SACHARINE

Wat : Een kunstmatige zoetstof.
...

Wat : Een kunstmatige zoetstof. Bouwjaar : 1879. Hoe : Chemicus Constantin Fahlberg onderzocht koolteerderivaten in het laboratorium van Ira Remsen aan de John Hopkins University in het Amerikaanse Baltimore, toen hij op een avond naar huis trok zonder zijn handen grondig te wassen. Daar merkte hij dat het brood van zijn vrouw zoeter smaakte dan gewoonlijk, terwijl zijn echtgenote niets ongewoon proefde. Fahlberg likte aan zijn vingers en concludeerde dat hij het verschil enkel kon toeschrijven aan resten van een van de chemicaliën waarmee hij werkte. Na enkele tests beschreef Fahlberg zijn ontdekking datzelfde jaar nog in een paper die ook de naam van Remsen droeg. Kort daarop ging hij echter solo door de zoetstof zonder medeweten van zijn collega te patenteren en ze vanaf 1886 te produceren in een fabriek in het Duitse Magdeburg - het begin van een lange vete. Remsen werd in 1901 nog directeur van de universiteit, maar had geen goed woord meer over voor Fahlberg, die met de centen ging lopen. "Een boef," liet Remsen zich ooit ontvallen, "het maakt me misselijk wanneer mijn naam in een adem met de zijne genoemd wordt." Sacharine brak trouwens pas echt door toen tijdens WOI de suikervoorraad slonk. Dierproeven suggereerden in de jaren zestig en zeventig nog dat sacharine blaastumoren veroorzaakte, maar die bleken later het gevolg te zijn van de specifieke eigenschappen van de urine van knaagdieren. Toch zouden de Verenigde Staten de verplichte waarschuwing op voedingsmiddelen die sacharine bevatten (met name lightproducten en voeding voor diabetici) pas afvoeren in 2000. Wat : Een gefermenteerde smaakversterker. Bouwjaar : 1837. Hoe : Tarte tatin, chips, tofu, cornflakes : onze keuken is bezaaid met toevallige vondsten en culinaire accidents de parcours. Worcestershire of Worcester (spreek uit 'woester') sauce behoort tot de laatste categorie. Ze werd oorspronkelijk bereid voor de Britse lord Marcus Sandy, toen die na zijn gouverneurschap van Bengalen terugkeerde naar zijn landgoed ten zuiden van Birmingham, op basis van 's mans eigen recept voor zijn favoriete saus. John Lea en William Perrins, scheikundigen die in hun apotheek in Worcester ook schoonheidsproducten en etenswaren bereidden, maakten er maar meteen een heel vat van, maar oordeelden al na één slok dat het pikante brouwsel volstrekt oneetbaar was. Toen ze het 'vergeten' vat na twee jaar opdiepten uit de kelder, bleek de rode bereiding echter gefermenteerd te zijn tot een bruine saus met een aangename pittige smaak. Dat vonden ook hun klanten, en in 1845 opende de twee een fabriek die de saus onder de naam Lea & Perrins in grote hoeveelheden produceerde. Sinds 2005 is het merk in handen van het Amerikaanse voedingsbedrijf Heinz, al wordt de Europese versie van de saus (op de Amerikaanse markt wordt geen mout-azijn gebruikt, maar gedestilleerde witte azijn) nog steeds gemaakt in dezelfde fabriek op Midland Road in Worcester. Het exacte recept - dat onder meer chilipepers, ansjovis, uien, kruidnagel en knoflook bevat - is tot op heden een goed bewaard geheim. Wat : de beste vriend van keukenklunzen. Bouwjaar : 1945. Hoe : Onze noorderburen spreken niet geheel onterecht van een magnetron, naar de elektronenbuis die dit soort oven van microgolven voorziet. Ingenieur Percy Spencer sleutelde bij de Amerikaanse defensie- en technologiereus Raytheon aan de elektronenbuis van een radarinstallatie toen hij een vreemde ontdekking deed. De elektromagnetische straling deed de chocoladereep in zijn broekzak namelijk smelten, waarna Spencer het principe al gauw uittestte op maïskorrels om popcorn te maken. Raytheon patenteerde meteen het koken met microgolven