Robert Macfarlane is een sedentaire prof hedendaagse literatuur in Cambridge, maar wel een die bij tijden aan de roep van de natuur niet kan weerstaan. Voor een gesprek ontmoeten we hem in de tuin van het Emmanuel College, waar we eerst het wezen gaan groeten dat hem het nauwst aan het hart ligt na zijn familie : een twee eeuwen oude plataan waarvan de takken de grond raken, waar ze op hun beurt wortel schieten. Zo blijft de overleving gewaarborgd. Op zijn beurt zet Robert een familietraditie van trekken door de natuur voort. Zijn verhaal begon in de bergen.
...

Robert Macfarlane is een sedentaire prof hedendaagse literatuur in Cambridge, maar wel een die bij tijden aan de roep van de natuur niet kan weerstaan. Voor een gesprek ontmoeten we hem in de tuin van het Emmanuel College, waar we eerst het wezen gaan groeten dat hem het nauwst aan het hart ligt na zijn familie : een twee eeuwen oude plataan waarvan de takken de grond raken, waar ze op hun beurt wortel schieten. Zo blijft de overleving gewaarborgd. Op zijn beurt zet Robert een familietraditie van trekken door de natuur voort. Zijn verhaal begon in de bergen. ?Mijn grootvader was een diplomaat en een klimmer. Hij bereisde vele landen en bracht zijn leven op verschillende plekken door, maar altijd moesten er bergen zijn. Bovendien was hij een geharde stapper die van de wildernis hield. Die liefde ging over op mijn moeder en mijn vader, die de passie aan mij doorgaven, en ik wakkerde ze weer aan bij mijn kinderen." ?Bergen blijven voor mij de opmerkelijkste landschappen ter wereld, en die liefde durft weleens de realiteit te kleuren. Veel klimmers zijn omgekomen omdat ze de bergen idealiseerden. Bergen zijn fysiek aanwezig, met al hun gletsjerspleten, rotsval, lawines en steeds wisselende weersomstandigheden, eigenschappen die geen improvisatie dulden. De passie voor de bergen is hooguit drie eeuwen oud, voordien werden ze voor ontoegankelijk gehouden. Halverwege de achttiende eeuw kwam daar verandering in, en trokken ze horden klimmers aan. Velen zoeken het risico, een begrip dat klimmers omschrijven als feeding the rat. Waarbij de rat voor de uitdaging maar vooral voor de angst staat, en meestal krijgt de rat steeds meer honger, waardoor de risico's groeien. Met de gevolgen die we kennen." ?Ik ken dat gevoel, maar mijn rat is gestorven, omdat ik niet langer hongerig ben naar het risico. Dat heeft te maken met de geboorte van mijn eerste kind, en met het besef dat het ongemeen egoïstisch is om zijn leven te wagen, omdat het een totaal gebrek aan medeleven voor de geliefden illustreert. Overigens heb ik mezelf nooit als een uitstekend klimmer beschouwd en was het niet zozeer het risico dat me aantrok, maar wel de schoonheid." Robert Macfarlane : Dat klopt, en ik omschrijf die revelatie graag als the undiscovered country of the nearby. De kennismaking met Roger Deakin, die een uitzonderlijke ontdekker van zijn omgeving was, heeft daar een belangrijke rol in gespeeld, evenals mijn eigen kinderen. Door hun korte beentjes en hun verse blik zijn die meesters in het ontdekken van hun nabije omgeving. Veel schrijvers hebben die ervaring in het verleden opgepikt, doordat ze tot het besef waren gekomen dat de romantische idee van het sublieme niet gebonden was aan verre landen noch aan indrukwekkende hoogtes, omdat het verbazingwekkende vaak vlakbij ligt, op voorwaarde dat je er oog voor hebt. Een veld, een verloren hoekje met bomen, een vredige kustlijn kunnen dezelfde kracht bezitten als het hooggebergte, maar het vraagt wat tijd om dat te ervaren. Je moet ook herfocussen, je pas vertragen, op je knieën gaan zitten of juist in een boom klimmen, of de nacht in de natuur doorbrengen om dat ten volle te beseffen. Henry David Thoreau verwoordde het prachtig toen hij stelde dat een wandeling van een halve mijl op het platteland vreemder gewaarwordingen kan opleveren dan een bezoek aan het koninkrijk Dahomey. Het valse idee van de ongerepte natuur trok me op gang, en ik wilde me daarbij beperken tot het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Al snel kwam ik tot het besluit dat zoiets als een wildernis zonder invloed van de mens een complete illusie is. We leven op een volledig vermenselijkte planeet waaraan geen ontsnappen mogelijk is, in een postnatuurlijke wereld. Het vergde wel wat tijd vooraleer ik dat kon aanvaarden, maar tegelijkertijd groeide het besef dat het landschap vele keren interessanter is dan ik had vermoed. Het woord landscape is overigens van het Nederlandse landschap afkomstig. En met to scape bedoelen we vooral de menselijke invloed erop, in de zin dat de mens de natuur naar zijn hand zet. En dat was wel het laatste dat me interesseerde. Ik wilde veeleer weten hoe landschappen ons scheppen, doordat ze zo veranderlijk, zo mobiel zijn. Dat geldt ook voor bergen. De idee wordt nergens beter geïllustreerd als bij een gletsjer, die er bijzonder statisch bijligt, terwijl hij toch voortdurend in beweging is en daardoor juist een goede metafoor is voor een landschap in het algemeen. Mijn hele laatste boek gaat in essentie over beweging en sluit daardoor aan bij het cliché dat 'de reis de weg is, niet de bestemming'. Of zoals Edward Thomas het stelde : ?Er is veel geschreven over reizen, veel minder over de weg." Mensen zijn dieren, en net als dieren laten we sporen na terwijl we ons voortbewegen. Zodra je er begint op te letten, merk je dat het landschap overdekt is met paden en voetwegen, met bedevaartswegen, veepaden, dijken of steegjes. In Ierland bestaan zelfs honderden kilometers famine roads, die op geen enkele kaart voorkomen en waarlangs hongerlijders van niets naar nergens liepen. In Nederland bestaan doden- en spokenwegen die op middeleeuwse begraafplaatsen samenkomen, en over de Amerikaanse prairies liepen in de negentiende eeuw brede bizonwegen, die door buffelkuddes gemaakt werden en waarvan de eerste kolonisten gebruikmaakten om naar het westen te trekken. De oceanen zijn doorsneden met onzichtbare zeewegen, routes waarvan de loop is bepaald door heersende winden en stromingen. Soms tref je langs al die wegen door de mens gemaakte merktekens als steenmannetjes, grensstenen of menhirs. Al jaren bewandel ik de meest verschillende soorten van paden, lees en schrijf ik over die ervaringen. Je kunt met stappen vele kanten op, en je drijfveren kunnen verschillend zijn. Eén van de merkwaardigste aspecten is de helende functie van het stappen, en dan spreek ik vooral over depressieve stappers die troost vinden in beweging. De dichter Edward Thomas is de hoofdfiguur in De oude wegen, en hij wordt verscheurd door twee impulsen. Enerzijds verlangt hij ernaar wortel te schieten op een plek die hem lief is, maar anderzijds wil hij blijven stappen over het land omdat het voor troost zorgt. Voor alle duidelijkheid: ik ben helemaal niet depressief, maar de helende factor blijft maar terugkeren bij de vele mensen die in het boek voorkomen en die gevangen zaten in ziekte of ouderdom, verbanning, of die naar de oorlog werden gestuurd. Bij sommigen zorgde zelfs de herinnering aan het stappen voor soelaas. Edward Thomas is zo iemand die de natuur inging voor troost, maar hij besefte ook dat het niet altijd werkt en is daar in zijn teksten heel open en eerlijk over. Soms wordt hij compleet verbaasd en herboren, herleeft hij door het contact met de natuur, terwijl hij andere keren vruchteloos op een antwoord wacht, en verweesd achterblijft. Ik kan iedereen aanraden schoenen en sokken uit te trekken, tenslotte doen we het met zijn allen op het strand. Omdat onze voeten wat te zacht geworden zijn, is het in andere omstandigheden niet altijd evident. Ik ontmoette op het eiland Lewis op de Hebriden een vrouw die de hele zomer blootsvoets liep, maar zelf moet ik een beetje uitkijken voor doornen als de ondergrond te droog wordt. In ieder geval blijft het een wonderlijke ervaring, omdat je voeten weer gevoel krijgen, je voelt de warmte en de textuur van de ondergrond en je tenen bewegen beter. Je voet is niet langer een platte steen of een platform, maar een erg functioneel onderdeel, en zodra je sokken en schoenen uitdoet, wordt de voet opnieuw een orgaan dat zijn