Meer dan honderd jaar na de geboorte van de auto schakelt het overgrote deel van de automobilisten nog manueel, met een pook en een ontkoppelingspedaal. Ouderwetser kan het niet. De redenen daartoe zijn zowel emotioneel en naast de kwestie ("een automaat is voor vrouwen/bejaarden") als rationeel ("automaten zijn duurder en schakelen trager"). Met de komst van de DSG-versnellingsbak werpt Audi ( ForsprungdurchTechnik) zich op als dé referentie op het gebied van probleemloos snel scha...

Meer dan honderd jaar na de geboorte van de auto schakelt het overgrote deel van de automobilisten nog manueel, met een pook en een ontkoppelingspedaal. Ouderwetser kan het niet. De redenen daartoe zijn zowel emotioneel en naast de kwestie ("een automaat is voor vrouwen/bejaarden") als rationeel ("automaten zijn duurder en schakelen trager"). Met de komst van de DSG-versnellingsbak werpt Audi ( ForsprungdurchTechnik) zich op als dé referentie op het gebied van probleemloos snel schakelen. Strikt genomen is de DSG een manuele versnellingsbak met twee pedalen die dankzij een intelligente elektrohydraulische sturing automatisch kan schakelen. Maar er is meer : dankzij twee koppelingen (waarvan de ene de oneven en de andere de even versnellingen bedient) vervalt de dode tijd tussen twee versnellingen. Wanneer de auto in derde versnelling rijdt, is de vierde al ingeschakeld, maar nog niet gekoppeld. De voordelen zijn legio, de aandrijving wordt niet onderbroken. Het systeem scoort daardoor beter dan zijn automatische én dan zijn manuele tegenhanger. Daar komt nog bovenop dat er bij zo'n permanente aandrijving geen energie verloren gaat en dat is uiteraard zuiniger. Audi rust de TT en de A3 uit met een DSG-bak. Wij proberen die laatste uit, in twee versies. De 2 liter TDI met 136 pk is bestemd voor de klassieke veelrijder die zuinig en toch gezwind door het leven beweegt, met de nieuwe bak ontdekt die een andere dimensie. Het rijden met de turbodiesel valt zeer ontspannen uit, terwijl hij toch fluks uit de startblokken schiet. De rijder heeft de keuze tussen de geautomatiseerde schakeling (in de gewone D-stand of in de sportievere S-stand) en een volledige manuele schakeling via de pook of via lepels achter het stuur. En laten we het maar meteen bekennen : 90 procent van de rit leggen we geheel automatisch af in de D-stand, omdat de S wat lawaaierig uitvalt. Nu en dan (en enkel voor de fun) schakelen we via de stuurlepels, de pook gebruiken we al helemaal niet meer, die staat ergonomisch gezien overigens niet op zijn plaats. Het verbruik is vergelijkbaar met de handgeschakelde versie, ongeveer 7 liter/100 km en de acceleraties doen niet onder. De prijs voor de uitgekiende DSG-technologie bedraagt 1740 euro, en dat op een auto die in zijn goed uitgeruste basisversie 22.950 euro kost. Als afronder proberen we ook de 3.2 benzine quattro DSG (32.850 euro) en raken daarbij nog meer overtuigd van de nieuwe technologie. Die versie is snel en comfortabel met een bijzonder uitgekiende wegligging. Kortom, een droom voor wie niet op een litertje benzine hoeft te kijken. Want wie zich laat gaan, en dat is zo verleidelijk, zit in geen tijd aan 12 liter/100 km. Pierre Darge