Willen jullie iets eten ? Het is al na middernacht wanneer we aankomen in Ngong House, in een residentiële buitenwijk van Nairobi. Er wordt nog een gastronomische maaltijd voor ons klaargestoomd, inclusief wijn en koffie : Belgische gastvrijheid in Afrika. In onze villa worden we meteen ondergedompeld in een luxueuze koloniale sfeer. Eigen bar, biljarttafel en een hemelbed dat zalig aanvoelt na de lange vlucht. "Het was het huis van mijn zoon Christof", vertelt Belg Paul Verleysen de volgende ochtend. Paul woont al twintig jaar in Kenia, werkte voor ontwikkelingssamenwerking en liet ook zelf een schooltje en een hospitaal bouwen. Die houdt hij met donaties overeind. In 1997 bouwde hij eigenhandig de suites en de zes luxeboomhutten van Ngong House. Aanvankelijk runde Christof de lodge. "Zes jaar geleden kwam hij om het leven en heb ik de lodge overgenomen, samen met mijn Ierse vrouw Penny", zegt Paul zacht.
...

Willen jullie iets eten ? Het is al na middernacht wanneer we aankomen in Ngong House, in een residentiële buitenwijk van Nairobi. Er wordt nog een gastronomische maaltijd voor ons klaargestoomd, inclusief wijn en koffie : Belgische gastvrijheid in Afrika. In onze villa worden we meteen ondergedompeld in een luxueuze koloniale sfeer. Eigen bar, biljarttafel en een hemelbed dat zalig aanvoelt na de lange vlucht. "Het was het huis van mijn zoon Christof", vertelt Belg Paul Verleysen de volgende ochtend. Paul woont al twintig jaar in Kenia, werkte voor ontwikkelingssamenwerking en liet ook zelf een schooltje en een hospitaal bouwen. Die houdt hij met donaties overeind. In 1997 bouwde hij eigenhandig de suites en de zes luxeboomhutten van Ngong House. Aanvankelijk runde Christof de lodge. "Zes jaar geleden kwam hij om het leven en heb ik de lodge overgenomen, samen met mijn Ierse vrouw Penny", zegt Paul zacht. Wanneer we ontbijten in de prachtige tuin, die op een gigantische tropische volière lijkt, draait een arend eindeloze cirkels boven ons hoofd. Ngong House maakte ooit deel uit van de uitgestrekte koffieplantages van Karen Blixen."Ik wilde een Out of Africa-gevoel creëren", zegt Paul. Net als het nabijgelegen landhuis van Blixen, dat nu een museum is, kijkt deze woning uit op de knokkelige Ngong Hills. Paul vertrouwt ons toe aan een van zijn chauffeurs, die met ons de buurt gaat verkennen. "Nairobi hoeft geen vervelende stop-over te zijn, het avontuur begint hier meteen", zegt hij lachend. In het Nairobi National Park (117 vierkante kilometer) worden we opgewarmd voor de echte safari's. De nabijheid van de hoofdstad zorgt voor kleine kortsluitingen : struisvogels, giraffen en neushoorn flaneren er langs de betonnen skyline van de stad. Het aanpalende olifantenweeshuis van Daphne Sheldrick stoomt baby-olifantjes, die hun moeder verloren door stroperij of ziekte, klaar voor het echte leven. Ze ledigen als volleerde dronkaards gulzig hun papfles. Voor weinig geld kun je er een weesje adopteren. Even voor zonsondergang zijn we terug in Ngong House. We toasten met de andere gasten rond het kampvuur. Voor sommigen zit de reis erop, voor ons moet het avontuur nog beginnen. Kleine haardvuurtjes in de muur en grote kandelaars verlichten de rondavel in de tuin, waar we een koninklijk diner krijgen voorgeschoteld. Paul entertaint het internationale gezelschap aan de lange tafel met veel humor en een flinke vleug ironie. Straffe verhalen schuiven met de wijn over en weer. Onze Cesna scheert over de ruggen van een troep olifanten wanneer we in de late namiddag in Masai Mara landen. De klim naar Kilima, het ecotentenkamp op de Olololokam (1900 meter), is een helse rit. Een groep Masaigiraffen, met zes meter de grootste ter wereld, gaapt ons meewarig aan als onze jeep zich met moeite door een steile greppel trekt. Het uitzicht van op het terras van onze luxetent is adembenemend. We overzien kilometers ver de savanne, het lijkt of honderden parasolbomen boven het gras uit zweven. De Mara schittert in de ondergaande zon. Vanuit de diepte horen we af en toe een nijlpaard brullen. Een Masaikrijger haalt ons op voor het diner, want zelfs op deze hoogte komt er af en toe een leeuw, een luipaard of een verdwaalde olifant op bezoek. 