Het zomert. En hun doorgaans stille wanhoop wordt plots hoorbaar. Almaar luider. Nogal oorverdovend zelfs, sinds ze als dreigende lemmings op daken, kranen en steigers klauteren. "Chantage", oordelen de oordelers. "Niet luisteren, zéker niet toegeven, anders is het einde ver zoek." Klopt als een zwerende vinger, natuurlijk. Maar een antwoord is het niet. En de vragen blijven. Vooral deze : hoe wanhopig moet je zijn om zonder eten naar de hemel te klimmen ? Om te stoppen met drinken - ooit geprobeerd, iemand ? Om liever te sterven op de drempel voor een gesloten deur, dan terug te keren naar de bekende geuren, geluiden en warmte van thuis ? Hoe wanhopig moet je zijn om jezelf achter te laten en niemand te worden in een of ander neverland ? Wanhopig, en tegelijk ontzettend hoopvol natuurlijk. Hoopvol dat die verhalen over het beloofde land waar zijn.
...