Het werk van Shiro Kuramata is geankerd in traditie : het getuigt van precieus vakmanschap en zin voor detail. Maar het is tegelijk ook typisch voor naoorlogs Japan : creatief, technologisch vooruitstrevend en propvol teruggevonden zelfvertrouwen, met een hoog popgehalte. Kuramata liet zich terzelfder tijd ook beïnvloeden door de westerse cultuur : de minimalistische kunst van Dan Flavin en Donald Judd, de surrealistische readymades van Marcel Duchamp, en de felle kleuren van Ettore Sottsass en Memphis, het postmoderne Italiaanse collectief waarvan hij enkele jaren lid was. Dat westerse aspect van zijn werk - zijn samenwerking met Sottsass, maar ook met een aantal Europese fabrikanten - verklaart misschien waarom Kuramata lange tijd zowat de enige internationaal bekende Japanse designer was. Niet waar, aldus de belangrijke architect Arata Isozaki in een postuum boek over Kuramata : in de jaren zeventig en tachtig was hij de enige designer in Tokio die origineel werk produceerde.
...

Het werk van Shiro Kuramata is geankerd in traditie : het getuigt van precieus vakmanschap en zin voor detail. Maar het is tegelijk ook typisch voor naoorlogs Japan : creatief, technologisch vooruitstrevend en propvol teruggevonden zelfvertrouwen, met een hoog popgehalte. Kuramata liet zich terzelfder tijd ook beïnvloeden door de westerse cultuur : de minimalistische kunst van Dan Flavin en Donald Judd, de surrealistische readymades van Marcel Duchamp, en de felle kleuren van Ettore Sottsass en Memphis, het postmoderne Italiaanse collectief waarvan hij enkele jaren lid was. Dat westerse aspect van zijn werk - zijn samenwerking met Sottsass, maar ook met een aantal Europese fabrikanten - verklaart misschien waarom Kuramata lange tijd zowat de enige internationaal bekende Japanse designer was. Niet waar, aldus de belangrijke architect Arata Isozaki in een postuum boek over Kuramata : in de jaren zeventig en tachtig was hij de enige designer in Tokio die origineel werk produceerde. Zijn meubilair is dichterlijk, licht en vaak ogenschijnlijk transparant. De designer was gepassioneerd door vernieuwende, niet eerder gebruikte materialen. Hij hield van verrassende effecten. Hij ontwierp bijna onzichtbare glazen stoelen, holle fauteuils in staalweefsel (dat licht doorlaat) en stoelen van solide maar door-zichtig hars, waarin plastic bloemen of veren zijn opgesloten. Hij gaf de relatie tussen vorm en functie nieuwe impulsen, en vond daarbij steeds het juiste midden tussen een radicaal (of op zijn minst opvallend) voorkomen en een efficiënt gebruik. "Kuramata zocht naar de schoonheid en de spiritualiteit van design zelf", vertelde zijn weduwe, Mieko Kuramata, ons enkele jaren geleden naar aanleiding van een kleine tentoonstelling van zijn meubels. "Volgens mij vond hij dat er in Japan geen duidelijk concept bestond van schoonheid in design. Functionaliteit was voor Japanners veel belangrijker. Ik geloof dat Kuramata de traditionele regels van design wilde doorbreken. Zijn werk was onconventioneel." John Pawson, de Britse minimalist, getuigt op zijn website van zijn grote liefde voor Kuramata, die hij goed heeft gekend : "Design was voor Kuramata iets dat in je hoofd gebeurt. Een schets maken was wat hem betreft niet meer dan een manier om de uitkomst vast te leggen van een proces dat eigenlijk al plaats had gehad." Pawson was volgens hem een architect die meer in ruimte was geïnteresseerd dan in vorm. Hij vond manieren om vaste vormen vloeibaar te doen lijken. Substantie werd in zijn handen substantieloos. "Licht, dat op zich geen vorm heeft maar de illusie van vorm kan creëren, was een perfect medium voor Kuramata. Hij hield van synthetische materialen met perfecte oppervlaktes die de indruk geven van iets dat zich spontaan in de ruimte heeft gematerialiseerd." "In de late jaren tachtig had hij het zo druk dat hij ontwierp terwijl hij sliep, in zijn dromen," aldus nog zijn weduwe, "Kuramata voelde zich gelukkig als ook maar één iemand zijn design begreep. Hij vond het heerlijk dat mensen uit verschillende