Meer dan een kwarteeuw werken Claire Bataille en Paul Ibens samen. In die tijd groeide hun ontwerpbureau uit tot een van de trendsetters van het minimalisme. Hun uitstraling beperkt zich niet tot ons land, ze zijn ook geliefd in het buitenland en halen er de tijdschriften. Ondertussen hebben ze hun oeuvre inhoudelijk verrijkt met zuivere architectuurcreaties en meubelontwerpen. Als interieurarchitecten hebben ze een bijzondere feeling voor de spanning tussen architectuur en meubilair, licht en ruimte. Niet onbelangrijk, want nogal wat minimalistische gebouwen zijn overdreven naakt en getekend zonder veel liefde voor het interieur....

Meer dan een kwarteeuw werken Claire Bataille en Paul Ibens samen. In die tijd groeide hun ontwerpbureau uit tot een van de trendsetters van het minimalisme. Hun uitstraling beperkt zich niet tot ons land, ze zijn ook geliefd in het buitenland en halen er de tijdschriften. Ondertussen hebben ze hun oeuvre inhoudelijk verrijkt met zuivere architectuurcreaties en meubelontwerpen. Als interieurarchitecten hebben ze een bijzondere feeling voor de spanning tussen architectuur en meubilair, licht en ruimte. Niet onbelangrijk, want nogal wat minimalistische gebouwen zijn overdreven naakt en getekend zonder veel liefde voor het interieur. Zoals zovele bedrijfsgebouwen: de industrieterreinen staan vol betonnen balken met een imposant atrium met glazen dak, en met een monumentale inkomhal met veel licht, waarrond duistere gangen met kunstlicht en identieke kantoortjes. Bataille en Ibens bedachten iets afwijkends voor de firma Van Hoecke. Dit bedrijf verwierf naam en faam als leverancier van meubelbeslag en fabrikant van aluminiummeubilair, en heeft dus ook sterk voeling met sobere, hedendaagse vormgeving. De inkom is eerder sober en onopvallend. De aandacht van wie binnenkomt, gaat onmiddellijk naar de lange gang met daglicht. De brede toegangstrap buiten doet denken aan een klassiek museum: musea werden vroeger als antieke tempels ontworpen, met een zuilenrij op een trapvormige sokkel. Dat ietwat plechtige karakter wordt binnen benadrukt door kale wanden en een tweede monumentale trap.Geen beglaasd atrium zoals in de meeste bedrijfsgebouwen. Hier werd de hele binnenstructuur opengetrokken met daglicht, een extra trap en veel circulatieruimte. Geen enkele wand is overdreven hoog, en toch is dit een indrukwekkend gebouw. Al op de interieurfoto's viel het op dat het eerder als een minimalistische villa is ontworpen en niet als een kantoor. Zelfs in de detaillering voel je de invloed van de woningarchitectuur. Ook Kurt Bruggeman van de interieurzaak Astra uit Sint-Niklaas, die instond voor de verlichting, ondersteunde het concept van Bataille en Ibens door bijna alle kunstlichtbronnen te verstoppen. Het gehele verlichtingssysteem werkt energiebezuinigend en wordt gestuurd via een eenvoudig domoticasysteem. Enkel in de eetzaal is de verlichting omnipresent. Daar hangen grote blanke bollen van Fontana Arte boven de tafels. Dit is een van de meest boeiende ruimten van het gebouw, en naast de personeelsrefter ook een multifunctionele ruimte waarin recepties worden georganiseerd of films geprojecteerd. De hoogte van het plafond wordt onderstreept met een horizontale verdeling van de wanden. Aan één zijde werd deze fries duidelijk rood geschilderd, de andere zijde herbergt een keuken, verstopt achter een dubbele schuifdeur met een geometrische beschildering. Tafels en stoelen zijn klassiekers: jaren geleden ontworpen door Bataille en Ibens voor Bulo, het model H{ITA}2 0 (de chemische formule van water). Deze sobere reftermeubels herinneren aan ouderwets modernistisch schoolmeubilair. Die referentie zit in de goede richting, want de refter is redelijk vooroorlogs van stijl. Met de bollampen, de fries, de proporties, het meubilair en de beschildering beland je hier in de sfeer van de grootmeesters van het modernisme: Gropius, Oud, Rietveld en Hoste, die momenteel weer populair zijn. Het spelen met gekleurde vlakken komt terug, eindelijk. Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde