1. ?Smaak- en voedselvoorkeuren worden bepaald door een aantal elementaire natuurwetten?, zegt Caroline Braet, die o.m. als gedragstherapeute kinderen met eetstoornissen begeleidt. ? Moedermelk bevat lactose (suiker) en room (vet), en de voorkeur voor die samenstelling gaat een leven mee. Hoe meer voedsel daarop lijkt, hoe liever kinderen het eten : eerst de bijna vloeibare fruit- en groentepappen, daarna pudding, chocolade... Het aperitiefje op latere leeftijd toont dat we nog stee...

1. ?Smaak- en voedselvoorkeuren worden bepaald door een aantal elementaire natuurwetten?, zegt Caroline Braet, die o.m. als gedragstherapeute kinderen met eetstoornissen begeleidt. ? Moedermelk bevat lactose (suiker) en room (vet), en de voorkeur voor die samenstelling gaat een leven mee. Hoe meer voedsel daarop lijkt, hoe liever kinderen het eten : eerst de bijna vloeibare fruit- en groentepappen, daarna pudding, chocolade... Het aperitiefje op latere leeftijd toont dat we nog steeds niet af zijn van die voorkeur voor vloeibare lekkernijen die ons een comfortabel gevoel geven. Datzelfde gevoel heeft een kind nodig om nieuwe dingen lekker te leren vinden.? 2. ?De smaak voor zoet of zout ontwikkelt zich na de zoogperiode. Baby's van vier tot zes maanden eten meer als er zout aan de maaltijd wordt toegevoegd. Producten met een zoute smaak vindt het kind vanaf een bepaalde leeftijd lekker omdat ze een noodzakelijk assortiment aan mineralen bevatten. Tijdens de oorlogsperiode was er niet genoeg antibiotica, en werd er extra gepekeld. Zo aten de kinderen meer, en die porties bezorgden hen weerstand tegen allerlei ziektes. Vóór de leeftijd van vier maanden heeft een baby geen smaak voor zout. Extra zout kan zijn waterhuishouding fataal in de war brengen. De smaak voor zoet komt van de lactose in de moedermelk. Fabrikanten gebruiken die kennis volop : aan de graanontbijten voor kinderen wordt er, naast zoet, ook zout toegevoegd, zodat ze er maar al te graag van eten. Hoe meer je een kind aan zoet of zout doet wennen, hoe meer het dat met de tijd ook in zijn maaltijden zal willen om dezelfde smaak te krijgen.? 3. ?Waarom lust het ene kind wél vis op jonge leeftijd en het andere absoluut niet ? Kinderen zijn neofobisch, dat wil zeggen bang voor al wat nieuw is. (Dat helpt baby's trouwens om te overleven : hoewel ze graag van alles in hun mond steken, heeft de natuur ervoor gezorgd dat ze meestal alleen eetbare dingen opeten.) Maar het ene kind is banger dan het andere. Gewenning is belangrijk : als kinderen zien hoe hun ouders en leeftijdgenootjes eten, nemen ze die gewoonten over. Belangrijk is ook hoe iets nieuws gepresenteerd wordt : was die eerste vis een beetje ranzig of rauw, dan kan dat voor een langdurige afkeer zorgen. Spruitjes, witloof of knolselder zijn noch zout noch zoet, maar bitter, en ze zien er niet lekker uit. Ook rauwkost mist dat aantrekkelijke dat een kind zou moeten overhalen om ervan te eten.? Bij uitgeverij Acco (Leuven) verscheen van Caroline Braet en Myriam Van Winckel (kinderarts en kindergastro-enterologe) het boekje ?Anders eten, meer bewegen?.