Toen de jonge Andrea Palladio vijfhonderd jaar geleden in een restauratieatelier in Vicenza een opleiding tot steenkapper kreeg, ging voor hem een wereld open : die van de antieke beeldhouwkunst, van de Grieken en Romeinen. Door met zijn handen te werken, kreeg hij de ogen van een kunstenaar. En zag hij wat die oude beelden tot op vandaag de moeite waard maakt om te bewaren en te herstellen : het gaat om harmonie, om perfecte verhoudingen, om rust en evenwicht. Dat is dan ook de enige kunstvorm die niet vatbaar is voor veroudering, die in geen tweeduizend jaar ouderwets is geworden, die alle andere stromingen en modes met verbluffend gemak overleeft.
...