en leverde twee jaar later de eerste commerciële microgolfoven af, al was de Radarange met een hoogte van bijna twee meter en een gewicht van 340 kg zo keukenonvriendelijk als zijn naam deed vermoeden. Bovendien moest het publiek overtuigd worden van de veiligheid van de technologie, wat Raytheon onder meer inspireerde tot een hotdog-microgolfmachine in Grand Central Terminal in New York. Ook de hoge kostprijs stond aanvankelijk het grote succes in weg : vier jaar na de introductie van de eerste compacte microgolfoven had het toestel slechts één procent van de Amerikaanse huishoudens veroverd. Een almaar jachtiger bestaan gaf uiteindelijk de doorslag : tussen 1986 en '97 klom het aantal Amerikaanse gezinnen met een microgolf naar ruim negentig procent. Wat : een sluiting die met één beweging losgetrokken kan worden. Bouwjaar : 1951. Hoe : Fans van de tv-serie Star Trek : Enterprise geloven wellicht dat velcro een buitenaardse uitvinding is, maar in werkelijkheid danken we klittenband aan Georges de Mestral. De Zwitserse ingenieur kwam op het idee in 1941 toen hij de hond uitliet en zich ergerde aan de hardnekkige klitten in de vacht van zijn viervoeter. Onder de microscoop begreep hij dat de klitten zich konden vastgrijpen aan lussen in de vacht en op kleding dankzij honderden kleine haakjes. Toch duurde het tien jaar voor hij volgens hetzelfde haak-en-lusprincipe een sluitingssysteem in nylon op punt stelde. Voor de naam van zijn uitvinding en in 1957 geopende fabriek koos de Mestral echter voor een samentrekking van het Franse velours en crochet (haakje). Sindsdien wordt klittenband gebruikt in de meeste diverse sectoren, van kleding, schoenen en outdooruitrusting tot de auto-industrie en de bouw. Ook de Nasa verdient een vermelding : het veelvuldig gebruik van velcro op ruimtepakken en als middel om spullen vast te maken in ruimteveren maakte de uitvinding immers razend populair in de jaren zeventig. De bewering dat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie ze zelf ontwikkelde is weliswaar een hardnekkig misverstand. Wat : de stof die de basis vormde van het eerste algemeen bruikbare antibioticum. Bouwjaar : 1928. Hoe : Van boerenzoen tot Nobelprijswinnaar : weinigen doen het Alexander Fleming na. De Schotse arts en microbioloog was assistent in de St. Mary's Hospital Medical School in Paddington toen WOI uitbrak, waarop Fleming zijn werkzaamheden onderbrak om medisch officier te worden in militaire ziekenhuizen. Daar stelde hij vast dat bestaande ontsmettingsmiddelen niet volstonden om met bacteriën geïnfecteerde wonden te verzorgen, en die infecties zelfs verergerden. Jarenlang leverde zijn zoektocht naar een wondermiddel tegen infectieziekten echter niets op. Tot die ene dag in 1928, toen Fleming na twee weken vakantie zijn laboratorium opruimde en iets vreemds vaststelde op een vergeten petrischaaltje met stafylokokken. Tijdens zijn afwezigheid was het schaaltje immers beschimmeld, met als vreemd gevolg dat alle bacteriën rondom de schimmel verdwenen waren. Nader onderzoek wees uit dat de schimmel een bacteriedodende stof afscheidde, die Fleming penicilline noemde. Het zou nog tien jaar vergen voor een groep scheikundigen aan de universiteit van Oxford de stof kon isoleren en op grote schaal produceerde, maar Flemings naam was gevestigd. De Schot werd geridderd in 1944 en ontving het jaar daarop de Nobelprijs voor Geneeskunde. Onder WOII had penicilline zijn nut toen al ruim bewezen. Fleming, die bij de ontvangst van de Nobelprijs al voorspelde dat overmatig gebruik van antibiotica zou leiden tot resistentie van bacteriën, overleed in 1955 aan een hartinfarct, twee maanden na zijn pensionering. DOOR WIM DENOLF - FOTO'S DIANE HENDRIKX