Er was eens, héél lang geleden, nog voor de dieren konden spreken, het perm. Het perm was het geologische tijdperk met de eerste echt uitgebouwde fauna op het land, met reuzenkakkerlakken en reuzenlibellen, de eerste kevers en vliegen ook, de eerste reptielen en de vroegste voorlopers van wat ooit de zoogdieren zouden worden. Vogels waren er nog niet, geen enkele van de gewervelde landdieren van toen kon vliegen. De dieren werden almaar groter en groter en groter...
...

Er was eens, héél lang geleden, nog voor de dieren konden spreken, het perm. Het perm was het geologische tijdperk met de eerste echt uitgebouwde fauna op het land, met reuzenkakkerlakken en reuzenlibellen, de eerste kevers en vliegen ook, de eerste reptielen en de vroegste voorlopers van wat ooit de zoogdieren zouden worden. Vogels waren er nog niet, geen enkele van de gewervelde landdieren van toen kon vliegen. De dieren werden almaar groter en groter en groter... En toen was het gedaan. Ongeveer 251 miljoen jaar geleden brak de hel los, met massale vulkaanuitbarstingen, en een enorme verhoging van de globale temperatuur op aarde als gevolg van een langdurig intens broeikaseffect. Nooit eerder was het op de planeet zoals wij die kennen zo heet. De oceanen verzuurden en het land degenereerde tot een grijze woestenij. Ongeveer negentig procent van de toen levende diersoorten stierf uit, meteen de grootste uitstervingsgolf uit het gedocumenteerde deel van de geschiedenis van het leven. Maar de aarde bleef draaien. Ze maalt niet om een catastrofe meer of minder. Ze overleefde zelf een gigantische crash met een ander hemellichaam waar ze haar maan aan overhield. De aarde is te groot en machtig om door wat gekriebel op haar oppervlak afgeleid te worden. Haar einde is voorzien voor binnen 2,8 miljard jaar, als de zon die haar leven geeft zo groot en gloeiend is geworden dat ze alles in haar (en onze) buurt zal verbranden. Na het perm kwam het trias, met de eerste dinosaurussen. Die verdwenen op het einde van het krijt, zo'n 65 miljoen jaar geleden, als gevolg van de inslag van een komeet met een doormeter van naar schatting vijftien kilometer. De klap moet enorm geweest zijn, en moet duizenden jaren lang de lucht verduisterd hebben, als gevolg van al het stof en as dat de atmo-sfeer in werd geslingerd. De dinosaurussen overleefden het niet, toch niet in hun toenmalige vorm, want onze vogels zijn er rechtstreekse nazaten van. Maar de aarde bleef draaien. En het leven kreeg nieuwe kansen, onder meer spitsmuisachtige mormels die zouden uitgroeien tot de zoogdieren waartoe ook wij behoren. Waarschijnlijk heeft het leven nooit slimmere soorten voortgebracht dan de zoogdieren, hoewel we dat nooit zeker zullen weten. Wij, mensen, zijn zo slim geworden dat wij de hele wereld hebben ingepalmd, als een gewervelde variant van kleine sociale insecten. Wij zijn de aarde volledig naar onze hand aan het zetten. Helaas zijn wij ons ook bewust van wat we doen, en van wat de gevolgen zijn van wat we doen. Wij, of toch op zijn minst sommigen onder ons, maken ons zorgen over een nieuwe uitstervingsgolf die eraan zit te komen: eentje die wij zelf in de hand werken door de enorme claim die wij op de aarde leggen. Wij verliezen massaal andere soorten. Wij manipuleren alles om er zelf beter van te worden. Dat proces moet al vroeg in onze geschiedenis begonnen zijn. Er zijn aanwijzingen dat er 50.000 jaar geleden al natuur werd platgebrand om de grond vruchtbaarder te maken. Achtduizend jaar geleden zou een vijfde (!) van het landoppervlak van de aarde al door de mens zijn aangepast; toen waren we nog niet lang van zwervende jager-verzamelaar naar landbouwer geëvolueerd. Wetenschappers schatten dat rond 1750 de helft