's Nachts horen we roofdieren in de buurt van de tent, en als we 's morgens vroeg met Martin, onze gids, op safari vertrekken, ontmoeten we al snel een van de nachtbrakers. Een mannetjesleeuw poseert geduldig en slentert dan loom en voldaan het hoge, dorre gras in, waar hij opgaat in de omgeving. "De Kenia Express", lacht Martin laconiek, en wijst naar een rij wrattenzwijnen die met hun opgerichte spitse staart als een trein wegrennen. Onze gids speurt nauwlettend het landschap af en zwijgt minutenlang. Vastberaden rijdt hij naar een enorme struik waaronder een familie leeuwen met vijf welpjes ligt te dutten. Rond de rivier krioelt het van de dieren, maar het is er muisstil. Tot een olifant luid toeterend net voor de jeep de oever opklimt. Hij flappert dreigend met zijn oren want er is een baby bij. Martin blijft er koel onder. Op de terugweg naar Kilima staat een Masaidorp in rep en roer. Twee ezels vechten er op leven en dood. Zelfs de stoere Masai hebben het nakijken als ze tegen topsnelheid de bush inrennen. William, de zoon van de dorpschef, gidst ons langs de kleine hutten in het dorp, gebouwd door de vrouwen. De mannen, blakend van gezondheid, ondanks het beperkte dieet van melk, vlees en koeienbloed, zorgen voor het vee. Een enorm hek van takken en modder houdt de roofdieren buiten. Koeien en geiten zijn 's nachts een makkelijke prooi. Maar al deinzen Masaikrijgers niet terug voor een leeuw, ze doden ze niet meer uit wraak, want de regering geeft in ruil voor elke verscheurde koe twee nieuwe. Een stel kleurrijk getooide vrouwen en kinderen wuiven ons vrolijk uit, terwijl een oude man met enorme gaten in zijn oren ons argwanend nastaart. "Genoten van de vlucht ?", informeert onze gids nogal cynisch als we bleekjes de airstrip van Amboseli NP opwandelen. De locals maken graag grapjes over de oude DC3, die pendelt tussen Nairobi en Mombasa en ons zonet volledig door mekaar rammelde. Het is een legendarisch toestel, Amerikanen hebben veel geld over voor deze avontuurlijke vlucht. George, onze gids, trakteert ons een fris biertje om te bekomen van de hitte èn de vliegende legende. In Tawi worden we opgewacht door Axel, de sympathieke eigenaar die de lodge al twee jaar runt, ook Kilima is van hem. Na een snelle douche worden we weer de jeep ingeduwd en rijden we met de bijna voltallige staf de wildernis in. Bij een open plek in de bush wordt er een bar opgezet. De kok maakt een vuurtje en grilt wat satés, terwijl George in een boom klimt om te waarschuwen voor gevaarlijk wild. De gin-tonic gaat vlot binnen. Het is een grandioos tafereel : aan de ene kant licht de machtige Kilimanjaro op in het zachte avondrood, aan de andere kant schuift de zon langzaam de wildernis in. Axel zet de speakers van de jeep wijd open en laat The Doors door de bush galmen : Waiting for the Sun. 's Avonds eten we in de intiem verlichte patio van Tawi. Champagne als aperitief. Axel, van Duitse afkomst en zelf geen onverdienstelijke chef in een vorig leven, heeft de koks eigenhandig opgeleid. In de verte zien we een enorme stofwolk opstuiven. Een opgeschrikte groep olifanten stormt onze richting uit. George legt de motor van de jeep stil en wacht tot ze de weg over rennen. Het is een close encounter van de machtigste soort. Door zijn omvang en het overvloedige smeltwater fungeert de Kilimanjaro (5895 meter) als een gigantische watertoren die tot ver in de omtrek moerassen doet ontstaan. "Die trekken massaal olifanten aan, waardoor het broze ecosysteem zwaar onder druk komt", zegt George. "Hier in Amboseli (392 vierkante kilometer) barst de populatie uit z'n voegen." Onder een boom, de kraamkamer van een kudde