Als eerste met je mes het perfect gladde oppervlak van de choco doorklieven. Een bommetje maken in een rimpelloos zwembad - of met een elegante duik volmaakte concentrische kringen veroorzaken. Een veld vol sneeuw knerpend opwandelen, om na een paar meter om te kijken en je eigen afdrukken te zien. Een kraakvers schrift openslaan op 1 september en je pen nog een seconde vlak boven het onbeschreven blad laten hangen.
...

Als eerste met je mes het perfect gladde oppervlak van de choco doorklieven. Een bommetje maken in een rimpelloos zwembad - of met een elegante duik volmaakte concentrische kringen veroorzaken. Een veld vol sneeuw knerpend opwandelen, om na een paar meter om te kijken en je eigen afdrukken te zien. Een kraakvers schrift openslaan op 1 september en je pen nog een seconde vlak boven het onbeschreven blad laten hangen. De magie van het onverstoorde, onontgonnen terrein heeft een enorme aantrekkingskracht op mij. Eerst dacht ik dat het ging om het demonische genoegen iets moois en onbezoedelds te vernielen, als een sneeuwbol die je kapot laat spatten. Maar dat klopt niet. Ik beleef geen vilein genoegen aan het verstoren, het is geen vandalenstreek, geen neiging tot onteren. Waarin schuilt dan de verlokking een bevroren plas met een tik van mijn schoenpunt te craqueleren? Wil ik per se een indruk nalaten? Mijn stempel drukken? Nee, daar gaat het niet om. Het is geen uiterlijk proces, maar een innerlijke vreugde die zich van me meester maakt. Een intiem, haast zinnelijk genoegen dat ik niet met anderen hoef te delen, dat zelfs niemand hoeft te zien. Er moet iets anders aan de hand zijn. Hoe voel ik me na het doorbreken, het radicaal omkeren van een toestand van perfectie en rust naar middelmatigheid en chaos? Zacht en licht opgewonden, bruisend onder een kalm oppervlak. Maar vooral hoopvol, alsof het beëindigen van het ongeschondene een onbedorven start inluidt en alles opnieuw kan beginnen. En vooral: dat ik daartoe in staat ben. Op het eerste gezicht lijkt dat contradictorisch. Tot ik besefte welk proces zich afspeelt. De transformatie van spiegelglad wateroppervlak tot een roerig levendig zwembad vol golven, vindt in mij omgekeerd plaats. Op het moment dat ik het ongerepte doorbreek, word ik heel, héél even die onverstoorbaarheid zelf, alsof het nulpunt in mij overgaat. Een moment buiten tijd en ruimte. Ik word gedoopt, gereinigd, van elk verleden en heden gezuiverd. Een milliseconde later - het mes komt gulzig uit de pot, het roerloze verstoord - is alles weer zoals anders, de choco dezelfde dagelijkse suikerbom, om in te roeren en te kruimelen. Maar de belofte van het ongerepte nieuwe begin kleeft nu aan mij, als de donkere pasta aan het mes. De eer die ik voel dat ik zoiets mocht doorbreken en overnemen, zindert in mij. Als ik om me heen kijk in het sneeuwlandschap, besef ik dat mijn stapjes hebben verwoest wat me zo aantrok - het stille, heilige witte alles. En toch is het niet weg, want het is deel van mij geworden. Als later het bleke tapijt een grijze smurrie van honderd verschillende voetstappen, bruin smeltwater en een half begonnen sneeuwman wordt, ging niets verloren. Ik nam het zuivere en onaantastbare mee. Wat stuk moest gaan, ging stuk. Het maakte mij weer en meer heel. Dankzij zulke rituelen - die zich door een gelukkig toeval aan mij presenteren - voel ik me tot alles in staat. Een blanco blad. Een schone lei. katrijn.van.bouwel@knack.beKATRIJN VAN BOUWELWaarin schuilt de verlokking een bevroren plas met een tik van mijn schoenpunt te craqueleren?