Teruggevonden, in een van de oude kartonnen dozen die ik naar het containerpark wil versassen : mijn zwembrevetjes van weleer. Het groene verklaart dat ik op 22.5.80 het volgende hoogstandje wist te volbrengen : " zich verticaal gedurende 1 minuut aan de wateroppervlakte bovenhouden, de handen buiten het water, de beenslag zijnde toegelaten". De omschrijving is plechtig voor het dwaze watertrappen, waarbij je beide wijsvingers in de lucht gepind moest zien te houden terwijl je net niet kopje onderging.
...

Teruggevonden, in een van de oude kartonnen dozen die ik naar het containerpark wil versassen : mijn zwembrevetjes van weleer. Het groene verklaart dat ik op 22.5.80 het volgende hoogstandje wist te volbrengen : " zich verticaal gedurende 1 minuut aan de wateroppervlakte bovenhouden, de handen buiten het water, de beenslag zijnde toegelaten". De omschrijving is plechtig voor het dwaze watertrappen, waarbij je beide wijsvingers in de lucht gepind moest zien te houden terwijl je net niet kopje onderging. Ik herinner ze mij, helder als chloorwater : de lapjes textiel met goudstiksel die je na het verwerven van zo'n brevet in je zwembroek mocht laten naaien, en waar je buitensporig trots op was. Dat was dus in 1980. Een van mijn ultieme dromen, naast een weekendje in een krappe lift opgesloten zitten met Kathleen Van Brempt, is nog eens een middag in dat jaar te kunnen ronddwalen. Als mij dat toegestaan werd, zou ik er daarna wellicht met geen stokken meer weg te slaan zijn, want met alles wat ik nu weet, moet het een makkie zijn om in 1980 roem en fortuin te vergaren. Zo zou ik investeren in de absurde droom van enkele weirdo's, die beweren dat op de gekste plekken opgebeld kunnen worden een basisbehoefte is van de mens. Ook zou ik een boek over een tovenaarsleerling schrijven, en met een monkellachje aanzien hoe de ene na de andere uitgever het retourneert. Er zijn vast nog betere plannen te bedenken, maar daar breek ik mij het hoofd niet over, vermits het aanbod van een tijdreis zich voorlopig niet stelt. Samen met u en zo'n 6,5 miljard andere luitjes zit ik slotvast vergrendeld in het ijskoude voorjaar van 2006. Witte takken en gejank van kettingzagen. In de tuin van de buren wordt op dit moment een mooie berkenboom geveld, misschien nog geplant in de tijd van mijn brevetjes. En geen van ons die kan voorspellen wat de dag van morgen brengt. In diezelfde kartonnen doos vind ik, o wonder, het allereerste verhaaltje dat ik met behulp van een tekstverwerker heb geschreven. Ook dat herinner ik mij zeer wel. Het was op een mooie, frisse dag in de lente, waarop we beschikten over de villa van de ouders van een vriend, die geloof ik op zakenreis waren. De hele dag konden we - u weet hoe dat gaat, als de kat van huis is en de muis 17 - zuipen, roken, naar harde muziek luisteren en met de aanwezige meisjes de bedden gebruiken. Opwindender echter vond ik de glimmende computer die op het bureau stond te pronken van de vader van die vriend. Zacht zoemend verscheen de groene cursor op het scherm, en voor het eerst in mijn leven maakte ik kennis met de gemakken van copy & paste. "Ridderfantasietje", heet het stukje dat ik toen schreef en dat ik bijna een kwarteeuw later terugvind, uitgeprint op nauwelijks vergeeld kettingpapier. Het gaat over zombies, jonge maagden en de vijvers van een gehucht dat Ghallghem heette, en duidelijk op mijn toenmalige, zeer West-Vlaamse woonplaats was geënt. " Pluk appels pluk appels rijd je mee paardje rijd je mee paardje ge ge hi hi ho ho. Tenslotte mag vooral niet uit het oog verloren worden dat met SLECHTS via REGELMATIGE OEFENING bedreven wordt in het vak." Ik zal het onthouden, meester van lang geleden, teruggevonden in mijn oude dactylomap. Die tiklessen konden we alleen in gestolen uurtjes volgen. Later, zo zei men, zouden we dat zelf toch nooit moeten doen. Wist men veel, in 1982, dat tikken mij - samen met zwemmen - veruit het best van pas zou komen van alles wat ik op school heb geleerd. Helemaal onderin de tijdscapsule vind ik een lijst met namen, geboortedata, woonplaatsen en zelfs de nummers van de identiteitskaarten van alle jongens die in het zesde middelbaar mee op Italiëreis zijn geweest. Het zou een boeiende onderneming zijn ze eens op te sporen, die Vandekerckhoves, Driesschaerts en Vanhaverbekes, in een poging te achterhalen hoe wrang of zondoorspikkeld hun pad geworden is. Zien wat zij met hun leven hebben gedaan, en wat hun leven met hen heeft aangericht. Alleen Cremelie kom ik nog af en toe in het zwembad tegen. Net zoals ik lijkt hij een redelijk normale gast, die hard werkt en de weldaden bezingt van schoolslag voor een pijnlijke rug.reacties : jp.mulders@skynet.bejean-paul mulders