In klare taal en met tal van voorbeelden uit de praktijk gaat het boek Crime Scene Investigation : stap voor stap meekijken met de forensische experts dieper in op de jobs van bij het gerechtelijk onderzoek betrokken pathologen-anatomen, toxicologen, odontologen, DNA-onderzoekers, profilers en psychologen. Wim Van de Voorde, hoogleraar gerechtelijke geneeskunde en criminalistiek aan de KULeuven en zelf wetsdokter, kent de reputatie van auteur Cyril H. Wecht als forensisch patholoog. Hij heeft al zijn werken in zijn boekenkast staan. "De politie vindt ze soms zelfs bij misdadigers thuis", zegt Van de Voorde.
...

In klare taal en met tal van voorbeelden uit de praktijk gaat het boek Crime Scene Investigation : stap voor stap meekijken met de forensische experts dieper in op de jobs van bij het gerechtelijk onderzoek betrokken pathologen-anatomen, toxicologen, odontologen, DNA-onderzoekers, profilers en psychologen. Wim Van de Voorde, hoogleraar gerechtelijke geneeskunde en criminalistiek aan de KULeuven en zelf wetsdokter, kent de reputatie van auteur Cyril H. Wecht als forensisch patholoog. Hij heeft al zijn werken in zijn boekenkast staan. "De politie vindt ze soms zelfs bij misdadigers thuis", zegt Van de Voorde. De groeiende interesse voor het forensische onderzoek is de prof niet ontgaan. "Dat de berichtgeving over de verdwijning van Stacy en Nathalie zich van in het begin toespitste op het sporenonderzoek, wijst op het toegenomen bewustzijn, waaraan series als Silent Witness en CSI wellicht niet vreemd zijn. Dat je op een wetenschappelijke manier misdaden kan oplossen, spreekt tot de verbeelding. We moeten wel opletten dat de mensen niet te veel gaan verwachten. Wij kunnen niet alles oplossen. Ik krijg op assisenzaken soms vragen van juryleden die goed bedoeld zijn, maar die verraden dat ze wat ze op tv zagen door elkaar gooien."De mediabelangstelling zou een serieuze steun in de rug van onze forensische experts moeten betekenen, maar de politiek wil niet volgen, stelt Van de Voorde. "Iedereen spreekt over ons werk, en toch wordt er niet voldoende in de kwaliteit van het onderzoek geïnvesteerd. Het doet pijn om naar CSI te kijken. Van de middelen waarover de onderzoekers in die reeks beschikken, kunnen wij enkel dromen. Nochtans hebben we het potentieel, kijk maar naar het succes in de zaak Stacy en Nathalie. Alleen wordt er niet het maximum uitgehaald." Niet elke zaak wordt tot op het bot uitgespit. Vlaanderen telt slechts een tiental voltijds forensische geneeskundigen. Zij werken heel nauw samen met de politie, zonder ervan af te hangen. Door de onderbezetting is de belasting zeer groot. Om een idee te geven : Van de Voorde en zijn medewerkers voerden dit jaar al 61 uitwendige lijkschouwingen en 49 autopsies uit. "Sinds de zaak Dutroux moet alles sneller gaan. Twee maanden wachten op een verslag kan niet meer. Terecht, maar de druk om snel én kwalitatief werk af te leveren is daardoor groot en de bezoldiging is niet navenant. Of ik nu drie of zes uur met een autopsie zoet ben, het tarief is hetzelfde. Gelukkig kan ik op een vast inkomen van de universiteit rekenen, maar ik ken ook zelfstandige wetsdokters die zich te pletter werken voor een schamel inkomen."Van de Voorde pleit voor een oplossing naar Duits model. "Instituten voor gerechtsgeneeskunde zouden ons toelaten professioneel en gestructureerd te werken. Als de overheid die instituten erkent en ze een basisbudget geeft, kan ze ze verplichten aan kwaliteitscontrole te doen en voor opleiding en continue beschikbaarheid te zorgen."Opleiding is een teer punt. In Amerika mag CSI dan een boom van het beroep van forensisch expert veroorzaakt hebben, in ons land kan aan de vele jongeren die gewonnen zijn voor de wetenschap in dienst van het gerechtelijk onderzoek geen perspectief geboden worden. "Er bestaat geen specifieke opleiding. Wat ik geïnteresseerde jongelui aanraad, is criminologie, wetenschappen of rechten te volgen en vervolgens bij de politie of het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie aan te kloppen voor verdere praktijkgerichte training. Een andere optie is : voor ingenieur of arts studeren en je dan verder proberen te bekwamen op het forensische domein, zonder de garantie dat dat zal lukken." Nog een mogelijkheid is uitwijken. Universiteiten als die van Lausanne en Glasgow bieden een masteropleiding forensic sciences aan. Voor wie zich nog optimaler wil voorbereiden op het beroep organiseert de KULeuven sinds vijf jaar het postacademische vormingsprogramma Multidisciplinair forensisch onderzoek in het kader van assisenzaken. Doel is de verschillende deskundigen op het terrein beter op elkaar af te stemmen. Zelfs de scenaristen van Witse schreven zich in om meer inzicht te verwerven. De lijken in het mortuarium ogen soms wansmakelijk, maar de professor is zoveel gewend dat hij er nooit nog een dreun van krijgt. "De zinloosheid van geweld, dát kan mij nog altijd raken, zelfs nog meer dan vroeger. Zeker als er kinderen bij betrokken zijn. Terwijl je in het mortuarium je job doet, voel je niets. Maar soms, als ik bijvoorbeeld ter voorbereiding van een les gruwelijke foto's terugzie, vraag ik me af : wat heeft dat slachtoffer doorgemaakt in de laatste minuten of uren van zijn leven ? Daar mag je niet te lang bij stilstaan. Je moet gek zijn om deze job te doen als je er niet voor leeft. De grootste voldoening zit in het besef dat we helpen de waarheid boven te spitten."Cyril H. Wecht, 'Crime Scene Investigation : stap voor stap meekijken met de forensische experts', Fontaine Uitgevers, 192 blz., 19,90 euro.Door Peter Van Dyck I Portret Guy Kokken