Het overkomt veel mensen. Een geliefde wordt plots ernstig ziek. Hij heeft een kwaal waar ze amper of nog nooit over hebben gehoord. Ineens gaat een hele nieuwe wereld open. Artikels, boeken, tv-programma's waar de gezonde bezorgden vroeger achteloos aan voorbijgingen, trekken plots hun aandacht. Ze praten met medische specialisten waarvan ze voorheen niet eens wisten dat die bestonden.
...

Het overkomt veel mensen. Een geliefde wordt plots ernstig ziek. Hij heeft een kwaal waar ze amper of nog nooit over hebben gehoord. Ineens gaat een hele nieuwe wereld open. Artikels, boeken, tv-programma's waar de gezonde bezorgden vroeger achteloos aan voorbijgingen, trekken plots hun aandacht. Ze praten met medische specialisten waarvan ze voorheen niet eens wisten dat die bestonden.Dat overkwam me een half jaar geleden, toen een gevaarlijk ontstoken pancreas mijn vader ineens op een nacht in het ziekenhuis deed belanden. Hij zou pas vijf maanden later naar huis terugkeren. De pancreas? Ik hoor het me nog vragen. Waar precies ligt die? Het was het begin van een snelcursus over een wonderlijk complex en delicaat orgaan. Wat ik allemaal in tussentijd niet heb bijgeleerd uit eigen lectuur en vooral uit mijn wekelijkse transatlantische gesprekken met de geduldige professor de Hemptinne die mijn vaders leven letterlijk heeft gered! "Pancreatitis kan verschillende oorzaken hebben," legde de prof me uit, "maar ik zie dikwijls mensen met een acute aanval vlak nadat ze rijkelijk en overvloedig hebben gegeten." Wat de oorzaak bij mijn vader ook is geweest, één ding is zeker: zijn pancreas of zijn "smelte" (zoals hij dat zelf zo kleurig beschrijft) is "bijkans helegans weggerot". Een van de gevolgen is nu dat hij "het suiker" of diabetes heeft voor de rest van zijn leven. De pancreas heeft nu iets minder geheimen voor mij. Daarom bekijk ik de vele overdreven dikke mensen hier in Amerika met nog meer medelijden dan vroeger. "Pas op voor je pancreas", zou ik soms willen zeggen als ik ze enorme porties voedsel zie binnenwerken. De statistieken zijn alarmerend. Een vijfde van de Amerikanen is zwaarlijvig. "Als we er niets aan doen, zullen bijna alle Amerikanen te dik zijn binnen enkele generaties", zegt James Hill van de universiteit van Colorado. "Dik worden," aldus deze prof die al veel belangrijke studies over zwaarlijvigheid heeft geleid, "is een normale respons op de Amerikaanse leefomgeving." Kinderen lopen het grootste risico. Minstens een kwart van de Amerikanen jonger dan negentien weegt te veel. De situatie is zo uit de hand gelopen dat David Satcher, hoofd van de nationale gezondheidsdienst, in 1998 kinderzwaarlijvigheid tot epidemie verklaarde. Het Center for Disease Control verwittigde vorig jaar dat de kosten van deze epidemie tegen het jaar 2020 honderden miljarden dollar zullen bedragen. Een pak meer dus dan aids. Deze week kreeg ik reclamefolders voor de opening van een nieuwe Krispy Kreme. Deze keten, die doughnuts (gefrituurde koeken) verkoopt, ploft zich bij voorkeur neer in armere wijken. Want daar wonen de klanten die niet één of twee maar liefst een dozijn doughnuts ineens bestellen. Fastfoodketens zoals Krispy Kreme worden al jarenlang op de korrel genomen door voedingsspecialisten. Ondanks de kritiek worden deze bedrijven, waar veel Amerikanen en ook Europeanen aandelen in hebben, steeds agressiever in het verleiden van de armsten. McDonald's verkoopt een vierde van zijn hamburgers in Amerika's verpauperde binnensteden, vooral aan jonge zwarte mannen. Snel en goedkoop eten is één ding, dagelijks de McDonald's-supersize bestellen een ander. Die is goed voor 1340 calorieën, de helft van wat een tiener dagelijks nodig heeft. Elke supersize is een bombardement van de pancreas met suiker en vet. Diabetes ligt constant op de loer. Steeds meer Amerikaantjes lijden aan deze potentieel gevaarlijke ziekte. De vraag naar insuline is dan ook pijlsnel aan het groeien. Het farmaceutisch bedrijf Eli Lilly & Co, dat zijn insulineomzet in het laatste kwartaal met 24 procent zag stijgen, is de grootste insulinefabriek ter wereld aan het bouwen. Zijn concurrenten hebben gelijkaardige plannen. Je moet als farmaceutisch bedrijf wel gek zijn om je niet op zo'n veelbelovende markt te storten. Zoals James Kappel van Eli Lilly het uitdrukt: " You've got to be in diabetes." En you've got to be in junk food, zoals Coca-Cola, Hershey Foods en Kraft, die intussen ook de rekeningen betalen van de jaarlijkse conferentie van de North American Association for the Study of Obesity. Hoe objectief kan zo'n conferentie zijn? Het lijkt geen klein beetje cynisch. Als je foto's ziet van de managers van die bedrijven, valt het op hoe slank ze wel zijn. Vroeger waren de rijken dik en de armen mager. Nu is het, in de industrielanden toch, net omgekeerd. De rijken weten nu dat fastfood hen eerder in hun graf kan doen belanden, maar dat belet hen niet om anderen aan te zetten het te vreten. Als hun portefeuille maar vetter wordt. Jacqueline Goossens vanuit New York