van het aardoppervlak door de mens was gemanipuleerd, en toen moesten verstedelijking en het promoten van monoculturen in de landbouw nog beginnen. Nadien zijn we pas gaan excelleren in het bijsturen van onze omgeving. Zelfs veel van wat we vandaag 'pure natuur' noemen, is 'vermenselijkt'. We warmen de atmosfeer op, doen ijskappen smelten, verzuren de oceanen, vervuilen het zoet water en degraderen het land tot een saaie puzzel met uitgestrekte akkers en weilanden voor planten en dieren die we voor onze overleving nodig hebben. We maken eenheidskoek en eenheidsworst van onze natuur. De gevolgen laten niet op zich wachten. Een derde van de amfibieën en een vijfde van de zoogdieren zijn met uitsterven bedreigd. Akkervogels zijn een zeldzaamheid geworden, en komen nog bijna uitsluitend in natuurgebieden voor. Noord-Amerikaanse zoetwatervissen verdwijnen aan een tempo dat 877 hoger ligt dan de gemiddelde graad van uitsterven van dieren over lange tijd gemeten. Nooit eerder verdwenen dieren in zo'n hoog tempo dan in het tijdperk van de mens. Als het zo doorgaat, zullen we evolueren naar een nog veel uniformer wereld dan nu al het geval is, met alleen soorten die het goed doen in het zog van de mens, die mee profiteren van de verande- ringen in ook hun leefmilieu die wij introduceren. Soorten als ganzen allerhande, die een pest worden voor waterrijke gebieden, als ratten en mieren die de mensenwereld inpalmen, als kwallen die de ruimte in de oceanen inpikken die vrijkomt omdat wij alle vissen eruit halen, zodat een eventuele weg terug voor vissoorten dreigt te worden afgesneden. Het is evident dat de evolutie intussen niet stilzit, dat er nieuwe aanpassingen van de natuur gebeuren in functie van de veranderingen die wij introduceren. Maar het ontstaan van een nieuwe diersoort is een tergend traag proces, een schildpad in vergelijking met de haas van het uitsterven. Het is veel gemakkelijker een soort te laten verdwijnen dan een nieuwe te laten ontstaan. Wij zullen geen zegen zijn voor de biodiversiteit op aarde, maar een ramp. Wij promoten het platte opportunisme: de wereld is vandaag meer dan ooit aan de opportunisten. De kakkerlak is er nog altijd, al meer dan 100 miljoen jaar in zo goed als ongewijzigde vorm, de incarnatie van de ultieme aanpassingsvaardigheid, want hij floreert zelfs in aanwezigheid van de verdelgende mens. De kip is waarschijnlijk de succesvolste vogel aller tijden, omdat ze zich nuttig heeft gemaakt voor de mens, als bron van vlees en eieren, zodat ze zich massaal heeft kunnen vermenigvuldigen in gigantische stallen en legbatterijen. Wij leggen ook een claim op de niet-levende rijkdommen van de aarde, op het zoet water, bijvoorbeeld, want in steeds grotere zones van de wereld groeit er een watertekort, omdat wij zoveel verbruiken en vervuilen. Wij putten de grondstoffen uit, materialen als goud en koper, die we verwerken in producten als computers en gsm's, en die we daar eventueel uit kunnen recupereren: in tweehonderd gsm's zit genoeg goud voor een mooie ring. Die grondstoffen zijn dus in feite niet weg, maar we steken ze in een andere geologische context. De fossiele brandstoffen zijn we wel aan het uitputten, de restanten van het vergane leven van vroeger die we recupereren om ons te verplaatsen, te verwarmen en licht te geven in de duisternis. Zelfs na hun afsterven teren wij op de levens die ons zijn voorgegaan. Geen nood, zullen velen zeggen, die olie zat daar in de grond toch niets nuttigs te doen. Correct, maar ondertussen hebben wij voor onszelf wel een systeem gecreëerd waarin wij ons erg afhankelijk hebben gemaakt van die zelfgemaakte wereld. Als die wereld zou beginnen sputteren, kunnen wij in moeilijkheden komen, in grote