01| GRAVENSTEEN IN GENT

"Ik ben een echte vent van Gent en had er makkelijk tien adressen kunnen kiezen, maar wat is Gentser dan het Gravensteen? Historisch blijkt er weinig meer van te kloppen, omdat het is nagebouwd zoals men dacht dat het eruitzag, en toch is het zó juist. Ik loop er zelf altijd even langs als ik buitenlandse vrienden op bezoek heb. Het Gravensteen is een plaats die tot de verbeelding spreekt, behalve dan tot die van de Gentenaars zelf. Die vinden het meestal maar niks. (lacht) Net daarom moest het op mijn lijstje."
...

"Ik ben een echte vent van Gent en had er makkelijk tien adressen kunnen kiezen, maar wat is Gentser dan het Gravensteen? Historisch blijkt er weinig meer van te kloppen, omdat het is nagebouwd zoals men dacht dat het eruitzag, en toch is het zó juist. Ik loop er zelf altijd even langs als ik buitenlandse vrienden op bezoek heb. Het Gravensteen is een plaats die tot de verbeelding spreekt, behalve dan tot die van de Gentenaars zelf. Die vinden het meestal maar niks. (lacht) Net daarom moest het op mijn lijstje.""Het Kasteel Succa heb ik leren kennen op een fietstocht van Avanti, een jaarlijks muziekevenement georganiseerd door het Festival van Vlaanderen. We zijn toen vertrokken aan discotheek Boccaccio in Destelbergen - een beruchte dancing eind de jaren tachtig, ten tijde van de new beat - en geëindigd met een prachtig concert in het zestiende-eeuwse kasteel. Het was een fantas-tische ervaring, veel intenser dan wat je in een concertzaal kunt oproepen. Het gaat om een totaalbelevenis, en daar moeten we vandaag naartoe. Klassieke muziek is niet het meest populaire genre, dus moeten we een kader creëren dat de mensen boeit." "Wat een terugkeer in de tijd. Ik was er lang niet meer geweest, maar door mijn kinderen heb ik het opnieuw ontdekt. Het is een arm van de Leie, waar ik als jonge gast vaak ging zwemmen. Er staat nog steeds een cabane waar je chips en cola kunt kopen. Het water lijkt er vuil, maar dat is maar het zand van de bodem. Ik hoop dat mijn kinderen er binnenkort ook met hun eerste liefjes naartoe gaan." "Om de golfsport voor iedereen toegankelijk te maken, heeft het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen in 2004 een publiek golfterrein geopend in het domein Puyenbroeck. Het zou binnenkort uitgebreid worden tot de volledige achttien holes. Puyenbroeck is een mooie opstap naar betere terreinen, die om diverse redenen alleen maar duurder worden. Ik vind het een goede zaak dat men heeft durven kiezen voor golf. Want dat is niet alleen voor oude of rijke mensen, zoals wel eens verkeerd wordt gedacht." "Ik heb een zwak voor Ronse, al weet ik niet goed waarom. Het is een stadje met veel problemen : de tweetalig-heid, veel leegstand, armoede. Het stadsbestuur heeft veel moeite om er weer schwung aan te geven. Toch zijn er veel mooie plekjes, waaronder de wielermuur met zijn schilderingen en een prachtige villa van Horta, die ik enkele jaren geleden heb kunnen bezoeken en die nu te koop staat." "Omdat ik van Deurle ben, geboren en getogen. Bovendien heeft deze straat voor mij een symbolische waarde: mijn twee kindjes gaan hier naar school en mijn vader, die onlangs is overleden, ligt naast de kerk begraven. Twee generaties Platels, de jongste en de oudste, komen hier samen." "In augustus vindt er een geweldig festival plaats aan de Donkvijver : Feest in het Park. Mijn vrouw en ik gaan er elk jaar naartoe. Het is bij-zonder om te zien hoe zo'n festival een week lang een andere invulling kan geven aan een plek. Tijdens de zomer wordt er op de plas gesurft, maar je mag er niet zwemmen. De vijver is zeer diep en koud, waardoor je zelfs op een warme dag bevangen kunt worden. Niet ver van de vijver ligt de Sint-Romboutstoren, die mijn vader nog gerestaureerd heeft." "Ik heb het genoegen om in het bestuur te zetelen, ook al ben ik geen grote hedendaagse kunstkenner, wel een liefhebber. Het is een heel mooi museum, ook architecturaal, met een leuk grasplein rond, waar ze tijdens de zomer picknicks en veilingen orga-niseren. Ze hebben een grote, eigen collectie van de stichters Dhondt en Dhaenens, van de Latemse School, maar daarnaast proberen ze ook in-ternationaal opkomend talent naar hier te halen. Ze willen een soort van atelier zijn voor de nieuwe ontwikke-lingen in de hedendaagse kunst." "Bazill is een kledingwinkel voor heren, die ik toevallig enkele jaren ge-leden via Nic Balthazar (Vlaams regis-seur) heb leren kennen. Nu moet je weten : ik haat shoppen en ik haat kleren passen. De reden waarom ik deze winkel heb gekozen, heeft alles te maken met de eigenares. Zij is een heel bijzondere dame. Ik stapte er bin-nen en voor ik het wist had ik een tas aan mijn arm en een sjaaltje om mijn hals. Ik had niks meer te zeggen (lacht). Ik ben uiteraard niet met alles naar huis gegaan, maar wel met een jong en hip pak. Ik ga er nog steeds graag naartoe." "Een ontwerp van mijn vader, en dat zie je aan de kerk. Ik heb pas laat ontdekt dat het van hem was. Hij zei altijd : 'Als je een huis tekent, gom dan alles weg wat overbodig is. Tot je niets meer kunt weggommen, of het huis gaat neer. Dan is het goed.' Die filosofie zie je in de Sint-Bernadettekerk en in alle huizen die hij heeft ontworpen. Ze zijn puur. Minimalistisch bijna. Ik heb het geluk om in een huis te wonen dat hij nog getekend heeft : het is er zeer prettig wonen. Alles heeft zijn functie. Er staat niks te veel of te weinig."