De dag was nochtans goed begonnen. 's Ochtends de deur uit, fiets op, naar het station met het vooruitzicht van een zomers interview, ergens in de Dordogne, bij een goed glas wijn en nog beter gezelschap. O ja, het heeft zijn leuke kantjes, dit beroep. Mijn laptop had ik veiligheidshalve thuisgelaten, kwestie van geen onnodige risico's te nemen. Ook mijn buiktasje had ik nog snel in mijn rugzak gestopt om het - als een vast ritueel - op de trein te vullen met mijn tickets, geld en papieren. Waarom ik die goede gewoonte uiteindelijk, voor het eerst in al die jaren vol grote en kleine reizen, doorbroken heb, is ook mij een raadsel. Heel even heb ik, bij het binnenrijden van Parijs, dat tasje nog in mijn handen gehad en het vlug weer weggestoken. Was het luiheid, geen zin in het georganiseer, nonchalance ...

De dag was nochtans goed begonnen. 's Ochtends de deur uit, fiets op, naar het station met het vooruitzicht van een zomers interview, ergens in de Dordogne, bij een goed glas wijn en nog beter gezelschap. O ja, het heeft zijn leuke kantjes, dit beroep. Mijn laptop had ik veiligheidshalve thuisgelaten, kwestie van geen onnodige risico's te nemen. Ook mijn buiktasje had ik nog snel in mijn rugzak gestopt om het - als een vast ritueel - op de trein te vullen met mijn tickets, geld en papieren. Waarom ik die goede gewoonte uiteindelijk, voor het eerst in al die jaren vol grote en kleine reizen, doorbroken heb, is ook mij een raadsel. Heel even heb ik, bij het binnenrijden van Parijs, dat tasje nog in mijn handen gehad en het vlug weer weggestoken. Was het luiheid, geen zin in het georganiseer, nonchalance of gewoon dat lichte, zorgeloze gevoel in mijn hoofd?Soit, in Paris Nord ging ik een metroticket uit de automaat halen. En plots was daar die stomme man naast mij, zijn ogen op mijn bankkaart en portefeuille gericht, die beweerde dat dat ding niet werkte en dat hij mij wel even zou helpen. Ik weerde hem af en liep naar het loket om daar een kaartje te kopen. Hij volgde mij, ik voelde het, keek geërgerd achterom en toen was hij weg. Mét mijn portefeuille, maar dat merkte ik pas op het metroperron. Paspoort, geld, bankkaarten, perskaart, rijbewijs, onkostennota's, vaccinatie- en verminderingskaarten, foto's. Alles weg! Iedereen die ooit bestolen is, gehome- of gecarjackt, kent dat weeë, kleffe gevoel. De schok van de ontdekking. Het ongeloof. De trillende benen, het kloppende hart. Het haastig overzien van de schade. En van de situatie. Nog twintig minuten had ik om in Paris Montparnasse mijn treinverbinding te halen. Zonder geld of papieren, maar - tot mijn grote opluchting - mét gsm en treinticket. Dus sprong ik op het metrotoestel, net op tijd voor fase twee van het proces der bestolenen. "Actie!" schreeuwde het in mijn hoofd. "Bellen! Bankkaarten blokkeren! Aangifte doen!" Maar het Parijse metronetwerk is een bunker zonder gsm-verbinding, dus zat er niets anders op dan wat geduld te oefenen en alvast enkele andere stadia van de verwerking te doorlopen. Spijt om wat weg is, en een vleugje blijheid om wat rest. Boosheid ("De smeerlap! Wat laf, wat laag!"). Opluchting ("Het had veel erger kunnen zijn"). Twintig minuten later zag ik in Montparnasse voor mijn neus de trein wegrijden en begon ik te bellen en te sms'en. Niet naar de bank, neen. Dat hebben anderen voor mij gedaan. Welgeteld drie telefoontjes heb ik gepleegd, zonder na te denken, zonder enige tactische overweging. Tot drie mensen heb ik mij gewend voor onmiddellijke troost, raad en daad. En, achteraf bekeken, was ik zelf een beetje verrast van mijn keuze. Het was - laat het mij ietwat pathetisch uitdrukken - verhelderend eens ongehinderd in mijn bange hart te kijken. Ik vraag mij nu af of ik, in tijden van euforie of na rijp beraad, dezelfde drie mensen zou hebben gebeld. Hoe meer ik erover nadenk, hoe existentiëler deze vraag mij lijkt. Net zoals de vraag die een goede vriendin zich al jaren stelt: "Voor wie ben ik bereid een brandend huis binnen te lopen?" En, omgekeerd: "Wie zou mij, met risico voor eigen leven, uit een brandend huis proberen te redden?" Het probleem is dat zulke vragen niet te beantwoorden zijn tot de situatie zich, hard en onverbiddelijk, voordoet. Hoe ook, de rest van het verhaal is er een van gemiste treinverbindingen, aangifte bij de politie ("Ach mevrouw, in de Parijse metro gebeuren dergelijke diefstallen tientallen, soms honderden keren per dag"), tickets omwisselen, een dag zonder geld. Allemaal leerrijke ervaringen, maar het meest interessante en verhelderende verhaal vind ik nog steeds het antwoord op de vraag: "Als je, alleen en in tijden van persoonlijke zwakte en ongemak, drie telefoontjes mag doen, tot wie richt je je dan? En waarom?" Een oefening die ik u ten zeerste aanbeveel als u (God verhoede!) nog eens door onheil of rampspoed getroffen wordt. ANNEMIE STRUYF, (TESSA VERMEIREN IS MET VAKANTIE)