echte functies ontdekt. Je voelt de wereld gewoon anders en beter aan, in de plaats van geïsoleerd te blijven van je eigen gevoelens. Blootsvoets beleefde ik een perfecte wandeldag in de Black Mountains, aan de grens met Wales, waar de bovenlaag van het landschap uit zeer oude rots bestaat, zeer granulair en zacht. Er bestaan plekken waar mensen zich beter voelen, maar die zijn voor iedereen anders. Ze worden weleens als de heartlands omschreven, en zelf heb ik er twee, een nabije en een verafgelegen. Er is een bos niet ver van waar ik woon, dat ik via een smal veldweggetje kan bereiken. Ik voel me er helemaal op mijn gemak als ik er ga lopen of stappen, en nu kom ik er met de kinderen. En dan zijn er de Cairngorm Mountains in Schotland. Ik geloof dat ieder van ons wel zo'n plekje heeft, en dat kan zelfs in de stad liggen. Daar heeft Will Self over geschreven. In de stad zijn de heartlands gelinkt met de verschillende lagen van de geschiedenis, en met oude stenen, maar voor mij liggen ze in de natuur. Soms is de roep ervan zo sterk dat mensen er ten onder gaan, zoals Chris McCandless, wiens verhaal in de film Into the Wild uiteengezet wordt : een briljante studie van een jonge man die droomde van de wildernis, en die stierf terwijl hij die droom beleefde. Ach, ik ben ornitholoog noch botanist, heb een beperkte kennis van vogels, dieren en bomen, en ik studeerde wat geologie, waardoor ik de geschiedenis van het landschap beter kan lezen, maar ik blijf gewoon een gepassioneerd amateur. Mijn echte specialiteit is hedendaagse Engelse literatuur, en daarnaast heb ik interesse voor natural history. Die verwondering heb ik van mijn moeder, die een wonder struck person is, en ook een wonderlijke persoonlijkheid heeft. In onze moderne wereld worden we gedomineerd door het visuele, maar wie veel in de natuur rondtrekt, scherpt ook zijn zintuigen weer aan. Ik zwem, ik klim, ik voel de natuur en slaap graag onder de blote hemel, waar je in de stilte van de nacht zoveel hoort. Anderen zwemmen in zee, gaan tennissen of ontdekken dankzij yoga opnieuw hun lichaam. Mijn yoga is niet meer dan dat stappen, zwemmen, klimmen en buitenshuis slapen. Mij interesseren ook de mensen die helemaal opgaan in hun landschap, er alles over weten. In Ramallah ontmoette ik Raja Shedadeh, de Palestijnse schrijver en vredesactivist, in de buurt van Madrid leerde ik Miguel Angel Blanco kennen, die tijdens zijn wandelingen van alles meeneemt uit het landschap en daar een reeks boekenobjecten mee maakt, en op de Hebriden ontmoette ik Ian Stephen en Iain Finlay Mac- leod, echte avonturiers van dichtbije plekken. En er bestaan nog extremere vormen van liefde voor het landschap, waarbij sommigen er zich helemaal in terugtrekken. Zelf heb ik ook wel eens dromen over het leven als een heremiet, vooral dan als de kinderen te veel herrie maken. Maar in de grond van mijn hart hoor ik in de buurt van Cambridge thuis. Je doelt op de Broomway, en vele lezers zijn er dol op. Niemand weet waarom die streep van stevig zand sinds eeuwen bestaat, en in tegenstelling tot de rest van de kust weinig mobiel is. Geen voetstap laat er een imprint na omdat het tij de sporen ervan twee keer per dag wegwast. Voeg daar het buitengewone effect van de luchtspiegelingen op het water bij en dat maakte de dag dat ik er ging stappen tot een van de meest onvergetelijke. Sommige van mijn tochten worden door lezers nagewandeld, en omdat ik dat voorzag, probeer ik ze soms op een dwaalspoor te brengen wanneer ik het over mijn favoriete plekken heb. Lezers raken daardoor weleens geërgerd, omdat ze mijn plekje niet kunnen vinden. Terwijl dat helemaal niet nodig is, omdat mijn schrijven ze alleen wil inspireren om hun eigen plekje te vinden. Niet de mijne... 'De oude wegen' van Robert Macfarlane werd uitgegeven bij De Bezige Bij en kost 24,90 euro. De reportage kwam tot stand met medewerking van P&O Ferries, dat dagelijks tientallen veerdiensten verzorgt tussen Groot-Brittannië en het vasteland. DOOR PIERRE DARGE?Ieder heeft wel zo zijn plekje waar hij zich beter voelt, zijn eigen heartland"