Als je door het heerlijk heuvelende Henegouwen rijdt, voel je de geschiedenis vibreren, want oude kerken, hoeven en vergeten wegen verwijzen naar de diepe wortels van deze streek. Je krijgt al snel het gevoel dat er op elke heuveltop een Keltisch fort lag. Hier en daar was dat ook zo.
...

Als je door het heerlijk heuvelende Henegouwen rijdt, voel je de geschiedenis vibreren, want oude kerken, hoeven en vergeten wegen verwijzen naar de diepe wortels van deze streek. Je krijgt al snel het gevoel dat er op elke heuveltop een Keltisch fort lag. Hier en daar was dat ook zo. Via Henegouwen onderging ons land verscheidene gedaanteverwisselingen, want zowel de eerste landbouwers als de Romeinen kwamen min of meer via deze hoek onze contreien binnen. Op school leerden we dat Doornik, naast Aarlen en Tongeren dé Romeinse stad bij uitstek was. "Maar Henegouwen heeft nog veel oudere wortels," legt archeologe Karine Bausier van de Espace Gallo-Romain in Ath uit : "de eerste landbouwers, de bronstijd, de Keltische beschaving en de Romeinen lieten allemaal veel sporen achter in deze provincie. Vooral uit de Romeinse tijd valt er veel te ontdekken. En de rode draad van dit verhaal is natuurlijk het Romeinse wegennet dat door Henegouwen loopt." De Romeinse wegen worden ook heerbanen genoemd, afgeleid van het Germaans harja dat in het Latijn via betekende. De belangrijkste as, van Bavay naar Keulen liep dwars door ons land en was zowat de E17 van de Oudheid. Het Noord-Franse Bavay ligt net over de grens en was toen de hoofdstad van het land van de Nerviërs, waarvan het woongebied grotendeels samenvalt met het huidige Henegouwen. Vanuit Bavay vertrokken wegen naar Boulogne aan de kust, dat dan weer de toegangspoort was tot Groot-Brittannië. De weg naar Keulen leidde naar het land van de Germanen. Na de verovering van Gallië door Julius Caesar legde de eerste Romeinse keizer Augustus een uitgebreid wegennet aan tot aan de grenzen van het rijk, de Noordzee en de Rijn. Dat netwerk diende om het gebied goed te beheren en om troepen snel te kunnen verplaatsen. Maar de wegen verbonden ook de nieuwe nederzettingen met elkaar en zorgden voor de economische en culturele ontwikkeling van de regio. Daaromheen ontstonden agglomeraties en er ontwikkelde zich nijverheid en landbouw. Bijna overal werd voedsel en vaatwerk vervaardigd om de troepen die aan de grenzen bivakkeerden te bevoorraden. Zo werd Bavay, de hoofdplaats van de Nerviërs, al snel het kruispunt van levensaders die leidden naar Tongeren, Cambrai en Doornik. Die wegen doorkruisten allemaal Henegouwen. Een ervan, die van Bavay naar Noord-Gallië, is vooral in Henegouwen nog duidelijk herkenbaar in het landschap. Die weg werd het onderwerp van een grensoverschrijdend project, de Viae Romanae. Een groot deel ervan, tot het Oost-Vlaamse Velzeke, werd nieuw leven ingeblazen als bewegwijzerde toeristische route. Het traject van de Viae Romanea is 85 km lang en passeert langs vier archeologische sites van internationaal belang. Het verhaal begint natuurlijk in Bavay zelf, waar de meest monumentale resten uit de Romeinse tijd bewaard zijn. "Dat komt doordat Bavay na de Romeinse tijd zeer snel aan belang inboette. Het is al tweeduizend jaar een provincienest, waardoor die resten niet hoefden gesloopt of overbouwd te worden", legt archeologe Karine Bausier uit. "In Doornik daarentegen, weliswaar ooit een grote Romeinse stad, is er amper nog iets te zien. De stad werd in de middeleeuwen zo groot en belangrijk, dat alle Romeinse resten snel onder de grond verdwenen." In Bavay werden in het begin van de twintigste eeuw monumentale resten ontdekt van het Romeinse forum, dat nog steeds kan worden bezocht. Het archeologische museum biedt een bijzonder rijk patrimonium aan objecten en architectuurresten. Vanuit Bavay volgt de Romeinse weg een quasi recht parcours tot aan de Belgische grens. Daar botst de weg op de Haine, de bijrivier van de Schelde waaraan Henegouwen trouwens zijn naam dankt. Men heeft er in 1975, tijdens graafwerken voor de aanleg van een kanaal in Pommeroeul, een schat aan houten resten ontdekt. In dit moerassige gebied was er ooit een haven. Naast aanlegsteigers werden er verscheidene boten gevonden. Die worden geëxposeerd in het Gallo-Romeinse museum van Ath. De uniekste vondst is een grote, bijna tweeduizend jaar oude platbodem van twintig meter lang, waarmee goederen over de Schelde werden verscheept. De site van Pommeroeul wordt door archeologen als een waar Pompeï beschouwd, in de drassige ondergrond bleven hout en leder uitstekend bewaard. Lang niet alles is opgegraven, zo kunnen ook toekomstige archeologen deze site ooit verder onderzoeken. Heel Henegouwen zit trouwens vol met archeologische, meestal Romeinse resten. Door het gebrek aan middelen kunnen veel sites niet worden onderzocht. Toch wordt onze kennis geregeld verrijkt door toevallige