culturen zijn werk apprecieerden." Toch legde hij zijn werk niet graag uit. Een vaak herhaald citaat van de designer : "Als ik het met woorden kon zeggen, dan zou ik het niet ontwerpen." Kuramata was de zoon van de onderdirecteur van een wetenschappelijk instituut, met wie hij weinig contact had. Hij keek wel op naar zijn naar verluidt excentrieke oudere halfbroer, Takashi. Als kind was Kuramata zelf ook enigszins bizar : hij was ervan overtuigd dat zijn gezicht op een auto leek, of op een wekker. In 1943 werd hij naar een boerenfamilie op het platteland gestuurd. Zijn ouderlijke woning in Tokio werd in die periode vernield tijdens de bombardementen. In 1945 werd hij herenigd met zijn ouders in Tokio. Hij studeerde achtereenvolgens traditionele Japanse houtbewerking aan de middelbare school (vanaf 1950) en interieurarchitectuur aan een gespecialiseerd instituut in Tokio (vanaf 1955, nadat hij faalde voor het toegangsexamen van een fotografieschool). Interieurarchitec-tuur was een geïmporteerde westerse praktijk. Kuramata kreeg onder meer les over stoelen van professoren die zelf nog in traditionele Japanse woningen leefden. In kleermakerszit, op tatamimatten. Na zijn opleiding, in 1957, ging Kuramata aan de slag bij een warenhuis, San-Ai, als etalagist en graficus. Hij ontdekte het Italiaanse tijdschrift Domus, las voor het eerst over design, en hoopte dat hij ooit door het blad erkend zou worden. Na een korte periode, begin jaren zestig, als freelanceontwerper voor een grote warenhuisketen, Matsuya, begon hij in 1965 zijn eigen studio in Tokio. Zijn vroege werk was overwegend minimalistisch en stond in het teken van het vierkant. Zijn Piramidemeubilair, uit 1968, is een gestapeld ensemble van lades die alsmaar kleiner worden. Furniture in Irregular Forms Side 2, uit 1970, is een gelijksoortig ontwerp uit die vroege periode. Kuramata kreeg redelijk snel erkenning : in 1972 ontving hij de Mainichi Design Prize, in 1981 de eerste Japan Cultural Design Prize. Zijn belangrijkste werk dateert nochtans van later : stukken met icoonwaarde zoals How High The Moon (uit 1986), zijn iconische fauteuil in staalweefsel, of Miss Blanche (1988), geïnspireerd door A Streetcar Named Desire (Miss Blanche verwijst naar het belangrijkste personage van het toneelstuk van Tennessee Williams, Blanche Dubois, in de verfilming vertolkt door Vivien Leigh). In de jaren tachtig - van 1981 tot 1983 om precies te zijn - was de designer kortstondig een van de sleutelfiguren van de Memphisgroep in Milaan. "Een uitnodiging - een liefdesbrief - van Ettore Sottsass bracht hem naar Memphis", aldus zijn weduwe. "Voor Kuramata was Memphis een zelfbevrijding." (De brief bestond uit twee schetsen van Sottsass.) Kuramata was daarnaast ook een begenadigd interieurarchitect. Hij ontwierp in de jaren tachtig bijvoorbeeld een reeks winkelinterieurs voor modeontwerper Issey Miyake, een groot verdediger van innovatief design (zie onder meer zijn door de gebroeders Bouroullec ingerichte winkel in Parijs, of Design Sight, het door Tadao Ando ontworpen designpaviljoen in Tokio). "Hij heeft boetieks ontworpen, bars en restaurants", aldus Mieko Kuramata. "We aten er vaak met vrienden of genoten er gewoon van elkaars gezelschap. Dan deelden we dierbare herinneringen. Kuramata en ik kozen vaak samen de namen - zoals Comblé, een bar die hij in 1988 ontwierp in de prefectuur Shizuoka ; die naam kwam van een historisch stadje uit het werk van Marcel Proust. Of Oblomov, een bar uit 1989 in Fukuoka, vernoemd naar de film van Mikhalkov. Die namen brengen ontzettend veel herinneringen terug. Jammer genoeg is van de meeste van die bars en restaurants geen spoor meer. Ook Kuramata zelf is verdwenen, wat me soms meer een droom lijkt dan werkelijkheid." Hij overleed in 1991, amper 56, na een hartaanval. Lectuur : Shiro Kuramata, dit jaar herdrukte catalogus bij een reizende tentoonstelling over de designer, oorspronkelijk uitgegeven in 1996, door Kuramata Design Office en Hara Museum of Contemporary Art, Tokio. Door Jesse Brouns