren niet bepaald doorging voor tolerant en open, hij schreef daar geregeld over de allochtonen in zijn stad. Sinds een paar jaar is hij columnist bij De Standaard, die van zichzelf nog steeds vindt dat ze een gazet voor intellectuelen is. Het laatste waarvan je Tom Naegels kunt verdenken, is burgerlijkheid of zelfingenomenheid. De jongen is een grote twijfelaar, die alles en in de eerste plaats zichzelf constant ter discussie durft te stellen. Hij worstelt voortdurend met wat hij voor zijn ogen ziet gebeuren en scheldt zichzelf geregeld verrot over wat hij daarbij denkt en voelt. Hij loopt over en weer tussen de 'kampen' waarin zijn stad en de maatschappij tegenwoordig zijn opgedeeld. Hij luistert, noteert, reflecteert, probeert zich een mening te vormen. Je zou van Naegels kunnen zeggen, net als van de door half Nederland zo verfoeide Amsterdamse burgemeester Job Cohen, dat hij met zijn geschriften "de boel bij elkaar probeert te houden". Maar dat wordt tegenwoordig eerder gezien als een gebrek dan als een kwaliteit. Want we moeten polemiseren, de zaak op de spits drijven. Vandaar allicht dat Mia Doornaert, de ouderdomsdeken van De Standaard, Naegels duchtig de mantel mag uitvegen in hun beider krant. Het kleine jongetje is naïef, het kleine jongetje zou beter luisteren naar een oudere collega. Wat anders dan polemiek kan de bedoeling zijn van een boekje als Brieven aan Ayaan Hirsi Ali (uitgever Prometheus) ? Een verzameling open brieven die op verzoek van de uitgever door allerlei soorten mensen aan de omstreden Nederlandse politica werden geschreven, op het moment dat ze na maanden onderduiken weer haar intrede deed in de Tweede Kamer. Zo veel mensen, zo veel zinnen. Er staan zeer wijze reflecties in, bijvoorbeeld van Désanne van Brederode, van Tom Lanoye, van H.J. Schoo, van rabbijn Awraham Soetendorp, van Bouchra Zouin. Maar ook oppervlakkige dwaze stukjes, opgewonden standjes, waarvan dat van Herman Brusselmans zeker niet onvermeld mag blijven, geheel en al opgetrokken uit branie en domme zelfingenomenheid als het is. Wat mij zo heeft verbaasd in de recente polemiek rond Ayaan Hirsi Ali is dat deze mevrouw, die door veel mensen op handen wordt gedragen, maar door anderen zo wordt gehaat dat ze moest onderduiken, in interviews nooit de moed had om met niet- gelijkgestemden te spreken. Wie stellingen verdedigt, moet die ook aan een wederwoord durven te onderwerpen, niet alleen aan welwillende vragen van mensen die dezelfde mening zijn toegedaan. Is dat immers niet inherent aan het vrij denkende humanisme, het verlichtingsdenken, waartoe Ayaan Hirsi Ali zich bekent ? Het valt mij in dit brievenboekje op dat de mildheid voor het overgrote deel zit bij degenen die het niet voor de volle honderd procent met haar eens zijn. Geen mens ontzegt haar het recht op te komen voor de nobele zaak waarvoor zij staat. De emancipatie van de moslimvrouwen is noodzakelijk. Maar niet ondanks hen, wel door en mét hen. Of zoals Awraham Soetendorp, als kind ondergedoken in de oorlog, het schrijft : "En ik geloof in de zachte krachten die uiteindelijk het licht zullen afdwingen, in het vermogen om een fatsoenlijke samenleving te vormen en te behouden, waarin niemand vernederd wordt."TESSA VERMEIREN