In de schaduw van de monumentale uitbreiding van het Rijksmuseum Ordrupgaard door de Iraakse architecte Zaha Hadid, oogt het witte woonhuis van Finn Juhl (1912-1989), architect-ontwerper en vader van het Deense Design, als een frêle zomerpaviljoen. Finn Juhl was amper dertig toen hij in 1942 de woning aan Kratvænget 15 in Ordrup liet bouwen. Na de scheiding van zijn eerste vrouw, Inge-Marie Skaarup, werd haar plaats ingenomen door Hanne Wilhelm Hansen, een uitgeefster van muziek. Het koppel woonde er tot het einde van hun leven. Dat het volledige interieur, tot de inhoud van de boekenkasten toe, bewaard bleef, is uniek. Na de dood van Juhls weduwe in 2003 werd het huis met inboedel verkocht, maar de koopster, een kunstminnende en bemiddelde dame, besloot dat het culturele erfgoed belangrijker was dan het geld en schonk het geheel aan de Deense staat.
...

In de schaduw van de monumentale uitbreiding van het Rijksmuseum Ordrupgaard door de Iraakse architecte Zaha Hadid, oogt het witte woonhuis van Finn Juhl (1912-1989), architect-ontwerper en vader van het Deense Design, als een frêle zomerpaviljoen. Finn Juhl was amper dertig toen hij in 1942 de woning aan Kratvænget 15 in Ordrup liet bouwen. Na de scheiding van zijn eerste vrouw, Inge-Marie Skaarup, werd haar plaats ingenomen door Hanne Wilhelm Hansen, een uitgeefster van muziek. Het koppel woonde er tot het einde van hun leven. Dat het volledige interieur, tot de inhoud van de boekenkasten toe, bewaard bleef, is uniek. Na de dood van Juhls weduwe in 2003 werd het huis met inboedel verkocht, maar de koopster, een kunstminnende en bemiddelde dame, besloot dat het culturele erfgoed belangrijker was dan het geld en schonk het geheel aan de Deense staat. Finn Juhl ontwierp zowel de woning als het interieur. Voor hem was zijn huis een soort laboratorium waar meubels en objecten op hun vorm, functionaliteit en comfort werden getest. Elk onderdeel, van meubilair tot huisraad, werd door de meester zelf ontworpen. Het interieur is een uniek tijdsdocument van de Deense designgeschiedenis. Anders dan in Zweden en Finland liet de doorbraak van design in Denemarken lang op zich wachten. In de jaren dertig was gustaviaans meubilair nog de norm. Juhl groeide op in een bemiddeld middenstandsgezin in Frederiksbergen, een chique groene wijk aan de rand van de hoofdstad, net in de periode dat de Denen wakker werden geschud door de verfrissende wind uit het noorden. De jonge Juhl kwam op de Royal Danish Academy of Fine Arts terecht in een creatieve storm, die hem meteen op de trein van het modernisme zette. Naast architectuur ging zijn aandacht al snel uit naar interieur en het ontwerpen van meubilair. Het functionalisme vierde hoogtij, en tussen tijdgenoten als Hans Wegner en Poul Kjaerholm, ontwikkelde Juhl zijn eigen stijl. Niet lang na zijn debuut, in 1937, hij was pas 25, deden zijn onconventionele ontwerpen al stof opwaaien en trokken internationale aandacht. Deens Design werd een begrip. Zijn eigen woning is een van de weinige gebouwen die Juhl realiseerde. De jonge architect ontwierp het huis 'van binnen naar buiten'. Als een onopvallende huid trok hij muren op rond zijn eigen leefwereld. Hij maakte een aaneenschakeling van verschillende ruimtes die naadloos in elkaar overvloeien. Het resultaat is een L- vormig paviljoen met grote, plafondhoge ramen en een breed uitzicht op de tuin. Juhl beschouwde zijn woning als zijn lab en ontwierp bijna alles zelf, van het zitmeubilair, de lampen, boekenkasten en bedden tot de theepot. Hij zag zijn meubelontwerpen als onderdeel van de expressie van een ruimte en was van oordeel dat meubels met het gebouw zelf een geheel moesten vormen, als gesamtkunstwerk. Tegen de stroom in van de industriële vernieuwing koos hij resoluut voor ambachtelijk vakmanschap. Veel van Juhls ontwerpen