vondsten, bijvoorbeeld tijdens infrastructuurwerken, zoals voor het kanaal in Pommeroeul. De volgende halte op onze route is de Archéosite van Aubechies, vlak bij Blicquy. In deze buurt draagt de Romeinse weg die we volgen de naam van Chaussée Brunehaut, naar de legendarische Frankische koningin Brunhilde (534-613) die deze heerbaan na de Romeinse tijd liet opkalefateren. Op veel plaatsen snijdt de weg nog kaarsrecht door het landschap. Hier en daar moet je wel een ommetje maken. Je rijdt door verlaten velden, maar ook daar wenkt het verleden. Met wat geluk raap je een Romeinse potscherf op, dat is mij althans gelukt. Archeologen uit heel West-Europa kennen het onooglijke plaatsje Blicquy, omdat er ooit pottenbakkerijen actief waren die donkergrijze, aardewerken potten en kommen maakten, exportproducten voor heel Gallië. Zoals bijna alle dorpen en gehuchten langs de weg heeft dus ook Blicquy een Romeins verleden. Dat weten de bewoners eigenlijk al lang, want er was een plek nabij het dorp die al sinds mensenheugenis bekendstond als Camp Romain. Via luchtfotografie deed men in 1976 in Blicquy een bijzonder spectaculaire vondst. Midden in de velden werden de sporen herkend van een groot keizerlijk heiligdom, bekend als de Ville d'Anderlecht, dat al lang voor de komst van de Romeinen een belangrijke cultusplaats was. In de eerste en tweede eeuw van onze jaartelling werd er een tempel gebouwd. Dit Gallo-Romeinse tempelcomplex werd na een tijdje meer dan vijftig hectare groot, en bestond ook uit termen, een immens theater dat plaats bood aan vijfduizend man, bronsgieterijen, smederijen en keramiekateliers. Het heiligdom omvatte ook een heilig bos dat ongeveer midden in het terrein stond. Dat bos verwijst natuurlijk naar een veel ouder Keltisch geloof dat door de Romeinen werd overgenomen. Tot voor kort wisten we zo goed als niets over dit imposante heiligdom. Bij de opgravingen kwamen allerlei vondsten te voorschijn, onder meer prachtige bronzen beeldjes van Mars en Mercurius. Mars was niet alleen god van de oorlog, maar ook van de landbouw en Mercurius was in Gallië belangrijk als god van de handel. De eerste vondsten werden gedaan door een archeoloog uit de buurt, Léonce Demarez die in een dorp naast Blicquy, Aubechies, niet alleen een museum bouwde, maar ook het heiligdom van de Ville d'Anderlecht grotendeels reconstrueerde. Demarez, bezeten door het verleden, bouwde zijn eigen openluchtmuseum, een gereconstrueerd dorp met zowel boerderijen uit de late steentijd, de bronstijd als de Romeinse periode. Ondertussen is de Archeosite van Aubechies, vandaag geleid door zijn zoon Claude, een begrip. Het educatieve archeologische museum ontvangt jaarlijks duizenden bezoekers. Naast de schitterende vondsten van het heiligdom krijg je er ook veel uitleg over beroemde antieke cultusplaatsen, van Stonehenge tot Blicquy. In het perfect drietalige museum draven elke zondag als Romein uitgedoste figuranten op. "Deze Romeinse weg heeft een duidelijke structuur, met om de dertig kilometer een groot centrum, een vicus, dat zijn Bavay, Blicquy en Velzeke, telkens op een dagreis van elkaar, en daartussen, om de vijftien kilometer, een kleine stopplaats, zeg maar een soort afspanning met een agglomeratie", legt archeoloog Peter Van der Plaetse van het Provinciaal Archelogisch Museum Velzeke uit. Als je weet dat er alleen al in Zuidoost-Vlaanderen meer dan 200 Romeinse villa's waren, dan besef je hoe belangrijk die streek toen wel was. Dat heeft ook veel te maken met de grond, aldus Van der Plaetse, de leemhoudende grond van Henegouwen tot aan Velzeke, was bijzonder vruchtbaar en viel makkelijk te bewerken. Die grond werd in de Romeinse tijd al zeer intensief, quasi op industriële schaal, bewerkt. Wie in de buurt van Flobecq of Vloesberg komt, krijgt onderweg enkele oude vierkanthoeven te zien die zowel qua omvang, structuur en architectuur eigenlijk bijzonder goed gelijken op de Romeinse villa's die daar ooit waren. Ook het pittoreske dorpje Vloesberg was in de Romeinse tijd een nederzetting. Er werd nog amper gegraven, maar er werd ooit wel een Romeinse mijlpaal gevonden. Deze palen stonden langs de weg, op een mijl of anderhalve kilometer van elkaar. Achter Vloesberg, in de buurt van Brakel tot aan Velzeke, ligt er dus een tapijt van Romeinse villa's onder de grond. Eenmaal voorbij Velzeke verminderde de Romeinse aanwezigheid, omdat de zandgronden minder vruchtbaar waren. Onze Via Romana volgt na Michelbeke nog amper zijn historische bedding. Van het laatste stuk van de weg is men het spoor bijster. Vergeet bij het afronden van de tocht niet het schitterende archeologische museum van Velzeke te bezoeken dat ons een duidelijk beeld geeft van het dagelijks leven in de oudheid. DOOR PIET SWIMBERGHE & FOTO'S WOUTER VAN VAERENBERGHDIT DEEL VAN HENEGOUWEN ZIT VOL MET ROMEINSE RESTEN. LANG NIET ALLES IS OPGEGRAVEN