moeilijkheden. Het is tegenwoordig de ultieme ecologische paradox: we moeten vooruit blijven gaan als we het goed willen blijven doen, want het alternatief, de achteruitgang, is geen realistische optie. Door vooruit te blijven gaan belasten we onze omgeving nog meer dan we nu al doen, een proces dat op termijn onhoudbaar lijkt, zodat ook wij het finaal zullen moeten opgeven, en we van het toneel zullen verdwijnen. Dat zal nog wel eventjes duren, en het verdwijnen van een soort, zeker als reactie op een catastrofe in haar omgeving, is een proces waar meestal vele generaties overheen gaan, maar omdat wij ons bewust zijn van ons bestaan, moeten we ook leven met de ellende dat we ons daar druk over kunnen maken. Wij zijn ons pijnlijk bewust van onze eindigheid. Charles Darwin, de man die ons de mechanismen van de evolutietheorie schonk, had zich al druk gemaakt over de vluchtigheid van beschaving. Toen hij zijn reis rond de wereld met het Britse marineschip Beagle maakte, waren er vier indianen uit Vuurland aan boord, die twee jaar eerder vanuit hun geboortestreek naar Engeland waren gebracht en daar een spoedcursus beschaving hadden gekregen. Ze hadden geleerd zich deftig te kleden, ze konden met mes en vork eten, ze gedroegen zich hoofs en beleefd, ze waren zelfs bij de Queen op theevisite geweest. Het was de bedoeling ze weer los te laten in hun geboortestreek, in Vuurland dus, om de christelijke beschaving als een sluipend virus in hun eigen gemeenschap te propageren. Helaas. Toen Darwin en zijn kompanen een jaar na het loslaten van de vier gingen kijken hoe ze het ervan af hadden gebracht, konden ze niet anders dan vaststellen dat de indianen opnieuw gedegenereerd waren tot de 'wilden' die ze waren geweest voor ze naar Engeland werden gebracht. Beschaving is niet instrumenteel in primitieve omstandigheden, waarin de noodzaak tot elementaire overleving primeert. Ondertussen zijn er geen indianen meer in Vuurland, uitgestorven en vervangen door migranten die het nog altijd niet gemakkelijk hebben in de ruige regio, die geen voorbeeld van menselijk kunnen zijn. Wat de nostalgici onder ons zo graag authentieke stammen noemen, verdwijnt in razendsnel tempo. Ook van onszelf maken wij eenheidsworst. Wij maken van onszelf het equivalent van een monocultuur uit de landbouw. Het belangrijkste nadeel van een monocultuur is dat als er iets opduikt waar de cultuur niet tegen opgewassen is, het geheel onderuit kan gaan. Nogal wat biologische waarnemers menen dat de moderne mens het naar evolutionaire normen bekeken niet lang zal uitzingen. Wij zijn het te ingewikkeld aan het maken om lang succesvol te kunnen zijn. We maken ons te kwetsbaar voor veranderingen waar we geen greep op hebben. Maar de rest van de natuur zal daar niet wakker van liggen. De rest van de natuur is niet bekommerd om ons welzijn. De rest van de natuur zal zelfs niet juichen als wij het loodje moeten leggen, want daar heeft ze de capaciteit niet voor. De rest van de natuur zal rustig haar ding blijven doen, en nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken die het zullen overnemen en die nieuwe dominante factoren zullen creëren, door dat wonderlijke spel van darwiniaanse natuurlijke en seksuele selectie. Als we op voldoende lange termijn denken, hoeven we ons geen zorgen te maken om onze impact op de rest van de natuur. Die zal ook zonder ons prachtige nieuwigheden uitdokteren. Dat is een geruststellende gedachte. Maar ze helpt de ijsbeer of reuzenpanda natuurlijk geen meter vooruit.DOOR DIRK DRAULANS & PORTRET FILIP VAN ROE"We warmen de atmosfeer op, verzuren de oceanen, vervuilen het zoet water en degraderen het land" "Kakkerlakken zijn overlevers. Al tientallen miljoenen jaren lang"