waren hun tijd vooruit en konden met de technische mogelijkheden van toen alleen met de hand geproduceerd worden. Juhl hield van stoffering, in tegenstelling tot grote voorlopers van het moderne design als Gerrit Rietvelt en Marcel Brauer. Zijn meubelontwerpen zijn functioneel en organisch maar ook sensueel. Ze lijken soms op enorme zoogdieren met robuuste lijven, zoals zijn Grasshopper en de Pelican Chair, die door critici uit die tijd werd vergeleken met een vermoeide walrus. Kunst dicteerde vanaf het begin Juhls ontwerpen. Hij week af van de heersende designtrends en de stijl van Arne Jacobsen en Poul Kjaerholm. De vrijheid van de mens, zoals verbeeld in het kubisme en het surrealisme, en in het werk van beeldhouwers als Henry Moore, Barbara Hepworth en Hans (Jean) Arp, inspireerde hem in grote mate voor de creatie van zijn plastische vormentaal. Maar ook Afrikaanse kunst, en hints naar Japans en Egyptisch historisch meubilair zijn in tal van zijn meubels terug te vinden. Binnen in de woning oogt alles licht en luchtig, als in een zomerhuis. Door de grote ramen stroomt het licht gul naar binnen. Met uitzondering van de keuken, de badkamer en een klein bureautje aan de ingang, lopen de verschillende ruimtes van de gelijkvloerse woning (ca. 210 m²) bijna naadloos in elkaar over. Vooral de gigantische slaapkamer valt op. Het is een sfeervol vertrek, opgevat als een leefkamer met een haardvuur, een wandhoge boekenkast, een eettafel en zitmeubilair. Op de blankhouten vloeren liggen kleurrijke, handgeweven tapijten. Zetels en stoelen, met massief houten structuren waarvoor Juhl vaak kostbare houtsoorten als teak (in die tijd ongewoon) en mahonie gebruikte, liet de ontwerper bekleden met kleurrijke wollen stoffen. Waar je ook kijkt, het beeld klopt. De sfeer is verfrissend, uitnodigend en verbazend actueel. Vaak staan meubels en stoelen los in de ruimte opgesteld. Voor Juhl had een meubel naast een gebruiksfunctie ook een functie als esthetisch object. Het moest dus van alle kanten mooi zijn en bij voorkeur niet tegen een muur geplaatst. Onder een kleurrijk portret van Hanne Wilhelm Hansen pronkt de Poet Sofa, een iconisch ontwerp uit 1941. De vloeiende lijn van de zitschelp oogt als die van een sculptuur en wordt gedragen door een fijn, ambachtelijk geproduceerd houtskelet. Een typisch stijlkenmerk dat ook in latere ontwerpen, zoals de Baker Sofa, terug te vinden is. Doordat Juhls ontwerpen niet alleen vormelijk maar ook ergonomisch heel doordacht waren, stralen ze een soort luxueus functionalisme uit, een begrip dat tot vandaag Deens Design typeert. "Je ziet duidelijk dat Juhl geen opleiding kreeg als meubelmaker", zegt Line Marie Laerkholm-Bengtsen, conservator van Ordrupgaard Museum of Fine Arts, het museumcomplex waar het Finn Juhl House sinds 2008 deel van uitmaakt. "Zijn meubels tarten elke conventionele meubeltechniek en zijn zeer moeilijk te realiseren. Het vakmanschap, de kwaliteit en het handwerk zijn echter niet alleen Juhls handelsmerk, ze groeiden uit tot dat van Deens Design in het algemeen. Dat maakt van hem 'de vader van het Deense design'." Expo Finn Juhl, nog tot 12 oktober, Design museum, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent, 09 267 99 99. www.designmuseumgent.be Het huis van Finn Juhl maakt deel uit van het Ordrupgaard Museum of Fine Arts, www.ordrupgaard.dk. Na de dood in 2003 van Juhls weduwe, Hanne Wilhelm Hansen, kreeg de Deense meubelproducent Onecollection alle rechten voor het reproduceren van Juhls ontwerpen. Dat resulteerde tot nu toe in een twintigtal modellen, www.onecollection.dk TEKST & FOTO'S KAT DE BAERDEMAEKERAl kort na zijn debuut deden Finn Juhls ontwerpen stof opwaaien. Deens design werd plots een begrip Tegen de stroom in van de industriële vernieuwing koos Finn Juhl resoluut voor ambachtelijk vakmanschap