Soms vang je flarden op van gesprekken. Soms zijn dat meningen, soms zijn het bomen waar je het bos niet doorheen ziet.
...

Soms vang je flarden op van gesprekken. Soms zijn dat meningen, soms zijn het bomen waar je het bos niet doorheen ziet. "Zelfs de baby's zijn arrogant tegenwoordig." (een blonde vrouw met uitgroei, die blijkbaar te lang in een kinderdagverblijf gewerkt heeft) "Ik hou ervan op dingen te bijten. Ik vind dat je textuur in je mond nodig hebt." (een andere vrouw, zonder spoor van dubbele bodem, op restaurant een portie noedels verstouwend in het gezelschap van twee heren) "Je mag nooit je eerste emotie tonen. Dat zou jij intussen toch moeten weten." (een jonge Turk in een donkere straat tegen zijn meisje, enigszins opgefokt nadat zij blijkbaar te spontaan is geweest naar zijn mening) Zulke zinnen hebben de neiging met mij mee te reizen. Ik vraag mij dan af waar zij vandaan komen en hoeveel waarheid zij bevatten. Het lijkt me akelig, een wereld waarin je je eerste emotie altijd verborgen moet houden. Zelf verberg ik zelden emoties, misschien verklaart dat waarom ik al een paar keer met m'n kop tegen de muur ben gelopen. Misschien kent deze jonge Turk een geheim dat iedereen kent, maar dat ik nog altijd niet doorgrond heb. Misschien behoort het verbergen van emoties tot de ongeschreven wetten van de wereld, die je maar beter kunt respecteren als je niet te veel averij aan de ziel wil oplopen. "De wereld wint altijd", hoorde ik weer iemand anders zeggen. Het was in de lobby van een luxehotel, een deurwaarderachtig type. Hij zat achterovergeleund in zijn fauteuil, de duimen zelfgenoegzaam in de zakjes van zijn gilet gehaakt. Zijn woorden troffen mij als een veilinghamer, temeer door de gewisheid waarmee hij ze uitsprak. Ze klonken als een vonnis, een veroordeling waaraan niet valt te ontsnappen. Hij was in het gezelschap van een donkere dame, de rest van hun gesprek kon ik niet volgen. Ik wilde weten waarin de wereld volgens hem was gewonnen. Het was vast iets niet zo heel prettigs. De wetten van de wereld zijn meestal niet mals en niet te vermurwen: prijzen zullen stijgen, politici zullen sjoemelen. Ook jij zal oud worden en sterven. Geliefden zullen elkaar bedriegen. Oversten zullen met pluimen gaan lopen. Sociopaten hebben de neiging aan het roer te komen. Je wéét dat soort dingen intussen, en toch wil je blijven geloven dat je de wereld kunt verslaan bij een partijtje armworstelen. Je wil blijven geloven in de liefde in plaats van in het huwelijk, in tederheid in plaats van in Temptation Island. In enthousiasme in plaats van in zware beroepen. Ergens in mij zit nog de rebel verborgen, die gelooft dat er op deze wereld andere werelden mogelijk zijn. Ik hoef maar de geur van protest op te snuiven en ik voel al de aandrang om op straat te komen of de laptop open te klappen. Neem nu de luchtvervuiling. We houden van onze kinderen, maar accepteren - volgens recente bevindingen - dat ze in de buitenlucht tien sigaretten per dag meeroken. Gelukkig groeit de opstand daartegen, tot zelfs de grootste realpolitiker schone lucht als basisrecht moet erkennen. We leven in een wereld vol waanzinnigheden. Het ergste dat je kan gebeuren, is dat je die waanzinnigheden gaat verwarren met de wetten van de wereld.