gnoes, kaapt een gevlekte hyena voor de ogen van de moeder een pasgeboren kalfje weg. Het leven in de schaduw van de machtige berg is bikkelhard, maar soms ook heel vertederend. Een piepjong olifantje is als de dood voor een greppel langs de weg. De moeder port het zachtjes, maar pas als mama haar geduld verliest, trotseert het onhandig de kleine hindernis. Dombo verdwijnt opgelucht onder de buik van moeder en het groepje struint verder de savanne in. Rond de lodge zien we pootafdrukken van leeuwen en op het terras van onze terracotta hut staan we plots oog in oog met een stel hyena's. Ze kijken ons onderzoekend aan en zetten dan hun strooptocht verder. Tawi ligt pal op de immense wildlife corridor van Oost-Afrika. Je kunt er een safari beleven vanuit je luie stoel, het is er een onafgebroken komen en gaan van wild. Dat levert spectaculaire beelden op, zoals een paar kolossen van olifanten die zich rustig laven aan een grote waterplas, op enkele schamele meters van het zwembad. "Geen betere plek om het stof van de savanne af te spoelen dan in de Indische Oceaan", lacht Frederik Vanderhoeven, een jonge Belg die zijn droom realiseerde aan de witte stranden van de zuidkust. Op een twaalf meter hoge krijtrots bouwde hij Msambweni Beach House & Private Villas, een klein paradijs in oriëntaalse stijl. Onze smaakvol ingerichte villa lijkt op een Moors paleis. In de weelderige tropische tuin hebben we een eigen jacuzzi en vanuit het hemelbed kunnen we zo het lange zwembad met zicht op de oceaan induiken. 's Avonds dineren we met Frederik op het sfeervolle terras van de lodge. "In 2003 begon ik met de bouw van drie suites en twee kamers in het hoofdgebouw", vertelt hij enthousiast. "Nadien kwamen daar nog de drie villa's met zwembad bij, allemaal in een andere stijl." Het eten is verrukkelijk. "Onze koks werden opgeleid door onder andere topchef Bart Desmidt van Bartholomeus uit Heist-aan-Zee." Frederik werkt graag samen met de dorpelingen, al vlot dat niet altijd zoals hij wil. "Gebrek aan ambitie", verzucht hij. "Op sommige posten hebben we toch mensen uit de stad moeten zetten." Kenia heeft zijn hart gewonnen, niet alleen op zakelijk vlak. Hij is voorzitter van de Ronde Tafel Mombassa, een wereldwijde jongerenbusinessclub, die ieder jaar helpt om in november een team artsen naar de regio te halen voor gratis medische verzorging tijdens The Week of Healing. En in Munje, het dorpje bij Msambweni Beach House, plaatste hij een waterpomp en bouwde een gemeenschapshuis, hielp hij het schooltje verbouwen, en bekostigt hij de aanleg van een nieuwe waterput. "Maar de jongens zijn nog het meest in de wolken met een paar stevige doelpalen op hun voetbalveld." 's Ochtends maken we een wandeling langs de overhangende palmen op het strand van Msambweni. We maken er kennis met een oudere Keniaan, Emanuel, die ons in no time de complexe Keniaanse politiek uit de doeken doet. Een stel jonge vissers toont ons trots hun felgekleurde vangst, het lijkt alsof ze een tropisch aquarium hebben geplunderd. In de schaduw van een oude baobab maken we kennis met Nancy, Frederiks vriendin, hun zoontje Neil, en zijn ouders. Marc, Frederiks vader, fietst met ons naar de mangroves. Het is snikheet. Kinderen uit het dorp komen uitgelaten op ons afgerend. Met een motorbootje varen we kilometers lang door een magistraal decor van water en wortels. Vissers in kleine mokoro's steken vrolijk hun hand op. Als we plots de volle zee opvaren, lacht Marc geheimzinnig. We leggen onverwacht aan bij een witte zandbank midden in de oceaan, een klad vogels vliegt verschrikt op. Het lijkt alsof we over het water lopen. Marc tovert meteen heerlijke hapjes uit de boot, en ontkurkt een fles champagne. Een magisch moment. HET LEVEN IN DE SCHADUW VAN DE MACHTIGE KILIMANJARO IS BIKKELHARD, MAAR OOK WONDERMOOI EN VERTEDEREND WE OVERZIEN KILOMETERS VER DE SAVANNE, HET LIJKT OF HONDERDEN PARASOLBOMEN BOVEN HET GRAS UIT ZWEVEN