Zo om de twee, drie maanden duikt er in de marge van mijn newsfeed een verhaal op over een gelukkig uitziend echtpaar dat beslist om de beschaafde wereld in te ruilen voor een leven in de wildernis. De argumenten zijn ongeveer altijd dezelfde : het koppel wil zijn tijd anders gaan indelen, wil leven met minder, en verlangt naar een eenvoudiger bestaan in de natuur, weg van het virtuele. Ik lees hoe ze hun huis inwisselen voor een hutje, hoe fulltimejobs vervangen worden door een kluizenaarsbestaan, hoe fijn het is om je eigen voedsel te kweken. Ik vraag me af waarom avonturensprookjes als deze steeds...

Zo om de twee, drie maanden duikt er in de marge van mijn newsfeed een verhaal op over een gelukkig uitziend echtpaar dat beslist om de beschaafde wereld in te ruilen voor een leven in de wildernis. De argumenten zijn ongeveer altijd dezelfde : het koppel wil zijn tijd anders gaan indelen, wil leven met minder, en verlangt naar een eenvoudiger bestaan in de natuur, weg van het virtuele. Ik lees hoe ze hun huis inwisselen voor een hutje, hoe fulltimejobs vervangen worden door een kluizenaarsbestaan, hoe fijn het is om je eigen voedsel te kweken. Ik vraag me af waarom avonturensprookjes als deze steeds opnieuw mijn aandacht blijven trekken. Waarom kan ik niet stoppen met staren naar de bijbehorende foto's van het paar, lachend in hun boomhut ? Deels heeft het te maken met een zekere bewondering die ik voel voor personen die bewust kiezen voor een ander soort leven. Een leven dat afwijkt van de norm. En deels confronteren de verhalen mij met mijn eigen fantasieën over een wilder leven. Ook ik dagdroom weleens over een alternatief bestaan in een hut, op een bergtop, of in een badhokje langs de oceaan, tezelfdertijd onderneem ik geen enkele actie om die fantasie waar te maken. Mijn salontafel ligt bezaaid met boeken met titels als Cabin Porn en Off the Road, maar daar blijft het bij. De stap om echt in een hok te gaan wonen, is veel te groot. Om te ervaren hoe het is om in de natuur te leven, moét ik natuurlijk niet meteen verhuizen naar een barak in het bos. Ik zou, om te beginnen, wat vaker een avontuurlijke reis kunnen maken. Reizen zijn ideaal om te proeven van een ander soort leven : hoe voelt het om eens drie weken offline te zijn ? Om wild te kamperen bij twee graden Celcius en je avondmaal bij elkaar te plukken in het bos, zoals foodie Gilles Draps onlangs deed in Zweden (p. 22) ? Op reis leer je ontdekken of je een bergmens bent, zoals collega Nathalie, die laatst lyrisch terugkwam van een trip naar de Dolomieten (p. 30). Of besef je dat je toch eerder een eilandmens bent, zoals schrijver en dichter Maarten Inghels (p. 44). Slechts af en toe leiden reisinzichten écht tot een ommekeer en een nieuwe start, into the wild. Het overkwam Corazon De Raeymaecker. Als model reisde ze geregeld naar New York, maar tijdens een van haar laatste trips besefte ze dat een leven als boerin meer tot haar verbeelding sprak dan een modellencarrière. In 2012 vertelde ze hier al over de zelfoogstboerderij die ze in Kontich had opgericht. Toen we onlangs nog eens gingen kijken hoe het boerenleven haar bevalt, zagen we dat ze intussen met haar man en dochter op het veld woont, in een schuur. "Ik doe amper nog modellenwerk", zegt Corazon. "Tenzij ik gevraagd word voor een modeshoot die doet dromen van de natuur en het buitenleven, daar kan ik geen neen tegen zeggen." Geen wonder dat zulke beelden (p. 58) me de ogen uitsteken als ze in mijn newsfeed passeren. elke.lahousse@knack.beELKE LAHOUSSEOok ik dagdroom weleens over een alternatief bestaan in een hut, op een bergtop, of in een badhokje langs de oceaan